Een belangrijke nood van het lijf is om de temperatuur van haar systeem te regelen. Ligt het aan MS-laesies op de hersenstam? Of vallen zenuwbanen vanaf een bepaald aantal graden met hun prikkelstroom in een afwijkend ritme? Niemand die het zeker weet, maar wat ook de oorzaak… Voor vele MS-patiënten betreft het geen idioot weerpraatje als ze zeggen: Het is te warm.
Zelf lijk ik dan tot reptiel te verworden met stuipen ervan. Niet letterlijk, in mijn geval. Althans nog niet. Alhoewel. Pijnlijk verkrampte blaas,- heup,- en bodembekkenspieren kunnen mogelijks ook als stuipen tellen. Want behalve dat de voet wat schever hangt dan anders, heb ik tijdens plaspauzes ook vaker en langer last van ongewenste pauzes vóór en tijdens de plas.
Mevrouw De Dokter merkt – terecht – op dat ik best een blaassonde zou bij hebben in Dídean. Just in case. Als plassen dan es een keer niét …uit…einde…lijk… toch lukt, hoef ik geen ambulance te bellen want dan kan ik het zelf gefixt krijgen.
– En dan de ene na de andere blaasontsteking ook nog bovenop, zeker…?
– Mja… Die kans zit erin.
– … Ik zie dat echt niet zitten.
– Ik weet ‘t, en ‘t is nog erger want dat moet op maat gemaakt worden en vervolgens moet een verpleegster u leren hoe ge dat moet doen…
Ik brul nog net geen kust mijn kl*ten!
– Dat zie’k al helemáál niet zitten eh zeg… Kunt gij dat niet doen?
– Neeje gij, dokters kunnen dat niet, dat zit niet in onze opleiding.
Allé dan. Het zit niet in de opleiding. Ik besluit voorlopig maar geen plastic tubes in mijn urinebuis te moeten duwen. Tenslotte betert alles als ik er maar in slaag lijf en hoofd koel te houden. Ik word er almaar creatiever in. Ik keek wat docu’s over nomadische woestijnvolkeren, hun truukjes, en hun kledingdracht. Traditionele oude wijsheden van generaties op generaties ervaring met hitte mixen met wat ik ter beschikking had, dat leek me wel wat.
Het veroorzaakt scheldwoorden en tranen met tuiten als alle spieren die moeten ontspannen om te kunnen plassen als beton verkrampt zitten. In, en rond, mijn hele binnenkant en bekken daar beneden alleen nog pijn terwijl het lijkt alsof dat lichaam, kotsbenauwd, ten einde raad dan maar urine uit begint te zweten door de poriën van mijn huid.
Dat zal wel niet echt zó gebeuren, hoor. Ik zit louter theatraal te lullen omdat het echt niet lollig is. Maar het lijkt me echt een kwestie van verkoeling zoeken. Zulke opflakkeringen van aloude schijnbaar reeds overkomen moeilijkheden zijn veelal gevolg van warmte, geraffineerde suikers, en stress. Zulke suikers eet ik vrijwel nooit, maar stress kan ik niet méér proberen verhelpen dan ik al doe. Zen zijn heeft zijn grenzen. We zijn immers allemaal maar mensen. Ook ik!
En het was weer nogal wat de afgelopen weken:
Om te beginnen… Het doel waarvoor ik mij, en wie me helpen, inzette kreeg de benodigde overheidssubsidie niet en ging failliet.
Vervolgens werd ik gestalkt door een trackerdevice, en ik werd er mesjogge PTSD-getriggerd doodsbang van. De politie begreep dat gelukkig, gezien mijn verleden en heden, en die stuurde twee agenten die niet autoritair werden en geduldig bleven. Ze onderzochten ook heel erg serieus – maar er plakte nergens een airtag aan mijn bus, en er zat ook geen gevaarlijk geobsedeerde gek ergens in de struiken. Nee. Een mens-met-airtag was daarstraks, op precies hetzelfde moment als ik, in hetzelfde appartementsgebouw op bezoek waar ook ik op bezoek was. En diezelfde mens woonde nu, mét diezelfde airtag, in het huis pal naast de parking waar ik Dídean voor de nacht had neer gedropt. Een paar kilometer verderop. Allé nu. What are the odds?
Toen ik al in bed lag, gaf mijn iphone alarm dat een onbekende airtag met mij meereisde. Kaart met de locaties erbij en al. Nog nooit zo’n melding gezien in meer dan tien jaar ervaring met nomadisch leven, maar als het ooit nog es gebeurt verplaats ik me nog een derde en een vierde keer vooraleer ik om bijstand roep. Ik leer.
Ook kwam ik, in verward dissociërende omstandigheden die meerdere weken bleven aanslepen – gevolgen van een overenthousiaste onverstaanbaar overweldigende stevige WestVlaamse, – wel twéé potentiële lovers tegen. Uiteraard serieel monogaam, maar wel vlak na elkaar, wat alles nog verwarrender maakte. Met beide ontspoorde het zowat meteen, in elk van de verhalen om totaal verschillende redenen.
[…Ze onthoudt wat er was, niet wié er was, dat poogt ze zo snel mogelijk te vergeten,…]
Alzo staat in één van teksten, die een magistraal goed schrijvend intelligente psychopate stalker, zogezegd niét over mij, heeft neergeschreven in een ver verleden. Meer dan twintig jaar geleden. En terwijl ik, nietsvermoedend, die tekst voor het eerst las toendertijd – een tekst die eindigde met hoe de antagonist, of in zijn geval de protagonist misschien want het hele relaas was vanuit zijn personage in ik-persoon geschreven, stond toe te kijken door het vensterraam van het meisje dat zijn obsessie onbewust creëerde en waarvan eventuele gelijkenissen met bestaande personen vanzelfsprekend louter toeval zijn, – zorgde hij ervoor dat zijn nog warme sperma op mijn vensterbank kleefde zodra ik de voordeur opendeed. Middenin de stad, zo goed als overdag… De onverschrokken kil berekende gek! Jammer genoeg had ik op dat moment de vreemde reflex om daar zo snel mogelijk water over te gooien, alles extreem goed af te schrobben, en ineens het hele raam en de voordeur mee te poetsen terwijl ik in mezelf aan Onverwoordelijks een spontaan geïmproviseerde gebedsmantra ter bescherming zong.
Pas dagen, weken, misschien zelfs maanden later – en hopelijk werden dat geen jaren, maar het zou me zeker niet verbazen – bedacht mijn ratio dat ik voor zoiets toch echt wel de politie moest bellen. Met niks nog bewijs. Louter een tekst die niet door een ander, maar wel voor een ander, geschreven kon zijn. Woord tegen woord, van twee geflipte hoogbegaafde schrijvers:
Eentje met een universitair diploma – behaald met grootste onderscheiding, en een psycho-analyticus nota bene – die een grote schrijfwedstrijd had gewonnen. En de ander was een invaliderend psychiatrisch patiënt met een fantastische hond en voorts een flinke hoop miserie zichtbaar in een reeds sinds prilste kindertijd opgebouwd dossier, typpewippend in haar schommelstoel.
Je raadt vanzelf wel wie van beide ík was.
Pardon, mijn lieve lezer, ik week weer even af. Ik was de stresserende zooi van afgelopen weken aan het reciteren, louter om u een idee te geven.
Voorts, overweldigd en iets te diep onder de indruk van een tegenliggers agressieve ongeduld, ben ik, één dag na haar grandioos zonder opmerkingen geslaagde autotechnische keuring, met Dídeans zijspiegel tegenaan die van een geparkeerde camionette gereden. Vervolgens er achterwaarts nóg es tegenaan, met brokken tot gevolg uiteraard. Ik weet niet goed hoé, maar ik sloeg erin om onverwachte telefoons te plegen, verzekeringspapieren te regelen, onbekende mensen om me heen te kalmeren, scherven van het straatdek te vegen, mezelf en de ander met zijn eigen kapotte camionette liefdevol een beetje vrolijk te houden onderwijl, en afscheid van ‘m te nemen met een vuistje en een wens van moois voor allebei. Afspraak met mijn kiné heb ik gecanceld, en ben ter plaatse blijven overnachten om dan de volgende dag naar de garage te rijden, met alle verkeer achter me meervoudig in scherven en hoeken moeizaam weergegeven.
Stresserend intermezzo was dat, want de spiegel is ondertussen al lang gerepareerd en ik zit met mijn scheve voet bij de podoloog voor onderzoek zo meteen. Geen idee hoeveel dagen later we nu weeral zijn, en ik ben het hele voorval nog ter plaatse aan ‘t verwerken.
Doorheen, tussenin, en onderbeen dat alles… ben ik ook nog steeds vertrouweling van een paar jonge tieners in een benepen gezinssituatie met een lopend gerechtelijk dossier. De betrokken volwassenen willen mij arsenicum voeren, vermoed ik. In feite heb ik niets met hun heel verhaal te maken behalve dat ik – indien ze erom vragen – de meisjes probeer te helpen om te verwoorden of te durven spreken bij bevoegde professionals. Voorts neemt de wereld der betaalde krachten van bevoegde instanties alles over en heb ik geheel niks nog te maken met de hele verdere situatie. Ik neem ook geen contact met de kinderen op, behalve via heel af en toe es een klein berichtje waarmee ik ben laat weten dat ik nog steeds besta en de afspraken tussen mijzelf, hen, en de mensen die hen in het gerechtelijk onderzoek begeleiden, niet ben vergeten: als de kids míj omgekeerd contacteren, mag – en moet ik – handelen. Nu ja, minstens één van betrokkenen wenst mij alle onheil van de wereld toe en zou mij liever dood zien vallen – die mens gelooft echt dat het hele systeem van agenten en rechters en hulpverleners zich baseren op louter één gesprek met mij en dat het mijn schuld is dat een gezin al uit elkaar viel lang voor ik op de proppen kwam.
Nu ja, ook dié geobsedeerde medemens – zij het dan op een heel andere wijze dan die andere die ik vermelde doorgeflipt – kleefde tenminste geen sperma en blijkbaar ook geen airtag op mijn bus.
Een hele geruststelling! Toch ook wat goed nieuws, hè.
Alle voorgaande in enkele weken levert niet meteen de adrenaline- en cortisolvrije rust waartoe elk medisch voorschrift noopt. Daar bovenop ook nog een hittegolf, en ja hoor. Ik bezweek in onmacht aan de unieke fysieke uitingen van míjn MS. En vast wel weer maar tijdelijk, en in mijn atypische geval dan nog aan een sneltempo waarin zelfs ík mezelf zot zou verklaren als ik er de uitvoering van mijn reeds geregelde euthanasie om zou vragen.
Ik creëerde voor mezelf dan ook wat goed werkende tips jegens de hitte, ik deel ze nog even voor wie hier lezen en zelf met MS, of andere hitte-moeilijkheden, zitten. Graai de grabbel mee voor haalbaarheid, zelfs ter ere van begot soms echt ietwat comfort:
– maak een hoofd- of handdoek nat en drapeer die om uw hals en hoofd;
– kleed u in losse gewaden waar geen zon doorschijnt;
– maak dunne strakke sportkledij nat onder de kraan en trek die zo onder het los wapperende gewaad aan, en indien nodig kan u ook nog koelpads rond uw enkels en tussen uw lijf en de strakkere onderlaag van kleding klemmen;
– maak die laatste, tesamen met de hoofddoek, regelmatig terug nat en ga af en toe zó voor een ventilator of luchtkoeler zitten, liggen, of staan;
– vervang de luchtkoeler door een echte airconditioner als u ‘t effect nog wilt vergroten;
– en als dát alles nog steeds niet voldoende is om uw zenuwbanen rust te brengen… kruip dan naakt in een slaapzak (of maak er eentje van een deken), laat de airconditionerslang daarin inblazen, en sluit ontsnapping van lucht elders dan doorheen de slaapzak of het deken, zoveel mogelijk uit.
Als dat laatste nog stééds niet genoeg is… Dan weet ik niet wat er u nog aan opties rest. Mij helemaal niks mee, maar tot nog toe red ik het ermee. Anyway, ik wens ons moois, liefs, en succes met zo gelukkig mogelijk te voelen in het leven.
Dank u om te lezen.


