Draak valt onverwacht mijn bewustzijn in, om preciés 11u23, met een lied dat recht doorheen mijn hele wezen tot het onze schiet. Ik vermoed, ergens in de verre verte waartoe hij zichzelf heeft verbannen, dat zijn hele lichaam schudt ter bevestiging van de ontvangst.
Laat hij mij weten wat hij voelt, of laat hij mij weten dat hij weet wat ík voel? Zijn lied kan beide omschrijven, en alleen aan mijn kant weet ik zeker dat het dat doet. Het raakt. Diep. Zout water overstroomt de oevers van mijn wangen. Gekweld en ontroerd. Gefrustreerd ook.
Want onderhand gebeurt er vanalles, dat is zeker waar, ook in mijn leven. Maar let‘s give it a chance betreft niet míjn beslissing, wel de zijne. Ik ben gewoon thuis, zijn plaats op Dídeans passagiersstoel is vooralsnog helemaal vrij. Al mijn plannen zijn open voor aanpassing ten gevolge van ripgetij en mijn lefthandman aan mijn zij.
Er is een kans, die hij niet grijpt.
Gezien zijn boodschappen begrijp ik niet waarom, maar ik heb er waarachtig vrede mee. Ik vervolg mijn eigen pad, blijkbaar vanzelf in de cadans van het zijne, zonder te weten waar het hem leidt of hoe het hem vergaat. Desondanks – of wie weet net daarom – loopt het ook in mijn leven telkens flink verkeerd als ik het met een ander probeer.
Draak doet whatever Draak denkt dat ie doen moet.
Hij is vrij in zijn keuzes, ik ben vrij in de mijne, en wat Onverwoordelijks verbindt zal de mens niet scheiden. Weet ik veel wat en wie dat allemaal is, en op welke wijze.
Ik vertrouw zonder ego-verlangen – mijn lichaam en brein is te versleten voor dat soort dramatisch puberale shit – maar met hart en ziel voel ik wel open voor het licht dat mij, en hem, en ons, vanzelf wel de weg zal wijzen.
Uiteraard geef ik ons een kans, op zowel een eerste als een laatste dans.
Draak zelf doet dat niet, en ik hoop dat hij dat inziet.
Straf. Om precies 11u33, sluit ik deze tekst af.


