Mijn lievelingsplekje

Mijn lievelingsplekje in huis, waar ik het liefste zit, is buiten op mijn koertje. ‘s Morgens met mijn eerste koffie, ’s avonds na het werk… eigenlijk zo vaak ik kan. Zelfs als het regent, dan zit ik onder mijn parasol. Waarom?  Omdat ik me daar op mijn gemak voel.

Ik woon hier sinds februari dit jaar. Nergens in huis voelt het al als “van mij”. Ik ben gevlucht uit mijn keldertje, waar ik nochtans heel graag woonde. Acht jaar was het mijn thuis. Knus, gezellig en niet te groot. Perfect voor één kattenmama en haar beestjes. Soms een beetje duister maar met genoeg sfeerverlichting was dit snel opgelost. En een gezellig compact tuintje…meer had ik niet nodig.

Een rustig vier appartementen tellende huis. Tot… mijn nieuwe bovenbuur zijn vrouw en driejarig zoontje liet overkomen. Een kleintje met eindeloze energie, dat nooit buiten ging en het appartement als zijn speeltuin beschouwde. Van zodra hij ‘s middags opstond tot hij ‘s avonds laat ging slapen was er gebonk, gestamp en geschreeuw. En toen er ook nog een baby bij kwam, met gehuil en kinderliedjes, wist ik, ik moest verhuizen.

In overleg met de huisbaas, die overigens het probleem begreep maar niets kon doen, ging mijn opzeg in op 1 januari.  Voor burenlawaai kun je nu eenmaal niemand uit z’n huis zetten. Van zodra ik iets vond mocht ik vertrekken. Dus op 22 februari sliep ik voor de eerste keer in mijn nieuwe huis.

Er was een ruim aanbod op de verhuurdersmarkt voor een gelijkvloers appartement met tuin of koer. Ik had al snel een lijstje met potentiële nieuwe woningen. Mijn oog viel op één appartement. Geen enkel ander dat ik voordien bezocht kon deze overtreffen. Alleen al door de foto’s wist ik: dit is het. Een één-slaapkamerappartement met open keuken, een grote living, een berging en een badkamer met douche, die zo groot was als mijn volledige vorige badkamer. Overal grote ramen en veel licht. Maar het allerbelangrijkste, een grote koer.

Eind januari kon ik de woonst bezichtigen. Begin februari tekende ik het contract en de 15de kreeg ik de sleutel.

Veel meubels nam ik niet mee. Mijn bed was kapot en mijn tafel te groot. Mijn tweedehands rieten stoelen en zetel waren na jaren kattenliefde aan vervanging toe en de grote ingebouwde vitrinekast moest ik natuurlijk ook achter laten.

Vele uurtjes bracht ik door op het internet om meubeltjes te vinden die ik leuk vond en die binnen de drie weken konden geleverd worden. Door de herrie boven mijn kop, de verhuisstress en al de rest die er nog bij kwam, liep ik op de toppen van mijn tenen. Maar zodra mijn bed geleverd was, ben ik met mijn poezen vertrokken. De echte verhuis was een paar dagen later. En op drie maart gaf ik de sleutels van mijn ouwe vertrouwde plekje af.

Dus daar zat ik dan. In een nieuw huis. Tussen nieuwe meubels.

Mijn slaapkamer voelde meteen vertrouwd… een bed is een bed en in die lakens  slaap ik al lang. De living daarentegen… voelt nog steeds als vreemd. Ik voel me als een logé. Het is mooi en volledig naar mijn zin. Ruim, licht en gezellig… maar… het voelt niet “van mij”.  De poezen hebben er hun plekje gevonden en dat is voorlopig het belangrijkste.

Het eerste waar ik bij een nieuwe woonst naar kijk, is, kunnen mijn lievelingen buiten?

 Mijn koertje is een grote, bijna rechthoekige ruimte, met aan één kant een hoge houten muur en aan de achterkant een bamboeschutting . Een constructie die ik uitdacht en  samen met nonkel bouwde.

 Je moet weten, ik ben redelijk handig en klus graag. Maar dit projectje was een uitdaging. In mijn contract staat dat ik nergens gaten mag boren, daarom zijn er overal in huis van die kadergootjes aangebracht om muurdecoratie aan kabeltjes op te hangen. Dus, veronderstel ik, geldt dit ook voor buiten.

 De afscheiding met de koer van de bovenbuur,  is een muurtje van 50cm met daarop een oprolbaar scherm in stof,  één meter hoog met een kier onder. Dit houd de beestjes niet binnen. Op zich geen groot probleem. Dat stuk koer is ook omringd met hoge muren. Maar via de buitentrap kunnen ze in het appartement boven dat van mij komen en dat wilde ik niet. Daar komen problemen van.

Na veel denkwerk en bezoekjes aan de ijzerwaren-, loodgieter- en houtafdeling van de plaatselijk doe-het-zelf zaak, had ik een plan. Een houten frame, bekleed met bamboe, stevig vastgezet met enkele vijzen en metalen spanringen. Daarboven spande ik een poezennet, voor de veiligheid. Toen dit klaar was mochten de katten voor het eerst naar buiten.

Uit mijn vorige blog weten jullie dat ik graag kook en daar horen kruiden bij. De hoek dichtst bij de keuken is mijn kruidentuintje, met citroenmelisse, munt, verbena, lavendel,  bieslook, peterselie, tijm, rozemarijn, salie en … te veel om op te noemen.

Er staan ook een peperplantje, een kerstomaatje, die al een kleine oogst gaf, en een aardbeienplant in hangmand.

Ik hou van bloemen en planten, zoveel is intussen wel  duidelijk. En ik durf zeggen dat ik groene vingers heb. De enige plant die ik kon meenemen, was de hortensia, dus trok ik op plantenjacht.

Een magnolia, rododendron, camelia, vlinderstruik, oleander, pluimhortensia, glansmispel, wintersneeuwbal… zorgvuldig gekozen op kleur en seizoen. Zodat er het hele jaar door iets in bloei staat.

Tussen dit alles staan hier en daar potten met eenjarige zomerbloeiers, en hangen er manden met geraniums en petunia’s. Tegen de bamboe muur staan speciaal voor de katten bakken met Nepita of kattenkruid en verschillende soorten grassen. Hun eigen tuintje.

De kruidenhoek is al precies zoals ik het in gedachten had. Verschillende soorten manden die ik al had, kregen een nieuwe bestemming . De rest kocht ik bij de alom gekende goedkope winkelketen of sprokkelde ik bij elkaar op rommelmarkten of in de kringloopwinkel. Van resten hout die ik over had toen ik die schutting bouwde, maakte ik een lang, laag bankje. Door de verschillende modellen manden en door een paar potten op dat bankje te zetten, creëerde ik hoogtes.

Ik verdeelde de koer in twee zitplekjes. Het dichtst bij de keuken staat een tafel met een gemakkelijke stoel. Met een houten voetbank waar de parasolvoet in zit. Rond de middag, als de zon hoog staat, zit ik dan lekker onder de parasol, en als het te warm wordt zet ik de ventilator buiten. Achteraan op de koer staat ook een stoel en tafeltje, daar kan ik dan ’s avonds nog van de zon genieten. Overal staan er  planten en bloemen, in potten en sommige in een pot op voet om verschillende hoogtes te hebben.

Nu zijn het nog zwarte plastieken potten, maar ik zou deze graag vervangen door houten plantenbakken en manden, maar dit plan moet nog uitgewerkt worden. Dit is denkwerk voor de winter.

’ s Avonds wordt mijn kleine oase sfeervol verlicht met lampen op zonne-energie.

Het is een hele klus om dit alles mooi te houden en water te geven. Maar het maakt me blij. En daar draait het uiteindelijk om.


Mo Verbiest

Mo Verbiest

Morag Verbiest wordt Mo of Mootje genoemd omdat bijna niemand haar naam juist uitspreekt. Ze is geboren en getogen in Oostende sinds meer dan een halve eeuw. Meer over Mo Verbiest

Mis geen enkele blog van deze auteur!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief
van Mo Verbiest

Selecteer een of meerdere nieuwsbrieven:

🖂 Schrijf u hier in voor andere nieuwsbrieven
Wij spammen niet! Lees meer in onze privacy policy


U wilt reageren op deze blogpost? Dat kan op onze facebookpagina!

Vindt u wat u net las interessant? Overweeg dan om u in te schrijven op de nieuwsbrief van deze blog en ontvang een e-mail telkens iets nieuws verschijnt.