In september, twee schooljaren geleden, begon onze jongste aan de lagere school. In het eerste leerjaar moesten we meteen al aangeven of we interesse hadden in de eerste communie. Het briefje kwam via de katholieke school, maar de inschrijving verliep rechtstreeks bij het dekenaat.
We werden geïnformeerd dat er een vernieuwd tweejarig traject liep, waarbij de kinderen op het einde van het tweede leerjaar hun eerste communie konden doen. Wie voor de communie koos, stapte automatisch in dit traject. In het eerste jaar kregen de kinderen catechese in de vorm van Godly Play: bijbelverhalen op kindermaat. Het tweede jaar draaide rond regelmatige aanwezigheid in de zondagsvieringen, telkens gevolgd door een korte catechese over de betekenis van de viering. Voor de ouders waren er geloofscafés, praatavonden met filmfragmenten en vragen die het gesprek over geloof op gang moesten brengen.
Op zich vond ik dit alles heel schappelijk. Er werd niet te veel gevraagd, en de mensen die het organiseerden deden duidelijk hun best om de kinderen te betrekken. Bovendien was er ook flexibiliteit: de kinderen konden hun communie doen op een moment naar keuze, tijdens een zondagsviering tussen begin juni en eind augustus.
Toch bleven er ook bedenkingen hangen. Enkele weken voor de communie van onze zoon Ilyo woonden we in Wevelgem de communie van een neefje bij. Daar werken ze nog met dedicated vieringen: een volledige mis in het teken van de eerste communie, met een groep kinderen die samen een traject heeft doorlopen en dit hoogtepunt samen viert. Dat heeft naar mijn gevoel echt meerwaarde. Bij ons was er, behalve met zijn beste vriendje, geen enkele echte band tussen Ilyo en de andere kinderen van het traject. En is dat niet net wat een geloofsgemeenschap zou moeten zijn: kinderen van dezelfde leeftijd samenbrengen, zodat ze vanaf het begin ervaren wat het betekent om deel uit te maken van een gemeenschap?
Ook het ontbreken van zo’n specifieke viering in ons dekenaat vind ik een gemis. Voor huwelijken en uitvaarten kan het uiteraard wel, maar voor de eerste communie of een doopsel moet je altijd aansluiten bij één van de gewone vieringen. Dan wordt het eerder een agendapunt dat wordt afgewerkt, dan een bijzonder moment. Omringd door een gemeenschap waarvan je de meesten nauwelijks kent, blijft er weinig over van de charme en intimiteit die geloof ook kan hebben.
Dat onpersoonlijke gevoel was eerder ook al de reden dat wij onze kinderen niet in Eeklo hebben laten dopen. Voor ons was een doop altijd iets dat in het teken van ons gezin moest staan, met eigen muziek en zorgvuldig gekozen teksten. In de parochie zag ik tijdens ons communietraject doopsels waarin kinderen van verschillende gezinnen na elkaar werden gedoopt, ingepast in een zondagsviering, tussen de spreekwoordelijke soep en de patatten.
Ik begrijp de gedachte dat doop en communie moeten gebeuren in de parochie en in het bijzijn van de gemeenschap. Maar in de huidige tijd overtuig je mensen niet meer door hen in een strak en onpersoonlijk keurslijf te duwen. Daar win je geen zieltjes mee, om het wat oneerbiedig te zeggen. Geef je mensen echter de ruimte om hun geloof op een persoonlijke manier te beleven, dan zullen ze zich veel meer aangesproken voelen en de kerk veel langer een warme plek in hun leven gunnen. Mijn gedacht…

