Mijn familie maakt zich zorgen over wat ze mogelijks allemaal zouden moeten doen of regelen als ik doodga. Mijn zusje schrok vol verbazing dat ik nergens schulden heb, hoewel ik wel leningen heb lopen. Andersom, bedoel ik dat, als in: ik ben degene die een ander wat geleend heeft, met een terugbetalingsplan. Contractje opgemaakt en al, met daarin voorzien wat er gebeuren moet als ik overlijden zou.
Omdat ik merk hoe bezorgd ze zijn – en ik meen het, die zus van mij lijkt soms ter plaatse een hartaanval te ontwikkelen als ik het waag om zelfs maar te vragen of ik wat afval in haar afvalbakken mag sorteren. En al mijn afval bij elkaar is zelden meer dan een kleine schoendoos vol, gezien ik in een huis van net geen 5 x 1,80m leef.
Voornamelijk komt de vraag dan nog omdat ik probeer te vermijden dat ze last zou krijgen met de gemeente omdat er papierafval met haar adres erop in de openbare vuilbakken zou zitten. Veelal ben ik bij haar omdat ik mijn post ophaal. Bijgevolg zitten er ter plaatse dus meestal wel wat geadresseerde enveloppen of lege verzendverpakkingen bij.
Anyway… Om mijn leven wat comfortabeler te maken, alsook haar van stress te ontzien, dacht ik dus een tuinkast met hangslot te kopen en dat naast haar huis te zetten op een stukje grond waar ze zelden tot nooit komt. Bij de brievenbus waarin zij als referentiehouder mijn post dropt.
Dan kon ik daar oud papier in verzamelen tot het genoeg was om ermee naar een containerpark te rijden zo es een keer per jaar of zo. Dan kon ik daar ook mijn winterbenodigdheden stockeren in de zomer, en mijn zomerbenodigdheden in de winter, zodat ik net wat meer plaats had in de enige drie vierkante meter op deze aardbol waar ik écht altijd welkom ben.
Eerst vond ze dat voorstel helemaal top. Leek mij logisch, want in idee levert het – zowel mijzelf als haar – heel wat voordelen op. Niet het minst omdat ze dan, als ik vóór haar overlijd, niet nog een stuk vastgoed of contract met anderen tot afhandeling moet brengen.
Uiteraard kon het weer niet zo simpel. Het gaat hier immers over míjn familie, woorden als simpel en eenvoudig staan niet in die mensen hun vocabulaire.
Zo zat ik dan urenlang ijverig te zoeken naar wat exemplaren die ik haar kon voorstellen, die ik mooi bij haar gevel vond passen. Tenslotte, ook al komt ze amper tot nooit op dat stukje grond, ik vond echt wel dat ze tevreden met het beeld ervan moest zijn. Toen plots de telefoon rinkelde en ze er op terug kwam. Nee, toch niet, nee, ze wilde het niet.
Gelukkig had ik nog geen bestelling geplaatst.
In plaats van een tuinkast van een paar honderd euro te kopen, zal ik dan een lening en schuld aangaan om een staanplaats met berging te kopen. Ergens. Een voordeel van invalide en nomade zijn, is dat het niet erg veel uitmaakt of mijn voorraden dichtbij mijn kliko of brievenbus staan. Ik woon gewoon heen en weer en in het rond tussenin dat allemaal.
Maar als ik dan overlijd, gaat ze ook dát weer moeten afhandelen en regelen. Dat zal een stuk minder makkelijk zijn dan mijn busje en tuinkast met inhoud en al doorgeven aan wie ook haar er vanaf wil helpen. Zoiets valt vlot per tweedehands-site aan de hoogste bieder te verkopen, net als een tuinkast met wat spulletjes en oud karton en een zak PMD erin.
Zo’n notariëel bij akte vastgelegde staanplaats daarentegen… met bovendien een lening zonder schuldsaldoverzekering – want zo’n verzekering kan vermoedelijk niet gezien mijn medisch dossier – is andere koek.
Ach, als ze dat straks te weten komt, heeft ze vast dáár weeral stress over. Niks wat ik doe is ooit goed genoeg, hoe zelden ook ik passeer – het is sowieso een keer teveel, elke keer.
Zelfs doodgaan is teveel ballast, dan moet er een begrafenis geregeld en zo. Vreselijk toch, wat ik mensen allemaal aandoe? Al sinds de dag dat ik geboren ben, was ik klaarduidelijk beter nooit geboren.
Zo leerde ik natuurlijk wel heel veel in het leven.
Onder andere hoe en waarom een kind suïcidaal kan voelen nog voor het vijf jaar oud werd. Heel erg simpel is het om mij dat voor te stellen, want ikzelf hield toen – en ik houd nog steeds – van mensen.
Inclusief mijn zusjes en de moeder die het voorbeeld gaf en zei dat ik het grootste vergif der aarde was.
Ik was dochter, hoewel toen nog te jong om met het nodige inzicht alles anders dan het voor de hand liggendst te begrijpen. Ik wilde alleen maar dat mijn mama gelukkig, en vooral tevreden over mij, was. Dat laatste kon alleen maar als ik droomloos in bed lag, of beter nog in een graf. Dan kon ze me idealiseren als dochter, zoals ze ook haar moeder geïdealiseerd had.
Soit, dat alles terzijde, heb ik toch maar gebeld om een afspraak bij de dienst dermatologie te krijgen en het eerste kankerplekje ten gevolge van mijn MS-medicatie te laten verwijderen.
Mijn familie is immers in de minderheid. Er rekenen wel wat andermans ouders en -kinderen op me voor allerlei onderhoudswerkjes alsook voor wat oprechte vriendschap en ondersteuning.
En die heb ik ook lief, net als jou, mijn liefste Lezer.
Dank je om te lezen.
Het betekent echt wat.


