Dídean staat met haar snuit tegenaan wat hoge struiken, en ik zit heerlijk afgezonderd van ‘t Rondom te rusten in mijn berenhol. Zonder inkijk en met zicht op groen. Volop buitenlucht en -licht hier in mijn wereld, hoewel ik op een parking sta dichtbij een schooltje vol kinderen. Ze bevolken daar nog maar net opnieuw dagdagelijks de klasjes en de speelplaats. Mijn in-ear-oordopjes geven louter door wat ik wil horen, en kids horen daar nu zeker niet bij.
Ik ben op onderzoek.
In stille reflectie.
Dit weekend, alsook komende weken en maanden, heb ik hier en daar afspraken gepland om meer te weten te komen. Sommige vragen heb ik via mail of whatsapp alvast gesteld.
Want, mijn lieve Lezer, er lijkt seriéus wat stront aan de spreekwoordelijke knikker. Ik voel het in mijn wezen, en ik krijg er ferm wat cortisolbelanden kriebels van. Want ook al laat het me persoonlijk ijskoud omdat het me niet individueel zou raken…
Er zijn een heleboel kwetsbare mensen mee gemoeid, die geen figuurlijke stem hebben in het betreffende – sommigen ervan zelfs geen letterlijke – en mijn adrenaline begint ervan te razen.
Uitlaatklep voor mijn hormonen, denk ik, pure fysiologie. Een onbestemd moederkloekgevoel dat compulsief in actie komt. Ik moet er érgens mee terecht eh zeg.
Hier zit ik dan, met een stem als een klok – ten goede en ten kwade, en dat zal iedereen die mij kent beamen – die nu nog even stokt. Ik krijg het niet over mijn geweten om het zomaar naast me neer te leggen alsof ik het nooit geweten heb.
Klaarwakker, ben ik.
Ik moét de vork aan de steel verkrijgen, met typisch onverbiddelijke verbetenheid die menig autismespectrumbelever welbekend zal zijn.
Excuses dat ik, voorlopig althans, niet duidelijker ben dan dit, maar ik kan geen klokken luiden als ik niet weet waar precies de klepel zit. Dat zou niet fair zijn. Intuïtie is één ding, interpretatie een heel ander.
Het lukt me anderzijds ook niet om erover te zwijgen. Het is alles wat er in mijn hoofd zit sinds ik er lucht van kreeg. Ik kan het niet ontwijken. Die lucht, serieus… Hij stinkt.
Als dit lijf de komende maanden het loodje zou leggen in verdachte omstandigheden…Always look on the bright side, dan.
Dan was ik ineens helemaal klaar met alle gruwel en onzin in ‘t Rondom waar ik niks aan kan veranderen; dan hoefde ik alle verdere gevolgen van MS en lùddeveddù ook niet meer te dragen; en dan kon ik iedereen zijn onzichtbare stille engeltje zijn in plaats van te worden gedoogd en verdragen.
Vooral zouden er een paar heel slimme en gerespecteerde academisch geschoolde mensen, die gewend zijn van heel dicht op stinkstuiterballen te spelen, vanzelf besluiten wat het resultaat geweest zou zijn.
Dan kan dít klokje niet meer luiden, maar dan gaan andermans alarmbellen loeihard aan het gillen.
Stoute stiekeme strontsmeerders met malafide praktijken laten dan liever een marginale ongeloofwaardige gehandicapte zottin als ik lekker languit klingelen, toch?
Ik wilde het toch even neergeschreven, want wie stront aan één kleine knikker op wil kuisen zou zomaar es per ongeluk een bodemloze beerput in kunnen duiken. Moederkloek met obsessief compulsieve poetsstoornis wil persé een schone kale knikker, maar ik red me wel als Kommil Foo.
Ik werd geboren en getogen in de shit. Mijn eigen moeder heeft mij – toen ze ten gevolge van een pedofiel, die mijn oudste zusje had gestolen, was beland in decennialangdurende psychosen – meermaals proberen doden.
Het zou me heel erg verbazen dat een mij volstrekt onbekende geldwolf in maatpak mij meer pijn kan berokkenen dan dat, en dat heb ik overleefd en ben ik te boven gekomen.
Met een legendarisch overgevoelige sensoriek als de mijne ga ik overigens liever dood dan in dit soort stank te moeten gedijen.
Ach, misschien zal er niets dan een scheetje ten gevolge van wat roddels en achterklap blijken. Dat kan. Ook dat moet ik met zekerheid te weten komen dan.
Laat ik er vooral met ding-dong-dünger op vertrouwen dat uiteindelijk welriekende bloempjes in ontstane compost zullen ontluiken.


