Een vraag die regelmatig door mijn gedachten speelt. Niet elke dag, maar vaak. Niet zozeer bij de dagelijkse dingen, maar als ik aan het knutselen of tuinieren ben. Of iets wil maken of herstellen in huis.
Pépé was mijn grootvader aan moeders kant. Zoals ik reeds in blogs schreef ben ik grootgebracht door mijn grootouders. Pépé werd, na een paar hartinfarcten met pensioen gestuurd en was dus altijd thuis. Mijn grootmoeder had een drukke baan als conciërge. Het was dus zo dat hij de dagelijkse beslommeringen op zich nam. Een moderne man. Voor die tijd, ik spreek over 1967, was dit uitzonderlijk of zelfs ongehoord, maar bij ons was dat normaal.
Pépé kon eigenlijk alles. Koken, kuisen, naaien en zelfs breien. Hij deed de was en de plas. Hij had een enorme tuin waar hij groenten in kweekte. Voor onszelf en de helft van de buren. Hij kweekte konijnen en kippen voor eitjes. Kalkoenen voor kerst. Hij kon alles herstellen en maken, plakken en schilderen,metselen, tegels zetten en tapijt leggen.
Ik denk dat hij een ding niet kon, zwanger worden. En dit alleen omdat hij niet uitgerust was om het te kunnen. Kindjes op de wereld helpen, dat kon hij dan weer wel.
Pépé voedde mij op en hij was er altijd en nam me overal mee naartoe. Ik had een schepje om te helpen in de tuin en leerde al vroeg het verschil tussen onkruid en de pas uitgekomen zaailingen. Ik mocht helpen met planten en kreeg de nodige uitleg over hoe je het moest doen en waarom. Ik denk niet dat ik alles onthouden heb en ik ben geen volleerde tuinman, maar toen tante enkel jaren geleden tomaten wilde planten, wist ik wel hoe het moest. De jonge plantjes diep, tot aan de onderste bladeren in een pot steken of nog beter in een geul leggen en het plantje voorzichtig rechtbuigen en vastzetten met een stok. Hoe meer stengel onder de grond hoe meer wortels het plantje maakt en hoe sterker je plant wordt. Dat je niet meer dan drie kronen vruchten mag hebben, en dat je dan de kop afknipt zodat hij niet meer groeit maar sterker word en grotere vruchten geeft. Ik wist ook dat je de okselscheuten moet verwijderen, die dienen voor niets en gebruiken alleen maar voeding die niet naar de vruchten gaat. Ik kan je ook vertellen hoe je aardappelen moet aanaarden en waarom. En hoe je aardbeien vermenigvuldigt en waarom de plant het derde jaar de meeste vruchten geeft maar je hem dan best wegdoet. Maar dat doe ik nu niet.
Ik was altijd mee en mocht ook altijd helpen. “Helpen” is een groot woord, natuurlijk. Hoe veel hulp kan je krijgen van een kind van nog geen drie jaar. Regelmatig ging hij ook helpen in de viswinkel van mijn ouders. Ik ook natuurlijk. Ik ging helpen met de visje in een andere bak te leggen, toen ik mijn evenwicht verloor en een duik nam in een bak met verse haring. Of toen ik ging helpen met de vers gekookte langoustines in schalen te leggen, en ik de kop van de staart trok omdat ik het rood in die kop zo lekker vond.
Pépé was ook een doorgewinterde klusjesman. Toen hij moest behangen, mocht ik stroken plakken onder de radiator, dat de tekening daar niet echt paste kon geen kwaad. Of plakte ik restjes papier rond zijn ladder poten. Toen ik ouder werd mocht en kon ik echt helpen. Het voorpappen, het papier met behangerslijm insmeren en dubbelplooien. Alles aangeven zodat hij niet telkens van en op die ladder moest was mijn werk.
Wat ik toen zag en uitgelegd kreeg is me bijgebleven en daardoor doe ik nu ook alles zelf. Met vallen en opstaan, met gemaakte fouten en leerproces. Pépé stierf toen ik vijftien jaar was en toen ik alleen ging wonen kon ik zijn hulp niet meer inroepen.
Toen ik mijn woonkamer wilde behangen vroeg ik mezelf, “wat zou pépé doen?” Hoeveel papier heb ik nodig? Hoeveel hoogtes in een rol? Beginnen op de meest zichtbare muur zodat je als je met een halve hoogte moet werken dit achter een deur of gordijn kan doen. Beginnen met een loodlijn en je papier niet te nat, maar ook niet te droog. Ik kan je vertellen, mijn eerste muren waren niet perfect maar ik had het toch zelf gedaan.
Toen mijn neef een tiener was, wilde hij nieuw tapijt in zijn kamer. Mama wilde betalen, maar hij moest het zelf doen. Nichtje wilde wel helpen. Ik had dit nog nooit gedaan maar dacht “ hoe zou pépé dat doen?” Ik zag het volledig voor me, hoe hij het tapijt in de kamer legde en dan vanuit het midden op kousenvoeten het tapijt naar de kanten stampte. Zwetend en vloekend, ja, pépé kon vloeken als iets niet direct goed ging. Vloeken als een ketter. Maar het lukte ons, het tapijt lag er. Niet perfect aan de kanten maar jaren later, toen ik met nonkel vinyl legde in de slaapkamer, was dit wel zoals pépé het zelf zou gedaan hebben. Hij is ondertussen al 43 jaar overleden, maar nog steeds vraag ik mij af: “Hoe zou mijn pépé dat doen?”

