Ik had al vrij jong de aanleg om wat molliger te zijn. Dat ik bovendien een ongelofelijke zoetekauw was hielp natuurlijk niet. Behalve wat sportkampen en dan wat paardrijden, een paar jaar basket en wat naschoolse sport ging er aan mij geen sportman verloren. In mijn hogere jaren middelbaar speelde ik wel nog een tijd krachtbal en toen groeide ik wel wat uit mijn babyvet, maar blessures bij een seizoensstart deden na een aantal jaar ook dat een stilletjes naar de achtergrond verdwijnen.
Sindsdien “won” ik aan gewicht om er enkel bij mijn echtscheiding in te slagen van om en bij de 30 kilo te verliezen. Ik had gezworen dat deze er nooit meer terug bij zouden komen. “Te veel van het goeie leven” bracht de kilo’s daarna even geruisloos als genadeloos terug.
De koersfiets nam vanaf dat moment wel een plaats in mijn leven in, ik fietste verschillende malen een rit mee in de 1000km, maar ondertussen verkies ik een plek en functie in de openingswagen boven een rit op de fiets.
Bijna 3 jaar geleden besloot ik om een deel van mijn eindejaarspremie te investeren in een fietsleasing. Ik koos voor een racemachine met trapondersteuning. Een ietwat controversiële keuze blijkbaar. Daar ligt precies toch nog wat taboe op. Een stadsfiets met trapondersteuning wordt vlot aanvaard. Maar een koersfiets met een ‘moteurke’? Daar kijken wielerliefhebbers toch wat “scheef” naar. Grappend wordt er zelfs al eens verwezen naar Cancellara. (in de context dat die verdacht werd van valsspelen in onder andere de Ronde van Vlaanderen.)
Voor mij is het echter een steun die me met mijn gabarit toch aan het bewegen zet. En als het niet nodig is, dan staat de ondersteuning gewoon uit. Mijn fiets bolt daarbij even vlot als een gewone fiets zonder motor. Hij is alleen wat zwaarder van zichzelf.
De fietsenmaker zei bij aankoop dat de fiets het meest tot zijn recht zou komen op heuvelachtig parcours en minder op vlakke wegen. Dat had hij zeker niet mis, op mijn gebruikelijke trainingswegen helpt de fiets eigenlijk enkel bij het versnellen na (bijna) stilstand of bij zware tegenwind. De ondersteuning stopt immers als ik sneller rij dan 25km/u. En dat gebeurt tegenwoordig al eens vaker dan vroeger.
2 jaar geleden ging de fiets mee naar Andalusië voor de eerste hoogtemeters van deze kasseistoemper. Deze zomer wilde ik echter beter doen. Ik nam de fiets opnieuw mee op vakantie. Want in de Vogezen liggen de cols letterlijk voor het oprapen. Nog meer dan in Spanje genoot ik van elke meter bergop, ik was dit jaar ook beter getraind dan 2 jaar geleden. Het gevoel van de “overwinning” bij elke bedwongen col doet zoveel met een mens.
De keerzijde is het gevoel dat ik valsspeel, zoals de grapjes over Cancellara. Ik fiets immers niet enkel op eigen kracht, maar mét hulp. Dat gevoel blijft knagen. Ik moet mezelf telkens weer inprenten dat het draait om de beweging die ik krijg, niet om de hulp zelf. Zonder ondersteuning zou ik mijn fiets wellicht nooit meenemen naar de bergen. En vergis je niet: ik moet elke pedaalomwenteling zelf maken. Zodra ik mijn benen stilhoud, valt de motor onmiddellijk weg.
Ik moet mezelf eraan herinneren dat zo’n hulpsysteem geen schande is. Integendeel: het is een teken van mijn toewijding en wilskracht om sportieve uitdagingen aan te gaan. Zijn mijn prestaties minder waard door de ondersteuning? Misschien. Maar voor mij telt dat ik beweeg, geniet en grenzen verleg.

