Af en toe lijd ik aan een plotse hardnekkige compulsie-aanval actualiteitshonger.Dan binge watch ik een halve of hele dag – afhankelijk van wat ik aankan zonder suïcidegevaar – afwisselend VRT, WION, Al-jazeera, BBC, NOS, Sky, DW, ILTV, CNN, en meer van dat.
Boeiend hoe alle berichtgeving van elkaar verschilt, bij vaak precies dezelfde beelden; hoe de Indiase journalistiek voorkennis op alle andere zenders lijkt te hebben – derde oog daar wijd open vast; en overal klinkt dramatische muziek die de beoogde klemtoon kracht bij zet. Overal, al naar gelang, want de melodie ervan kan flink verschillen.
Die mensenwereld die we met zijn allen delen terwijl we haar creëren is er nogal aan toe, zeg, en ze toont bij elk zo’n compulsie-aanval erger en erger. Als landen en regeringsleiders nu nog eigen wapens gebruikten tegen elkaar, wapens die ze geheel zelf autonoom ontwikkelden, kon ik ze nog ietwat au sérieux nemen. Maar hoe kan iemand het zo nog? En dan in patriotistische mate?
We kopen en verkopen al het dure speelgoed om elkaar mee af te maken van en aan elkaar. De regeringen pronken bij de bevolkingen met arbeidsplaatsen die zo worden gecreëerd voor alle ouders van alle volgende generaties. Generaties die ze, jong en gezond, ook weer als soldaten te pletter zullen smijten om die afzetmarkt te kunnen blijven spijzen.
En overal gebeurt het nét wat anders. Wat meer of minder gesofisticeerd, bijvoorbeeld. Klaarduidelijk openbaar, of heel verdoken zonder ooit te worden uitgesproken. Alles tussenin komt ook wel ergens voor. Hier en daar is ‘t zelfs oprecht een volstrekt onbewuste affaire, maar ‘t is overal dezelfde mechaniek in feite.
Straf dat klimaatopwarming, waarvoor sommigen al decennia vóór ik geboren werd waarschuwden, er decennia over doet om schade voelbaar te maken – terwijl mensen in het continuüm van slechts enkele beslissingen alle nefaste gevolgen ervan in een mum van tijd ontwikkelen en prompt overstijgen.
De ene genocide wijd verspreid in ieders headlines, druk besproken op alle zenders en in alle vormen van gezinnen deze wereld rijk. De andere volstrekt onopgemerkt, genegeerd, regelrecht globaal ontkend. Niet populair genoeg om toe te behoren tot de zorgen, te klein bevolkingsgroepje, weet ik het. Ik weet vooral dat ik maar net niet moet gaan kotsen.
Genoeg! Alle schermen weer af. Er blijkt, in wezen, toch niks veranderd sinds de prille jaren ‘80. Ook toen had ik geen hoop meer wat gewoonten en gebruiken van volwassenen betreft. En van kinderen was niet veel beter. Later zou ik… Ach… Blijkbaar nog steeds niets kunnen veranderen.
Ik trek mijn handschoenen en botinnes aan, ik trek me terug. Op andermans domein, met snoeischaar, takkentang, en kettingzaag. Eentje op accu en lichtgewicht, want ik moet ze veilig kunnen hanteren. Dit lijf is niet meer wat het ooit was. Op mijn beste uren zou ik ook met een veel zwaardere kettingzaag nog kunnen werken, maar die zou ik niet eens nog op kunnen bergen eens het lijf gesignaliseerd heeft dat het nu rust moet hebben.
Zodoende bedenk ik dat ik sowieso altijd werk. Ik werk louter onbezoldigd en wanneer het op mijn eigen ritme en mijn eigen wijze kan – en hoe dat is? Tja, hoe ook het me nog lukt. Als ik het niet doe, of als ik het anders doe, word ik ernstig suïcidaal en depressief.
Ik besluit op de mail van mijn ziekenfonds, over het Terug Naar Werk-traject, te reageren. Enkele jaren geleden was er absoluut geen sprake van om mij bij de actieve bevolking te catalogiseren. De controle-arts vond het idee volstrekt onverantwoord. Er was geen enkele contractvorm mogelijk waarbij al hetgeen ik benodig om, ondanks mijn handicap en ziekte, zinvol én veilig voor mezelf te functioneren werd gevrijwaard.
Dat was toen, en dit is nu. Wie weet wat is er allemaal veranderd sindsdien.
Ikzelf zie zeker opties om iemand als ik nuttig in te zetten. Gemeenten overheen heel België zouden mij kunnen gebruiken om perkjes te snoeien en mooi te maken. Ze zouden me niet per uur kunnen betalen – true – maar gezien de aard van de job… Dat kan gerust per perkje, toch?
Dan stationeer ik Dídean ter plaatse en telkens het me lukt, stap ik uit om wat te werken. Als het lijf begint te wiebelwobbelen of vermoeidheid het me anderzijds onmogelijk maakt, stap ik weer in. Om uit te rusten.
In het beste geval is zo’n perkje in één dag helemaal klaar. In ‘t slechtste geval duurt het een hele week of twee, maar wat zou dat als ze me niet per uur maar per perkje betalen? Da’s fair genoeg toch? De werkmannen die het zouden doen als ik er niet was, hebben extra tijd om zich te concentreren op dringender dingen.
Ik vermoed dat het niks wordt vanwege de gewoonlijke zever. Verzekeringen en zo. Weet ik veel wat precies, maar in ieder geval een heleboel van die grote-mensen-dingen. Ik besluit dat ik het toch maar ga proberen. Al is het louter om me wat beter te kunnen verweren als verbitterde zielen me ambeteren omdat zij moeten werken, en ik niet.
Die verbitterden vergeten telkens weer de kan of mag die daar nog achter hoort te staan, maar dat terzijde.
Het zou voor mij geen verschil maken. Ik raap nu ook zwerfvuil op met mijn grijpertje, die ik helemaal gratis van de gemeente Heist op den Berg kreeg, met dank voor mijn inzet. Nochtans vertoef ik maar af en toe in die gemeente. In de gemeente Boortmeerbeek vertoef ik net zo weinig, en daar kreeg ik van het plaatselijke rusthuis De Ravenstein vuilzakken en containers ter beschikking. En in de streek rond Hamont-Achel ben ik nóg minder vaak, en daar kwam iemand me zelfs een bloemetje brengen.
Ik snoei en ik ploeter vanzelf waar en wanneer ik de kans krijg. Zou ik via zo’n TNW-traject specifieke opdrachten kunnen krijgen, een vergoeding erom, wie weet zelfs een beetje maatschappelijk eergevoel?
Niet dat ik daar veel aan heb met wapens en oorlog overeind als primair doel, maar het zou sowieso mijn communicatie met anderen wel leuker maken. Bovendien weet ik mezelf wel te overtuigen dat mijn specifieke inzet en bijdrage, ook financieel, alleen maar voor mooie plantenperkjes wordt benut.
Anyway, de TNW-coördinator zal me terugbellen. Ik ben benieuwd!
Wie weet inspireer ik zodoende nog ergens iemand om het basis-idee van mijn toekomstige vzw, goed georganiseerd vanuit de regering en de gemeenten, toe te passen. Dat zou pas fijn zijn, want dan hoef ik het niet op te starten, laat staan te runnen.
Ik kan het niet, lijkt het. Ik ben ermee bezig, ik probeer, maar het sleept allemaal aan op veel te lange baan. Wie ik tot nu toe inspireerde lijken er malafide praktijken mee te willen uitbreiden… En daar hou ik niet van, daar dienen mijn hersenkronkels niet voor. Het spijt me wel, maar ik voel me er niet schuldig om. Het is niet míjn intentie, weet je wel – ik zie zelf alleen het mogelijke moois erin – en ik ben simpelweg al veel te veel te moe met veel te veel te doen zelfs als ik alleen maar plassen moet.
Ik doe mijn best – dat is genoeg. Het is in zekere zin zelfs veel meer dan de meeste anderen doen. En zelfs indien ooit nog actief op de arbeidsmarkt, kom ik sowieso nooit naast je te liggen in mijn sjieke pak onder de flatgebouwen van de stad. Want ik doe maar, gewoon wat ik doe, wanneer ook – en ook wanneer – de bom valt.
Dat is genoeg.


