Op dinsdag zouden we, de laatste dag van mij verblijf, uiteraard nog een mooi ritje maken. Johans rijvaardigheid en durf op de baan was gaandeweg gegroeid. In die mate zelfs dat hij geen enkele tip van de coach nodig had. Hij reed zelfs gezwind en bij wijlen trok hij wel eens de gaskraan open. Ik herinner me goed dat ik achter hem reed en bij het zien van dit resultaat me heerlijk voelde, zelfs op een bepaald moment leverde het me kippenvel op. Ik voelde dat die zo bijzondere reis naar zijn einde toe liep en besefte dat de keuze van de periode om bij Johan op bezoek te gaan, niet beter kon vallen. Johans algemene conditie was fel verbeterd in vergelijking met de jaren vooraf. Hij kon en mocht van de arts rijden. Ik weet niet of hij toestemming had gekregen voor een scooter, maar toch deed hij het.
Er waren bij het samenrijden twee belangrijke parameters die we moesten bewaken: eentje dat we in de hand hadden en ééntje waar we wat geluk moesten mee hebben.
Sibby had ivm het scooterrijden een uitdrukkelijke wens: ik werd opgedragen om de rijtijden niet te lang te houden zodat hij zich geregeld medisch kon controleren. Door de emotie van het rijden, door zijn voeding van de dag, door het moment van de dag wat er gebeurde en door bijvoorbeeld sterke oplopende emoties kon zijn medische spiegel bokkespringen maken. Ofwel moest druivensuiker de scherprechter zijn ofwel moest er medicatie worden toegevoegd. Je kon dat niet vooraf voorspellen, maar controle moest er zijn.
Bij elke rit werd dit protocol opgevolgd en af en toe moesten er bijsturingen komen. Dan dronken we een kop koffie om rustig alles in goede banen te leiden.
De tweede parameter hadden we niet echt in de hand. Uiteraard voor Johan een moeilijk gegeven: iets niet in de hand hebben. Bij een politiecontrole zou de kans bestaan, als de agent Johans rijbewijs vroeg, dat we in problemen kwamen. Johan had een verlopen rijbewijs, pas ontdekt, de dag vóór het huren van de scooter.
Geloof het of niet, maar die dinsdagnamiddag passeerden drie patrouilles. Dat gebeurde naast het rijden op de weg, ook toen we stilstonden en foto’s namen. Op dat moment spraken elkaar moed in: zo gewoon mogelijk doen. De politieauto draaide op de plaats waar wij stonden en maakte rechtsomkeert.
De Portugese gendarmerie was op pad en dat zouden we geweten hebben. Maar het geluk lag aan onze kant. Ik merkte dat Johan niet op zijn gemak was en zijn medische spiegel die namiddag extra gestoord was, dat alles omwille van de arm der wet en de mogelijke gevolgen ervan. Achteraf vertelde Johan dat dit hem erg zenuwachtig maakte. Heel begrijpelijk.
De laatste dag brak aan. We hadden de te nemen stappen samen voorbereid: het tijdstip van vertrek, tijdig de rugzak/draagtas zo klein mogelijk maken in functie van het vervoer op de scooter, de linten van de rugzak gelijkmatig aanhalen, Sibby zou een picknick klaarmaken, Johan had uitgelegd hoe ik een Uber kon boeken (en geen dure taxi), Johan had het benzinestation aangeduid waar ik kon voltanken en waar het laatste stukje rijden geen invloed zou hebben op de inhoud van de benzinetank, ik had met de telefoonhouder geëxperimenteerd die standaard op de scooter stond en waar ik in het heenrijden geen vertrouwen in had, mijn telefoon spande er nu veilig op: wat een voorbereiding…
Ik vertrok iets vóór 8 uur. Het werd een warm en tegelijk emotioneel moment. Ik had een mooie tekst voorbereid en die bij het ultieme vertrek verstuurde, tranen van emotie stonden in mijn ogen, mijn stem nam in kracht af toen ik vaarwel probeerde te zeggen of iets in die zin.
De laatste keer het dorp uit, langs de ellipsvormige rotonde naar rechts richting autosnelweg. Ik vond dat het traject langer duurde dan gedacht. Ik stopte nog even aan een benzinestation en vroeg een klant waar de A8 lag. ‘Niet zo ver meer, je bent op de juiste weg’, bevestigde hij.
Alles verliep vlot tot op het moment dat ik in de agglomeratie van Lissabon aankwam. De kantooruren lonkten veel automobilisten naar de hoofdstad, het tijdstip was niet ideaal. Net zoals in Brussel op zo’n ogenblik, dacht ik. Het verkeer zwol in drie files aan. Een scooterrijder schoot me voorbij en reed met knipperlichten tussenin de files. Zonder veel nadenken volgde ik zijn voorbeeld, toch een beetje met kloppend hart. Dat was ik niet gewoon. Stel je voor dat een automobilist onbedacht verandert van rijvak. Ik gaf wat extra gas en probeerde zo dicht mogelijk in het kielzog van de scooter die voorreed te blijven. Zo had ik een buffer. Dat lukte aardig tot op het moment dat mijn gps een afslag aanduidde. Ik keek op de digitale klok van de scooter. Ik herinnerde dat die niet precies klopte met het reële tijdstip, maar herinnerde me niet meer hoeveel die klok achterliep. Geen zorgen, zo dacht ik, ik rijd hier toch alles en iedereen voorbij. Sommige motoren en scooters namen de pechstrook. Ik volgde niet nadenkend hun voorbeeld. Ik bereikte zo tijdig het verhuurkantoor.
Alles verliep vlot, vlotter dan ik dacht. Tijdig de vlucht halen was meer dan haalbaar. Ik startte de Uber-app en zag dat Fadjal de chauffeur was die in een witte Fiat Panda met een bepaalde nummerplaat me zou komen ophalen. Op de app kon ik zijn traject volgen en plots stond Fadjal klaar in exact de tijd die de app had aangegeven. Een jonge man met rastakapsel deed wat je van een taxi verwacht. Prachtig systeem, zo dacht ik. Alleen vervelend dat ik tot op vandaag zeer geregeld Uberaanbiedingen krijg. Uber zal ik wellicht niet veel meer gebruiken, maar toch zal ik de app niet verwijderen, je weet nooit.
Zo geraakte ik ruim op tijd in de luchthaven en nu kon de terugtocht beginnen. Nu was er geen tijdsdruk meer. Nog even wat tijd om zo’n heerlijke Portugese koffie te drinken met de heerlijke lunch die Sibby had meegeven.
Wat een reis, wat een beleving, wat een ervaring. Onvergetelijk zou Eddy Wally zeggen… en hij zou overschot van gelijk hebben.
Bedankt Johan en Sibby, jullie hebben me heel veel gegeven…

