Na bijna negen weken thuis ga ik vrijdag terug aan het werk.
Wat ik in die periode geleerd heb? Dat ik nu toch écht eens moet luisteren naar dat lijf van mij.
Dat ik 58 ben en niet meer mee kan met de dertigers. Het heeft me een paar weken gekost om dat te aanvaarden.
Het gaat niet alleen om leeftijd, maar ook om slijtage. Mijn knieën zijn op. De rechter houdt zich enkel nog recht dankzij spieren en vel: kruisbanden en pezen zijn gescheurd, kraakbeen is er niet meer. De enige oplossing is een nieuwe knie, maar zover ben ik nog niet. Mijn linkerknie is op zich niet kapot, maar door een accident in ’86 kan ik die niet meer volledig plooien en mist ze kracht. Daardoor doet mijn rechterknie al bijna veertig jaar dubbel werk. Traplopen is moeilijk, maar zolang dat vermeden wordt, lukt het wel.
Mijn schouders dat is een ander verhaal. Artrose, een erfenis van mijn overgrootmoeder en mijn moeder. Iets wat ik toch van haar gekregen heb, want toen ze stierf erfde ik verder niets: haar huis en geld had ze al weggegeven.
Door die artrose kan ik mijn armen niet meer goed boven mijn hoofd heffen, lastig als je iets uit een kast moet nemen. Ook mijn linker duim is aangetast door artrose: dat gewrichtje kan vervangen worden, zeggen ze. En mijn rechterhand? Die wil niet meer volledig strekken door de ziekte van Dupuytren.
Alles kan operatief hersteld worden, maar waar begin ik? Een knieoperatie betekent krukken gebruiken, en dat kan mijn linkerhand en rechterschouder niet aan. Een schouderoperatie legt mijn arm acht weken stil en dan geraak ik niet eens uit bed of zetel. Snap je mijn probleem?
Dus sleepte ik mezelf voort, met extra pilletjes. Totdat het niet meer ging. Op een ochtend zat ik op de rand van mijn bed en dacht: nee, vandaag blijf ik liggen.
Vijf dagen heb ik geslapen. Geen zin, geen fut. Zelfs lezen was te veel. Tv kijken lukte nog net, maar na de film wist ik niet meer waarover die ging.
De dokter noemde het een burn-out, gecombineerd met een functionerende depressie: dagelijkse taken bleef ik uitvoeren, maar vanbinnen voelde ik me leeg en moe. De dokter schreef me rust voor en een verwijsbrief voor een psycholoog. Maar vooral geen pijnstillers meer. Als het pijn deed, ging ik gewoon liggen.
En dat werkte. Langzaam kwam mijn energie terug. Sinds vorige week voel ik me er weer klaar voor. Ik heb weer zin, ik verveel me zelfs een beetje. Genoeg thuisgezeten.
Vrijdag begin ik opnieuw, we starten met twee dagen per week.
We zien wel hoe het gaat.
Foto © Pexels

