Technifestatie 

Dit bericht is deel 93 van 106 in de reeks Donderdagse dialogen

Deze donderdialoog ligt al een hele dag en nacht in volstrekt onvermogen. Een technisch probleem ten gevolge van stroboscopisch fluctuerende stromen van alle mogelijke menselijke emotie. 

Omdat ik iemand ben die zich aan haar afspraken probeert te houden kots ik hier toch nog snel zomaar iets.

Want na twee dagen typen – tussendoor de was doen en tandarts bezoeken en dergelijke, – amper slapen, niet meer wijs uit mezelf raken, amper eten laat staan vlot verteren, niet kunnen plassen, pijn in mijn kruis en in mijn onderrug, en af en toe heb ik een plots piekende stress over mogelijke besmetting van wondjes overheen mijn hele handen en armen en benen door alle piepkleine fauna en flora in rivierwater. 

Onverwoordelijks stelt me daaromtrent weeral gerust. Ik blijk veel banger van kids recht uit de crèche voor wie ik koekjes heb achtergelaten in hun keukenkast. Als die op me af komen rennen met al dat soort beestjes in hun snottebellen,… Ik krijg er soms de kriebels van. 

Het technische betreft mijn gewoonlijke autismewerkelijkheid: de differentiële erosie van mijn en andermans ervaringen, en vooral… die tussenin mijn innerlijke introverte beleving en het externe Rondom, en door MS al snel ook een lichaam dat niet meer kan volgen.

Met andere woorden: de actuele donderdialoog kan pas ten vroegste volgende week geschreven, want ik weet nog steeds niet wat er allemaal is gebeurd. Ik heb al meer dan 24u pagina’s vol zitten lullen zonder dat er iets leeswaardigs voor uw blik op mijn scherm verscheen. 

De mede-ervaarder is ervan overtuigd dat zijn realiteit een objectieve waarheid is. Mijn  ervaringswereld is volgens hem geheel losgerukt van alle realiteit. Duh, ik heb daar zelfs een officieel document van handicap door.

Ikzelf erken zowel zijn ervaring als de mijn, ik vind die evenwaardig belangrijk, en ik ontken alle vormen van stationaire objectieve waarheid want zulk een concept is regelrechte aanslag op alle elementaire fysica.

Maar ik voel wel verdrietig omdat ik geen mooi afscheid kon ontvangen en geven aan dat piepklein precair pril ontluikend onsje met een – voor mij althans – echt súpermooie man. 

Ik weet onderhand al niet meer hoe hij er precies uitziet, maar hij heeft zo’n uniek trekje in zijn spontane gezichtsexpressie dat hij niet kan verbergen. Dat ik, volgens mij, overal ter wereld diréct zou herkennen. Zulke trekjes tonen tijdloos overheen alle mogelijke leeftijden van stervende lichamen. Zo’n trekje maakt dat ik wéét dat ik altijd weer verliefd op mijn liefje kan worden wat ook de situatie in alle vorige en volgende seconden. 

En ik had zo’n trekje omgekeerd ook voor hem. Zoiets heeft een niet te onderschatten belang in een onsje dat lichaamsvochten deelt en waarop alle onderdelen kunnen bouwen en vertrouwen in een symbiose die dat hele Rondom tesamen zeker weten wel vlot aankan. 

Kon ik anders dan het een kans proberen geven? Kon hij anders? Misschien, maar dan wilde ik dat daar en dan op dat moment niet, en hij net zo min.

We leken eerst ook vanzelf elk al jarenlang in hele goeie aanvullende rollen te identificeren, wat materiële manifestie betreft. De man had een veel grotere bus bíjna helemaal klaar, in Dídeans kleur, eentje waarin we wel samen zouden passen – in theorie toch.  

En ik vond het heerlijk zoiets mee te maken, samen te maken, ook al was het maar twee dagen. Twee iemanden voor elkaar, die het continuüm vol potentie tussenin elke twee voorkomende seconden samen brengen tot telkens weer een onsje om in thuis te komen wat ook de rest in Alwatis. Een onsje waar we tijd stil kunnen zetten, een ergens in de altijd veranderlijke overrompelende ruimtetijd, dat alleen wij twee echt kennen en waarvan alleen wij twee de sleutel hebben. 

Zo’n onsje heb ik nog maar één keer elders, met een ander medemenselijk prachtexemplaar, beleefd. En ook die heeft zijn eigen Onderweg in ervaring, met een nog veel groter differentieel verschil, overheen meerdere generaties zelfs. In een bepaalde zin vormen hij en ik nog steeds zo’n onsje, maar in het continuüm tussenin elke twee seconden is er nooit es manifesteermogelijkheid. Er is teveel anders gaande voor elk van ons. Tegelijkertijd… 

When nothing else makes sense… At least wé still do, my friend. 

Oe – ff wenen – da’s dan toch één onsje dat ik mooi mag blijven maken samen met mijn liefje in dit leven. Heel soms kom je es een écht lieve gozer tegen die jouw eigen ziel ook voelt binnenin en er voor zichzelf een realiteit aan weet te geven waar hij, op zijn minst, simpelweg de ballen last van heeft.

Als hij het ook voelt snijden ontmoeten we heel even in de Droomtijd… En life goes on. We gunnen het elkaar om duurzaam en vertrouwend dankbaar te verblijven, wat ook voor ruimtetijd aan afstand tussenin onze verschillende unieke belevingen van ieders eigen Onderweg. 

Ik dacht dus écht dat ik zo’n liefde zat mee te maken, zat samen te maken, – ahja! – want ik had Onverwoordelijks echt heel bewust erom gevraagd, en dan staat daar voor mijn neus plots dié man. Drakenbloed in zijn kastje, een sleutelhanger waarop beertje staat, bekertjes die precies in elkaar én in elkaars bekertjes passen, met een busje helemaal klaar om theoretisch perfect haalbaar in samen te wonen en al gitarend en zingend en ervarend liefde en licht in het rond te strooien terwijl we in tuintjes van cohousings en ecosamenlevingen passeren die we helpen onderhouden tesamen met de sedentaire bewoners daar. 

En nu kan er niks aan moois verder ontvouwen en mag ik er zelfs niks moois voor mezelf van maken in herinnering, want de man voelt zich gebruuskeerd, omvergewalst, niet gerespecteerd, verkracht… Ik vind het verschrikkelijk. 

Ik weet beter dan wie ook dat de intentie waarmee een ander stampt geen verschil maakt voor de wonde of de krampen ten gevolge. Zijn gevoel is ernstig en erg genoeg om nu zelf ook ferm spijt te hebben dat hij en ik mekaar ooit hebben ontmoet.

Ik krijg het niet over mijn hart. Het voelt gruwelijk als een ander lekker languit zit te lullen over de heerlijke tijd met jou gehad terwijl jij je verkracht, volstrekt geobjectiveerd, en van alle recht op je eigen beleving en emoties ontnomen voelde. Dat wil ik die man niet aandoen bovenop wat ik blijkbaar sowieso al aan regelrechte hel voor hem geweest ben. 

Ik weet niet hoe hij zich ondertussen voelt, het zijn mijn zaken niet, maar ik hoop dat het een heel pak beter is dan hij deed vlak voor hij me heeft geblokkeerd. Hij zei dat hij opnieuw contact zal opnemen als ie klaar is met wat ie te doen heeft, maar ik weet niet of dat waar is. 

Ik ben wél dankbaar om de blokkade, dat voelt ie ongetwijfeld.

Dat de miserie waarmee hij kampt maar snel en zonder verdere obstakels opgelost raakt, zodat ie kan beginnen genieten van het leven waaraan ie zo bewonderenswaardig zorgvuldig geduldig en volhardend heeft gewerkt de afgelopen jaren.

Het leek alsof we, wat dat betreft, bij elkaar hoorden als het lekkerst mogelijke kersje op elkaars manifestatietaart. De man is allerminst makkelijk, tenzij je’m gewoon in je bed wil krijgen. Hij paste overigens niet in het mijne. Ik voelde me wel fijn in het zijne maar we zouden de matras hebben moeten veranderen. 

Wat het ook was dat daar gebeurde ging opvallend makkelijk. Te makkelijk om het geen kans te geven. Ik was echt overrompeld verliefd. Niet op dat typische dat iedereen vanzelf knap aan zo’n kerel vindt. Ik was verliefd op hoe dat snoetje spontaan al mijn kwetsbaarheden aan me reflecteerde met al zijn eigen gevoeligheden er openlijk in gelegd, en zijn onweerstaanbare lef – alsook de kracht trouwens, of toch een heel pak meer dan ik heb – om liefde niet in de weg te staan. 

Althans dat leek toch zo. Twee, of drie dagen. Mijn eigen kracht kwam vooral voort uit geruststelling dat ie weer weg zou gaan, dus ik was wat in shock. Want dit eh – dit kon maar twee mogelijke kanten op. Dat had hij me, via een klein spontaan uitdagend tikje in zijn rechterwenkbrauw, al heel erg duidelijk verteld lang voor ik er alleen mee was.

En ik durfde. 

Ik volgde, ik voelde me sterk genoeg in mezelf om mezelf op te kunnen rapen wat ook zou ontvouwen, en die mens was volkomen vastberaden. Ik kon niet anders dan stralen. Niks woordjes schrokken hem af, hij bracht me alleen maar aan het schaterlachen met intelligent weerwoord en een rotsvast vertrouwen erin dat ik ‘m niet kon weerstaan.

Nu ja, in mijn beleving dan eh, ik weet me onderhand helemaal geen beeld meer te vormen van hoe het in die van hem was. Het fluctueert daar nogal, heb ik de indruk, en de laatste dag van onze interactie wilde hij me er vooral UIT. 

Maar tussenin alle waarneembare seconden ligt een continuüm aan potentiële ontvouwingen en tja… het ging dus de ene, en niet de andere, van die twee mogelijke kanten op. 

Ik vermoed dat het voor hem veiliger voelt het moois stuk te stampen. Vroeger vond ik dat ook veel makkelijker dan het liefdevol in alle vrijheid los te laten zoals het was in Alwatis zodat het daar ook altijd kan zijn. 

Ons was, en is, ook zíjn creatie. Zonder zijn aandeel blijft er van het mijne niks nog overeind. En life goes on. 

Ik ga me klaarmaken, k moet op tijd in ‘t ziekenhuis geraken.


Beertje Bernie

Beertje Bernie

Beertje neemt lezers elke donderdag mee in Dídean, het busje waarin ze woont als nomade zolang dat nog kan. Deze woonvorm maakt het mogelijk voor haar om te leven ondanks het gewicht – en het licht – van pervasieve ontwikkelingsstoornissen, chronisch ptsd met dissociatieve kenmerken, en multiple sclerose. Klik hier voor duiding bij soms wat rare woordjes in dit blog. Meer over Beertje Bernie

Donderdagse dialogen

Sagamemo Zondertijdstraat

Mis geen enkele blog van deze auteur!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief
van Beertje Bernie

Selecteer een of meerdere nieuwsbrieven:

🖂 Schrijf u hier in voor andere nieuwsbrieven
Wij spammen niet! Lees meer in onze privacy policy


U wilt reageren op deze blogpost? Dat kan op onze facebookpagina!

Vindt u wat u net las interessant? Overweeg dan om u in te schrijven op de nieuwsbrief van deze blog en ontvang een e-mail telkens iets nieuws verschijnt.