Wijsheid kent een prijs die met geen geld of middelen valt te betalen. Ze komt niét vanzelf met de jaren, zoals vaak verondersteld, maar ze is wel van onschatbare waarde. Ze groeit via bewust ervaren. Kwaliteit is wat telt wat dat betreft, niet kwantiteit – al valt ook daar wat voor te zeggen.
Stille aanvaarding van feiten, en alle bijhorende emoties zoals ze door komen stromen, is de beste leraar die een mens ooit hebben zal. Nochtans vluchten we veel vaker ver weg ervan, en we vechten – tot de dood desnoods – als vluchten niet kan.
Het wachtzaalscherm knippert mijn gezicht naamloos met nummer. Kabinet vijf, daar word ik verwacht. De mooie jonge urologe stelt de nodige vragen en ik geef antwoord zo goed ik kan. Uit mijn relaas filtert ze de info die ze nodig heeft, terwijl ze ijverig via haar toetsenbord noteert.
– Is het al es voorgekomen dat het helemaal niét lukte om te plassen, ook niet uiteindelijk?
– Niet in de zin dat ik een ambulance moest bellen, maar het gebeurde wel dat ik bewusteloos viel op het toilet, en dan bleek telkens dat die blaas zich vanzelf geleegd had terwijl ik op de grond lag.
Ze zit, emotioneel onbewogen en professioneel, en ze kijkt naar haar computerscherm. Met piepkleine microexpressie brult ze echter oorverdovend stil:
Waarom in godsnaam zit gij hier nu pas?
Ik geef geen antwoord. Ze vroeg het immers niet, en alle relevante pervasieve indoctrinatie sinds mijn geboorte zou vast te ver afwijken van haar vakgebied. Zoveel tijd is er ook niet. De wachtruimte zit vol met alle volgende patiënten.
Het verdere onderzoek mislukt, want een speciaal toilet moet vanalles meten vanaf het moment dat ik me neerzet tot en met het moment dat ik geplast héb. Na een tiental minuten klopt de verpleegkundige aan:
– Mevrouw… Het gaat niet lukken, denk ik eh?
– Nee…
Vervolgens toont een echoscopie een kleine 400ml urine in mijn blaas die er vlot uit had moeten lopen maar dat, zoals gewoonlijk, niet deed.
De arts vertelt me dat heel veel MS-patiënten progressieve plasproblemen kennen, al heeft mijn lichaam de gewoonlijke eerste fase – die van ongecontroleerd urineverlies – blijkbaar overgeslagen. Ze lacht een welkome en geruststellende lach:
– We gaan u echt heel goed kunnen helpen, hoor.
Bijgevolg zal ik volgende week weer wijzer worden. Dan zal een verpleegkundige mij leren hoe ik mijn blaas zelf kan sonderen, en me de nodige middelen geven. Ik heb hoegenaamd geen goesting daarin, maar vluchten of vechten heeft geen enkele zin.
Als het dat maar is, misschien.
De laatste MRI toont immers dat er geen nieuwe ontstekingshaarden in mijn hersenen zijn onstaan, en dat geen van de bestaande groter zijn geworden. Andere onderzoeken bewijzen dat mijn lichaam de MS-afremmende medicatie voorlopig nog steeds goed verdraagt.
Ik kan toch moeilijk euthanaseren alleen maar omdat ik geen artificiëel spul in mijn urinebuis wil steken… Als ik binnenkort bovendien kan verzekeren dat mijn blaas niet scheurt onderweg, kan ik met een gerust gevoel Dídean nog es andere richtingen uitsturen dan louter rondom de mij vertrouwde ziekenhuizen.
Oe!
Ik begin meteen een bezoek te plannen aan onze Opperkiwi en zijn vrouwtje in Portugal via een route met allerlei andere bezoeken bij andere vrienden in andere landen. Ik ben reuze benieuwd naar hoe elk plekje is geëvolueerd, hoeveel wijzer we allen zijn geworden en wat er allemaal valt te delen.
Dankbaar dat iedereen nog leeft, en dat Onverwoordelijks ons de kans op nog een real life knuffel geeft.


