Portugezen zijn zoetekauwen! In het begin dat we hier kwamen ging ik soms ‘s morgens vroeg naar de bakker om vers brood ( dat hier zo goed als nooit een lekker krokante korst heeft), en altijd zat en zit de zaak vol mensen die ontbijten met de gekende kleine koffietjes plus een glaasje water, en meestal ook met enkele “pastéis de nata” of andere gebakjes! De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er vaak ook een belegde “pistolet” of een “torrada” worden geserveerd. Een torrada is een 2 à 3 cm dikke snede brood die wordt getoost en daarna langs beide kanten heel rijkelijk wordt besmeerd met gezouten boter. Als je daar in bijt loopt die heerlijke Portugese boter (“van de eilanden” staat er meestal op de verpakking) zo je mond in… superhéérlijk, echt waar, maar niet zo goed voor de cholesterol!
Wat wou ik eigenlijk vertellen? O ja: ‘s morgens vers brood halen bij de bakker… dat lukt dus niet! Ik heb het hier al bij drie bakkers geprobeerd, maar “brood”, dus “gewoon brood” kun je maar kopen vanaf een uur of tien! “Pistoletjes” wel natuurlijk, die zijn vroeg klaar. Staat je vakantiehuis een dikke 15 minuten rijden van de bakker en heb je geen brood meer in huis, tja, dan blijf je er ook maar ontbijten he, en dan ga je meteen boodschappen doen! Arm worden wij toeristen er niet van als we in dit land, zeker buiten de toeristische steden en regio’s, gaan ontbijten: twee dik belegde broodjes en een “abatanado”, een “gewone” grote koffie dus, heb je hier voor ongeveer 3 euro… Dat alles hier zo goedkoop is, goals vaak wordt gezegd, is zeker niet waar! Voor dranken van een multinational, zoals Coca Cola, betaal je hier ook in de kleine dorpjes gemakkelijk 2 euro 50. Eigenlijk is alles wat uit het buitenland komt hier erg duur, zeker als je het vergelijkt met de meeste lonen, die hier naar onze normen erg laag zijn! In 2024 was het gemiddelde nettoloon van een bediende in Portugal zo’n 950 euro!
Een gevolg daarvan is dat zogenaamde werkuren ook erg laag liggen. Ik ben heel regelmatig naar de kapper geweest om mijn haar te laten knippen en brushen met alles erop en eraan, en betaalde 15 euro. Toen mijn zoon hier nog niet woonde en we 6 weken in zijn huis verbleven had ik een probleem met mijn laptop, dat zoonlief van op afstand niet kon oplossen. Dus brachten we de computer naar de computerzaak hier in het stadje. Ik weet niet meer precies hoe hoog de rekening was, maar wel dat ik het bedrag naar boven afrondde. Ik betaalde 20 euro…
Portugezen knappen ook zoveel mogelijk zelf op of vragen dat aan een familielid of een vriend, maar de “wegwerpmaatschappij”, die kennen ze hier nog niet! Kunnen ze “iets” niet meer gebruiken, of het nu een stoel, een reiskoffer, een oude computermonitor of wat dan ook is, dan wordt het naast de containers gezet (in elke straat staan er containers voor restafval, en om de paar straten ook voor papier en karton, glas en PMD). Het staat er nooit lang, er is altijd wel iemand die kijkt of hij het kan herstellen en het kan gebruiken! Ja: ook dat is Portugal!
Die noodzaak/gewoonte om alles te herstellen tot het echt niet meer kan hersteld worden, zie je vooral ook aan de auto’s. Op de ‘oude’ nummerplaten stond ook de maand en het jaar van de eerste ingebruikname (de laatste jaren zetten ze dat er niet meer op) en je ziet nog heel vaak auto’s uit het begin van de jaren ’90! Van die hele oude auto’s moet je zelfs niet naar de nummerplaten kijken maar zie je ook vaak aan het koetswerk helemaal zonder glans…
Wij gaan graag uit eten, en zorgen ervoor dat we daarvoor, naast de vluchten, de huur van de auto, de huur van het huis met de immense tuin waar Pitou, onze poes van 16 jaar gek op is (Ze herkent het huis en de tuin meteen als ze er na een jaar weer aankomen! Zie blogreeks over onze “Pitou, de kat die er niet meer had mogen zijn”), ook daarvoor een budget voorzien. In de meeste zaken, zeker buiten steden als Lissabon, Porto, Coimbra, Albufeira…, kun je echt heel lekker en goedkoop eten: voor een hoofdgerecht of soms zelfs een tweegangenmenu betaal je veelal minder dan 10 euro. Ga je naar een “beter” restaurant dan betaal je wel wat meer, maar ook daar is het helemaal niet duur, vergeleken met de prijzen hier in Oostende! Wij hebben het geluk dat we op 900m van het huis in Reguengo Pequeno, waar we verblijven, een schitterend restaurant hebben, Vestigium, waar ze de lekkerste Portugese specialiteiten serveren: cataplana (een éénpansgerecht met vis, schaaldieren, paprika…), caldeirada de peixe (stoofschotel met vis), verschillende gerechten met bacalhau (kabeljauw), maar ook het typische zwarte zwijn van het Iberisch schiereiland dat echt buitengewoon smaakt, en helemaal niet kan vergeleken worden met ander varkensvlees! Wij zijn er met onze jongste zoon geweest, toen hij zoals elk jaar een paar dagen bij ons verbleef. Dat is een echte carnivoor, die alle vlees wil proeven en er ook altijd van geniet, maar tot nu toe nog het meest van een goed bleu gebakken entrecote. Hij koos die avond voor “tomahawk” (eigenlijk kotelet) van het zwarte varken, en genoot er zichtbaar van! Het kon zeker de vergelijking weerstaan met een flinke, goed gebakken entrecote, zei hij! En dat hij er twee kreeg, groot en van zo’n 3cm dik, zal hem zeker ook bevallen hebben! Daar betalen we 17€ voor, met bijgerechten natuurlijk, en voor een fles wijn, één van de duurste op de kaart, betaal je daar een 14 – 15 euro. Dus, naar onze normen heel erg , “schappelijk”, maar voor de meeste Portugezen wel wat duur…
Wat we in Portugal nog nooit zagen, waren “flitsers” langs de baan. Zeker op het platteland gebruiken ze een ander systeem om overdreven snelheid terug te dringen. Je wordt verwittigd via borden dat de snelheid wordt gecontroleerd, rijd je toch te snel, dan kom je voor een rood licht te staan! Alleen jammer dat mensen die de verkeerssituatie daar op die plek kennen, zich daar meestal niets van aantrekken: ze weten dat dat rode licht meestal enkel dient om de overtreder “te plagen”, dat er meestal geen auto uit het zijweggetje komt (ik weet zelfs niet of er op die zijweg ook een verkeerslicht staat dat dan op groen springt… Daar moet ik de volgende keer op letten!), dus rijdt de overtreder gewoon door het rode licht… en stopt de toerist of iemand die niet veel in die streek komt, braafjes voor het verkeerslicht! Tja, dat is ook Portugal zeker? Hoewel ik dat de Belgen ook wel zie doen, mocht dat systeem hier gebruikt worden!
Nu ik het toch over “de straat” heb: als er ergens gewerkt wordt aan een straat of een voetpad, staan er meestal 2 gendarmes (“rijkswachters”) bij. Gewoon, als er bijvoorbeeld een klein putje gegraven wordt om er een verkeersbord in recht te zetten: 2 agenten voor de veiligheid! Er wordt een zebrapad geschilderd? Twee agenten voor de veiligheid! Het moet gezegd dat er niet erg veel werklozen zijn in Portugal… Toen we onze zoon bezochten in het Universitaire Ziekenhuis in Lissabon, merkten we ook op dat er niet op personeel bespaard wordt, zoals bij ons. Als bezoeker moest je je eerst gaan aanmelden in een kantoortje vooraan. Daar werd (het was in de corona-periode) nagekeken of je naam wel op de bezoekerslijst stond en of het uur klopte. Dan kreeg je een vignet om op je jas of trui te plakken. Dan: óp naar het gebouw van de longziekten. Aanmelden! “OK, ga maar zitten…” Toen het tijd was kwam iemand je halen en werd je met de lift naar boven gebracht. Stop! Aanmelden bij de verpleegster die in het kantoortje tegenover de lift zit…. Controle: “wie ben je? Voor wie kom je?” Ok, dan mocht je doorlopen naar de kamer.
Toen hij een jaar later op de andere campus lag, in een moderner ziekenhuis dat niet bestond uit een serie afzonderlijke gebouwen maar uit één groot en hoog gebouw met zijvleugels, was de corona voorbij, maar de controles niet! Binnengaan…. Een nummer trekken aan de automaat… Regelmatig werd er door de beveiliging iemand aangesproken: “wie ben je? Van waar kom je? Voor wie kom je?” Een aantal rijen stoelen… daar wachten tot er op een lichtbord verscheen dat je naar loket 1, 2, 5, 15… mocht om je aan te melden. Weer werd er nagekeken of en door wie je verwacht werd, en weer kreeg je een vignet voor op je trui. Ok ga maar door… “Stop! Mag ik je vignet eens zien? Hoe is je naam? Waar ga je naartoe? OK, ga maar door!” Lange gang door, hoek om, lift naar boven…. Een kantoortje, met een verpleegster: aanmelden dus! OK, ook hier weer “goedgekeurd voor dienst”, en dan, eindelijk naar mijn zoon! De eerste keer had zoonlief geregeld met de hoofdverpleegster dat pa en ma samen op bezoek mochten (je weet wel: “ ze komen speciaal uit België en zijn gisteren pas aangekomen, ze zijn hier nog nooit geweest en zijn zo’n groot ziekenhuis niet gewoon, ze zijn bijna 70 en vooral pa is erg zenuwachtig…….”) maar daar waren de dames aan het onthaal, de mannen van de security en de verpleegster die boven in het kantoortje tegenover de lift zat niet van op de hoogte! Dus: dame 1 verklaarde pertinent dat dat echt niet kon! Dat mocht niet!! Toen vroeg ze rond of iemand daar iets van wist, neen dus! Dan maar telefoneren naar de afdeling, naar dat ene, vaste toestel in de verpleegsterpost, waar blijkbaar niemand zat! Nog eens bellen… Nog eens…. Nog eens…. Nog eens…. Nog eens…. Nog eens…. Nog eens…. Nog eens…. Nog eens…. Ga dan maar door en leg het boven uit! (en aan de security natuurlijk…) De verpleegster boven probeerde ook iemand aan de telefoon te krijgen, en nog eens. Nog eens…. Nog eens…. En besliste toen zelf de hoofdverpleegster te gaan zoeken! Die kwam (gelukkig!) breed lachend “mãe” en “pai” van João halen, “mãe” en “pai” die speciaal van België kwamen om hun zoon te bezoeken, hun zoon die kanker had en een tracheotomiecanule in zijn keel had en niet kon spreken (we wisten niet of dat ooit nog zou kunnen, wat gelukkig wel kan, met behulp van een stukje op de buis dat zoonlief met een vinger moet afsluiten als hij wil spreken). En dat in een land waar familie, vooral pa en zeker ma het allerbelangrijkst zijn, waar liefde voor ouders onvoorwaardelijk is! Een jaar eerder, in het ziekenhuis Pulido Valente, stond die eerste keer dat ik er was, de hele afdeling op zijn kop! Iedereen wist dat ik zou komen, en dat werd ook telkens aan een passerend personeelslid gezegd: “esta è a mãe de João!”. Met handen en voeten legde de verpleegster toen uit dat ik niet echt moest kijken naar dat halve uurtje dat bezoekers toegestaan was: ik mocht blijven zolang ik dat wou!
Tja: Portugal is ook een land waar geld gevonden wordt om veel mensen aan het werk te zetten in plaats van ze te betalen om te “doppen”, waar héél véél bureaucratie is, maar ook waar familie en vooral de ouders en grootouders héél erg belangrijk zijn!
Het is het land waar ik niet veel (van) begrijp maar ook waar ik me meer en meer thuis ga voelen…

