Reizen met de Vespa (Deel 1)

Dit bericht is deel 1 van 10 in de reeks De Vespa als aantrekkingskracht voor bizarre reisverhalen

De basis

Het is nauwelijks onder woorden te brengen om uit te drukken wat wij als kwetsbare reizigers de laatste jaren hebben meegemaakt. Tekens was dat bekend Italiaans ding de verbinding, hoe gek…

Wij… betekent doorgaans met z’n vieren of vijven of die ene keer een z’n zevenen, Vespavrienden op reis door Europa. Met heel ons hebben en houden mee, stel je dat maar letterlijk voor: tent, kookgerei, Vespa-onderdelen, kledij… noem het op. Geen klein ritje: gemiddeld een kleine 3000 kilometer per reis.

Vooral toen we niet aan het rijden waren en onze Vespa’s even op adem kwamen, klampten mensen ons aan en ontstonden soms surrealistische verhalen.

Die verhalen over de vele jaren heen wil ik graag met u delen. Elke week verschijnt in een reeks een onwaarschijnlijk reisverhaal, zonder overdrijving (of heel uitzonderlijk een heel kleine beetje), maar echt en authentiek meegemaakt.

Maar… geduld is een mooie deugd. Eerst moet u mee naar de basis van die reisverhalen… Show time baby!

In het begin was er…

Toen ik vanaf 2012 ernstige plannen had om met enkele Vespavrienden in de stijl van de jaren ’60 rudimentair met de scooter door Europa te reizen, moet het onbewust die jaren ’60 zijn geweest die de ware inspiratiebron voor mij hebben betekend.

Ik was slechts drie jaar oud toen mijn vader besliste om door Europa te reizen. Vaders beslisten toen, dat was zo, en de rest van het gezin volgde. Op hotel verblijven met ons kroostrijk gezin van zes telgen was geen optie. Mijn oudere broers overtuigen vader om te kamperen. Dat was toen de nieuwste trend.

Naar verluidt zou reizen op die manier financieel best haalbaar zijn.  Vader ging akkoord op één voorwaarde: hij zou ‘nooit van zijn leven’ een tent rechtzetten. Hij wilde rijden, veel en ver, maar een tent opzetten: neen! En zo geschiedde.

We kochten een tent voor acht personen bij de firma De Cuyper in Poperinge. De tent, overeenkomstig met de toen bestaande technologie bestond uit zwaar oranje zeildoek met een even zwaar blauw dak en met metalen, onverslijtbare buizen. Er waren twee uit de kluiten gewassen broers nodig om de tent op en van de bagagedrager te hijsen. Bij droog weer was dit karwei al lastig, bij noodgedwongen samengooien van de tent als het had geregend, was het andere koek. Dan moest ons gezin deze klus met z’n vieren klaren. Gelukkig waren er broers genoeg.

Voor vader was dat allemaal bijkomstig, hij bleef trouw aan zijn uitgangspunt. En reizen hebben we gedaan… Schitterende voor ons onbekende streken, verrassende historische steden, hebben we gezien. In overvloed, wees er maar zeker van…

Ik mag in bescheidenheid zeggen dat ons gezin toen tot de pioniers behoorde. Om u een idee te geven: in 1963 Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk, in één zucht. In 1965 Noorwegen, duizenden kilometers heen en terug. In 1967 dwars door Spanje. Het vermelden waard was dat er geen enkele Costa op het programma stond: Burgos, Madrid, Toledo, Andalusië,  Gibraltar… noem het op, voor een slordige 5000 kilometer. In 1968 naar Tsjechoslowakije, nog voor de Praagse lente. In 1969 ging het er iets rustiger aan toe: heel Zwitserland door, van kop tot teen. Eind jaren ’60, begin jaren ’70 naar Italië: van Toscane tot in Pompeï en terug langs Venetië. Moet er nog zand zijn?

Als ik dat met hedendaagse inzichten overschouw was het project kamperen toen legendarisch. Straffe kost, zonder meer. Zowel wat betreft de bestemmingen (toen waren er niet overal autosnelwegen zoals vandaag), als de algemene staat van de secundaire wegen. En dan ons vervoermiddel: onze Peugeot Familiale, vol kinderen en bagage. Geen reisbijstand, want dat was de gewoonte niet of bestond nog niet, toch niet op de schaalgrootte zoals wij dat nu kennen.

Heel frustrerend was de doortocht door Spanje: één raampje (het raampje van de chauffeur) mocht open tot ongeveer 10 cm van de bovenrand want vader kon niet tegen de tocht: hij zou een verkoudheid opdoen. Toen het zo tropisch heet was tijdens de maand juli in 1967 in Zuid-Spanje mocht na veel aandringen met raampje open tot op 15 centimeter. Neen, niet meer.

Maar toen moest eerst gestopt worden: moeder moest een propje watten uit de verbandkist nemen en het tot een worstje draaien. Dat belandde veiligheidshalve in vaders oren. Zo zou hij niet verkouden worden.

Bij de tussenstops op weg naar de camping, was er met vast patroon een stop die we omdoopten tot ‘knietje – sigartje’. We hadden na veel overredingskracht vader kunnen overhalen om niet meer in de auto te roken. Bij dergelijke stops, bewoog vader wat onnatuurlijk om de auto heen, houterige geïmproviseerde gymoefeningen moesten zijn pijnlijke knie tot zichzelf te laten komen. Met een sigaar, zo’n fijn model, als steun en toeverlaat.

Handig was bovendien het sparen van de metalen dozen waarin de sigaren werden verkocht. De lege dozen gaf hij door aan zijn leerkrachten op school om het ‘melkgeld’ in te bewaren. Vader was hoofdonderwijzer.

Zo anders…
Elke nieuwe julimaand in de jaren ’60 was me steeds te snel af. Ik was alweer te laat met mijn visuele voorstelling van dat reizen. Neem dat maar zeer letterlijk: het ging over zomerkledij. Die was zo anders en tekende zich zo scherp af tegenover de dagelijkse leefgewoonte. Vooral vader zag er zo vreemd uit. Van moeder viel dat minder op. Zij droeg steeds jurken of rokken, nooit een lange broek. Later wel. Het verschil tussen zomerse of winterse dameskledij viel mij niet meteen op.

Toen we op reis vertrokken, steeds na een slapeloze, zenuwachtige nacht, stipt om vier uur in de morgen, was het alsof ik plots een andere vader had. Ik was gewoon het hele jaar door om hem met hemd en das te zien. Zo ging hij werken, zo ging hij naar het voetbal (lees Den As = AS Oostende). Ook thuis droeg hij bijna altijd hemd en das. Kortom, dat was zijn handelsmerk.  

Opeens verscheen hij in korte broek en zonder hemd. Spierwitte, te magere benen, sprongen in het oog. Hij droeg een beige, te lange short en had visueel nog enkel een tropenhelm te kort om door te gaan voor Stanley of Livingstone. Zijn short leverde  me een gevoel van schaamte op. Liever straks niet op straat in de buurt van vader lopen, zo dacht ik toen.
Alle shorts toen waren kort, heel kort eigenlijk. De lengte van zijn korte broek was op dat moment ver uit de mode. Hij had daardoor iets van een voetballer uit de jaren ’50. Stanley Matthews, de Britse stervoetballer met ook een te lange short verscheen op mijn netvlies.

Ook was die eeuwige das weg, voor mijn stereotiep beeld was dat bijzonder vreemd. Een soort polo, nu beschouwd als retromodel, was zijn tijdelijk vervanghemd. Eigenlijk was hij sowieso retro, maar besefte het niet.

De lengte van zijn short bleef me verbazen. Eind juni had moeder dezelfde short van het jaar voordien ergens uit de kast gehaald. Toen was het modebeeld van een korte broek echt wel bijzonder kort.  Sport zette, zoals ook nu, de toon. Bekijk maar eens een foto van de Duitse voetbalkanon Gerd Muller.  Dat was de trend!
Die sportbroek was zo kort en zo hoog opgetrokken dat zijn Duitse testikels zich scherp aftekenden. Dát was de norm. Voor zij die Der Bomber (de bijnaam van Gerd Muller) niet hebben gekend , spreek maar eens Google aan en let op zijn broekje.

Ieder zijn taak

Ik had een beperkte taak toen de vermoeide auto met dito inzittenden stilviel op de camping. Een kleine Neutebuk, zoals ze mijn broers me als jongste van het groot gezin noemden, moest immers nog alles leren. Wellicht was het veel meer om me bezig te houden zodat ik niet in de weg liep. Want het ging bij aankomst op een camping vooruit, verbazend snel vooruit. Vader zette zich neer in zijn campingstoel zoals technisch werd afgesproken: hij stond in voor de reisvoorbereiding en voor het malen der kilometers. Nu deed hij geen vel meer.

Alle anderen hadden een redelijk duidelijk omschreven taak. Moeder moest zo snel mogelijk aan de warme maaltijd beginnen. Ook dat was zo anders dan anders. Wij aten altijd ’s middags warm, zondermeer. Tussen 12 en 1…eet iedereen (warm).
Omwille van de reisverplaatsing werd totaal tegen ons DNA op een vreemd tijdstip warm gegeten. Warm eten werd erg letterlijk geïnterpreteerd. Vreemde blauwe flessen Campinggaz werden door de broers zo snel mogelijk geïnstalleerd. Want goed eten vonden we allemaal belangrijk. Mijn zus hielp moeder met het koopproces. De soep vormde een zeer groot probleem. Dagelijks aten we thuis verse soep. Daar stonden wij nu schoon, in Burgos, Lillehammer of Sorrento: geen dagelijkse, verse soep, bij god…

Een tussenoplossing werd het uiteindelijk. De dagelijkse soep werd Royco Minute Soep. Daarmee konden we, soms met halve lange tanden, leven. Maar voor de rest aten we zoals thuis. Enkel het tijdstip verschilde. Vlees, aardappelen, groente en saus., zelfs bij 38 graden in Andalusië. Verder alles vers zoals thuis, geen twijfel daarover. Geen bokalen, neen, verse appelmoes om maar één voorbeeld te geven. Of toch, bij nader inzien, nog één uitzondering: geen verse mayonaise zoals we dat gewoon waren, maar de mayonaise kwam nu bijna sprookjesachtig uit een tube, net als tandpasta. Magisch was dat, maar het smaakte afschuwelijk.

Mijn specifieke taak bestond erin om de zes of acht luchtmatrassen, naargelang de hoeveelheid broers die mee waren, op te blazen. Als jong kind slaagde ik daar nauwelijks in, maar het was voor de goede zaak. Iedereen moest helpen.

Wordt vervolgd…

Afbeelding: Microsoft Copilot


Bart Houwen

Bart Houwen

Bart heeft een verleden als auteur van schooluitgaven, gelegenheidsuitgaven voor motortijdschriften en Vespa Club Oostende. Hij is directeur op rust van een Vrije Kleuterschool. Meer over Bart Houwen

De Vespa als aantrekkingskracht voor bizarre reisverhalen

Reizen met de Vespa (Deel 2)

Mis geen enkele blog van deze auteur!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van Bart Houwen

Selecteer een of meerdere nieuwsbrieven:

🖂 Schrijf u hier in voor andere nieuwsbrieven
Wij spammen niet! Lees meer in onze privacy policy


U wilt reageren op deze blogpost? Dat kan op onze facebookpagina!

Vindt u wat u net las interessant? Overweeg dan om u in te schrijven op de nieuwsbrief van deze blog en ontvang een e-mail telkens iets nieuws verschijnt.