
Autostop in de Cevennen
Die reis met onze Vespa’s was een uitzonderlijke editie wat de bemanning betreft. We waren door medische omstandigheden op slechts drie personen teruggevallen: Kris, Carlos en ik.
Omdat elke reis al een of ander bizarre ervaring had opgeleverd, stonden we als het ware vruchteloos te wachten tot een spannend verhaal onze weg kruiste. Zou het een saaie reis worden? Neen, dat niet, maar waar bleven die onvoorziene omstandigheden als een recept voor een prachtverhaal…
Op de laatste effectieve dag ter plaatse was het bingo. We reden begin september onder een stralende zon langs kronkelde bos – en bergweggetjes door het liefelijke landschap van de Cevennen. Dennen, witte rotsblokken en verrassende gorges met vergezichten zijn ginds het handelsmerk. Bochtige weggetjes zorgen soms voor plotse verschijningen. Opeens zijn er wegenwerkers achter een scherpe bocht putten aan het herstellen en moet je snel in de remmen. In Frankrijk herstellen ze heel veel wegen, eigenlijk wordt het werk vaak gereduceerd tot putten opvullen. Of wegen bestrooien met kiezels die ingereden moeten worden door het passerend verkeer. Die mooie dag namen we voor de zoveelste keer een scherpe binnenbocht. Helemaal tegen de binnenkant verschenen (en dat is het juiste woord) twee meisjes, twee dames eigenlijk. Zij behoorden tot de vele wandelaars in het gebied. Flinke dagtochten door het glooiende landschap staan dagenlang achter elkaar geprogrammeerd. Dagelijks een gemiddeld van dertig kilometer onderweg is vaak de norm.
Uitzonderlijk zie je eens een stappend gezelschap begeleid door een ezel, en dit voor dagenlang, typisch voor deze streek.
Neen, geen ezel in die bocht, twee frisse dames om een bordje met een plaatsnaam op en het duimpje omhoog.
In de snelheid waarmee je de scherpe bocht neemt en er plots twee dames met het duimpje omhoog met bestemmingsbordje… de menselijke geest moet toch erg snel reageren.
Het bordje verwees naar een moeilijk te lezen geografische plaats, te meer omdat de dame het bordje ondersteboven hield. We zagen in die flits die twee lifters en hadden nog net de tijd om smalend te reageren dat we zo om technische redenen niet konden meenemen. Zo een reactie van: jammer maar helaas… Allemaal voorbij schietend in die bocht. En de dames glimlachten vriendelijk en begrijpend dat wij niet op hun verzoek konden ingaan.
Op degelijke reizen hebben we om veiligheidsredenen interne communicatie. We kunnen zo mondeling aangeven dat er een gevaar dreigt, de bocht scherper is dan voorzien, een automobilist die gevaarlijk inhaalt, en zo meer. Uiterst handig, en vooral ten gunste van de veiligheid. Je kan ook boodschappen aan elkaar doorgeven als het moet. We beperken ons daarin omdat dit tot verstrooid rijden leidt.
Enkele ogenblikken na het nemen van die fameuze bocht waar de dames autostop deden, weerklonk in de oortjes van onze helmen een enthousiaste boodschap op conto van Kris: ‘Zullen we terugkeren en ze meenemen op onze Vespa’s? De max zeg!’
Wat een voorstel, helemaal geen grond van realiteit, maar stel je voor, dat we dat proberen…
Een jongensachtig gevoel van spanning en hoogmoed overweldigde ons. Doen we dat echt? Ik weet nog steeds niet waarom, maar onmiddellijk beslisten we terug te keren naar de twee meisjes. We zouden hen voorstellen om hen als passagier op onze scooter naar hun bestemming te voeren.
Maar dat kan toch niet, we hebben geen extra helm mee voor hen. Ook de verplichte handschoenen zijn er niet? Toch wel, onze reservehandschoenen, liggen altijd wel ergens opgeborgen. Dat heb je immers vaker nodig dan gedacht. Kletsnatte handschoenen zijn geen pretje. Ze vervangen komt meestal goed van pas.
De spanning werd stelselmatig opgebouwd tijdens het terugrijden, iets tussen droom en werkelijkheid. Wat als plots de Franse gendarmerie passeert? We hadden al eens eerder met deze luiden problemen gehad omdat we een stopbord negeerden. De gendarmes lachen daar niet mee. Stel je voor rijden op een Vespa zonder helm…
Toen kwam ik nog snel met een mooi compromis op de proppen. Ik zou een eindje voorrijden en de weg scherp in het oog houden op politie – of gendarmeriepatrouilles. Dan kon ik Carlos en Kris met het communicatiesysteem waarschuwen. Zo zouden tijdig kunnen stoppen, de dames heel snel van de scooter werken en verder doen alsof er niets aan de hand is. Desnoods vriendelijk glimlachen naar de arm der wet die passeert en niets door heeft. Het idee kon werken, zo vonden we. Nu nog dit snode plan aan die meisjes verkopen.
We hadden niet veel tijd meer om daarover te filosoferen, want daar stond het tweetal al in de bewuste bocht. Er was ondertussen geen auto gepasseerd in deze uiterst desolate streek.
Enigszins zenuwachtig legden we met horten en stoten ons gedurfde plan uit. De dames zagen er tot onze grote verbazing geen graten in. We benadrukten dat we zeker niet snel zouden rijden en dat er een verkenner zou voorrijden en ingrijpen mocht en politiecombi ons pad kruisen.
In een vlaag van overmoed vroegen we ons af waarom ze zo snel overstag gingen. Drie knappe mannen met een enorme uitstraling… daar konden ze toch geen neen tegen zeggen. Terug op aarde had het wellicht met een ander aspect te maken.
Misschien speelde het idee dat hun zware staptocht, die nu wel sterk verkort zou worden, doorslaggevend mee.
We wilden de rekening maken van de winst voor de dames, maar moesten aan de dame met het bordje vragen, het stuk karton om te draaien. Ze viel uit de lucht dat ze de hele tijd het bordje ondersteboven had gehouden. Nu wisten we pas waar ze heen wilden.
Een rekenoefening maakte snel een duidelijk verschil: bijna 12 kilometer minder stappen is meer dan een slok op een borrel.
De bewuste dame was van Aziatische afkomst. In een moment van zinsverbijstering dacht ik dat ze geen kennis van het Frans had. Een bewijs was het bordje dat ze had ondersteboven had gehouden, zo dacht ik. Toen ze begon te praten, bleek ze een Française zoals alle andere, wellicht was ze al haar hele leven in Frankrijk.
De ogen van de dames fonkelden: wat een idee… gedurfd, maar echt in hun voordeel.
Ze maakten er weinig complimenten over en wilden graag meteen opstappen.
Hoe duidelijker hun ja, hoe moeilijker onze ja werd. Zullen wij dat echt wagen?
Ik stelde aarzelend voor om bij wijze van proef enkele kilometer te rijden en dan te
evalueren. Dat bood psychologisch perspectief. De onderlinge communicatie met de oortjes was onze levenslijn.
Zo gezegd zo gedaan. Kris bood plaats aan het meisje met het omgekeerde bordje, van Aziatische origine. Ze had een zomers hoedje, beige van kleur, van ver , van heel ver, kon dat doorgaan als een helm. Niet slecht. Carlos begeleidde hoffelijk de andere dame en benadrukte nogmaals dat we rustig zouden rijden.
Beide dames hadden wat bagage bij, elk een rugzakje. Carlos, met zijn moderne Vespa, kon de rugzak moeiteloos in zijn topkoffer opbergen. Zijn passagier had daardoor super veel comfort tijdens het rijden. Voor de dame met het beige hoedje leverde het idee om haar als passagier mee te nemen technisch wat problemen op. Een blinde zag dat haar bagage en een soort schoudertas als een handtas op de Vespa van Kris een groter probleem werd dan aanvankelijk gedacht. Kris heeft een oud model van Vespa, geen topkoffer en weinig zitruimte voor een passagier.
Ik stelde voor haar rugzak over te nemen. Ik had immers als verkenner geen passagier en had dus plaats zat. Moeiteloos gaf ze vol vertrouwen haar rugzak af die ik meteen omdeed. Haar handtas kon ik moeilijk vragen. Het was eigenlijk een buideltje die ze diagonaal op de buik droeg.
Bij het opstappen, kon ik mijn lach moeilijk bedwingen. Ik deed alle moeite om me te beheersen. Het punt was dat deze dame eigenlijk zeer weinig plaats had. Kris schoof zover mogelijk naar voren, maar dat lukte nauwelijks omdat hij in een onnatuurlijke positie kwam om te rijden. Bij wijze van spreken zat hij bijna voor zijn stuur. Het meisje gleed ongewild wat vooruit naar Kris toe. Zo kwamen ze met gevoelige lichaamsdelen zeer dicht bij elkaar. Maar er zat niets anders op. Zoals de Fransen zeggen: pas de chichi…
We zetten de start in. Ik reed dus als verkenner voorop en kon perfect met de interne communicatie aanwijzingen geven. Ik hoorde meteen Kris de volgende toepasselijke zinspeling maken: Ik zit hier met een meeneem-Chinees. En inderdaad hij nam dat Aziatische meisje letterlijk mee zich mee. Vanavond neem ik nummer 62 van de kaart… Lachend staarde ik wat voor me uit. Maar, eerlijk gezegd, wat een potsierlijk toestand.
Maar ik deed zorgvuldig mijn werk: geen onraad te bespeuren. Na enkele kilometers, zoals afgesproken, zou ik stoppen. Ik nam de tijd om snel met de telefoon in aanslag unieke beelden aan de twee aankomende scooters te maken. Buitenstaanders zouden ons verhaal niet of nauwelijks geloven. De filmbeelden zouden monden doen openvallen: een bewijs dat dus geen verzonnen verhaal was.
Mijn twee vrienden kwamen voorzichtig naar de stopplaats gereden. En, zo vroeg ik nieuwsgierig, hoe is het geweest? Geen problemen meldde Carlos en zijn passagier stond erbij met het duimpje omhoog. Het Aziatisch meisje deed dat spontaan ook, net als haar vriendin. Maar Kris was een andere mening toegedaan.
‘Het is gewoon niet te doen’, klaagde hij. ‘Ik heb bijna geen plaats en ze schuift telkens dichter naar me toe’.
Ik stond er alweer glimlachend bij. ‘Ik voel hier druk in mijn rug, neen niet wat je denkt, iets hards’, verontschuldigde hij zich. Nu stond ik er met een nog bredere glimlach geamuseerd bij te kijken. Ik stelde voor dat ze het buidelzakje zou omdraaien en het zo op haar rug zou houden. Dan was Kris al van die vervelende druk af.
Na deze herschikking konden we onze tocht hervatten. Traag maar zeker vorderen we. Geen politie in aantocht, gelukkig maar. Bij het binnenrijden van onze bestemming, werden we overmand door een overwinningsgevoel. We wilden nog samen een koffie drinken, maar er was niets open in het dorp. De dame die Carlos had vervoerd wilde ons extra bedanken: in natura. Ze overhandigde ons een zakje chocoladetruffels. Ze was chocolatier in Parijs. Wat de andere dame deed, zijn we nooit te weten gekomen. En wij? Wij moesten nu het traject van een kleine 12 kilometer terug, maar met groot plezier. We hadden er alweer een schitterend verhaal bij. En wat een verhaal…
Foto: Carlos Vancraeynest

