
Op weg naar Alp d’Huez
Je hebt zo van die dagen als je op weg bent met de Vespa: het weerbericht voorspelt slecht weer, maar dan heel slecht. En daar sta je dan met z’n vieren met elk een volgeladen Vespa in de Provence. Je moet naar de mythische col Alp d’ Huez, 400 kilometer verder en je hebt geen opties.
Oké, dat hoort erbij: ’s morgens trek je bij de start je regenkleding aan en psychologisch bereid je je voor op het ergste. Zij die zullen sterven, groeten u.
Nochtans, de dag begon zoet in de Provence. Het geurde naar lavendel, geen te zware wolken. Dan kijkt onze weerman Carlos naar het wolkendek. ‘Hier valt het mee, maar we moeten deze richting uit en dat ziet er niet goed uit’, wijst hij ons aan.
Meteen word je terug naar vroeger gekatapulteerd naar wat boeren of vissers vroeger zo goed konden: kijken naar de lucht en voorspellen hoe het weer de komende uren zou evolueren. En toch… wat twijfel in de hoop op een betere voorspelling.
Zou de Weerapp van Carlos kuren hebben? Of ligt het aan zijn baasje? Neen, op Carlos kan je huizen bouwen. Als jij ons waarschuwt voor slecht weer zal dat ook zo zijn. Tonnen meteorologische ervaring heeft die mens.
Hoe dan ook, vertrekken moesten we en het bleef voorlopig droog. Dan vloek je op je regenkledij. Je lijf plakt van het zweet, die zogezegde regenkledij is niet echt ventilerend. Je voelt je plakkerig bij Provençaalse temperaturen wachtend op regen. Eigenlijk ben je al nat zonder één druppel regen.
Geen gejammer, erdoor verdorie! De regen bleef niet lang uit: Carlos’ weerbericht klopte alweer. De eerste druppels voorspelden niet veel goeds. De wolken werden per kilometer zwaarder en stortten hun overgewicht op Franse bodem uit.
Veel schuilen onderweg kan je je niet veroorloven. Dan kom je in de problemen met de reservatie op de camping. Je komt er veel te laat aan, je moet je tent in het donker opzetten. Allemaal best te vermijden.
We stuurden na enkele regenuren ons plan wat bij. We zouden over de middag ergens een dagschotel eten. Geen potje warm eten bereiden ’s avonds op de camping, tenzij we watersoep wilden…
Bij het idee van warm eten zouden we toch voor die periode uit de regen zijn. Franse dagschotels zijn bovendien uiterst betaalbaar, vaak inclusief met een dessert.
De ‘bavette-frites’ smaakte heerlijk. Ook even in andere fysieke omstandigheden vertoeven, doet deugd. In een dergelijke situatie kijk ik gewoonlijk even in de sanitaire ruimte. Handdrogers kunnen tijdelijk soelaas brengen. De handschoenen er veelvuldig onder draaien: van voor naar achter van links naar rechts. Soms helpt het wat, soms zijn ze zo nat dat werk erin steken niet loont. Heb je papieren doekjes of een stoffen rol bij de toiletten ben je er aan voor de moeite.
Daar hielp op deze specifieke plek geen lievemoederen aan: trop is te veel.
Met frisse tegenzin begonnen we aan het vervolg van de dagrit. Nog zwaarwichtiger dan ’s morgens was het om nu te vertrekken. Je hebt ondertussen wat warm gekregen en nu moet je die natte regenkleding opnieuw aantrekken en zo de kilte opnieuw trotseren. Goede regenkledij kan wat hebben, maar een hele dag alsof je met je regenjas onder de douche staat, is écht te veel. De naden geraken verzadigd en water sijpelt traag, maar genadeloos binnen.
We reden door en door zoveel mogelijk met het verstand op nul. Er kwam maar geen einde aan die vervloekte regen. Sterker nog, ze nam aan intensiteit toe. Dan is het de taak van een leider om in te grijpen. Via de communicatie liet ik weten dat we nu best overleg pleegden. Ondertussen wat het al late namiddag en we moesten nog een 70-tal kilometer afwerken om op de camping te zijn. We vonden een arcade op onze weg waaronder, ideaal om even uit de regen te zijn, het overleg kon plaatsvinden.
Volgend resultaat kwam naar boven: schuilen had geen zin, de weerapp gaf onheilspellende info. Het zou onafgebroken verder regenen. Het oorspronkelijke plan om op het einde van onze dagrit de legendarisch col Alp d’Huez te grazen te nemen werd geschrapt. Immers, Alp d’ Huez verbindt geen gebergte, het is een rit heen- en terug. Bovendien glijden door overvloedige regen keitjes van hogere gedeelten naar beneden en belanden op het wegdek. Tweewielers krijgen het dan aardig moeilijk. Gevaarlijk wordt dat zelfs.
We zouden op de camping onze tenten niet opzetten, maar de campinguitbater vragen om een stacaravan of een chalet voor één nacht te huren.
Het vlotte compromis was de motivatie om de zware weersomstandigheden verder te trotseren.
Aangekomen bij onze vooraf gereserveerde camping zou ik in de receptie het nodige lobbywerk verrichten. Het was een soort aquarium waarin ik binnentrad. Meteen bevond zich een plas water op de plaats waar ik mijn verhaal deed. Zonder het te willen wekte mijn verschijning wellicht wat medelijden op.
De anderen stonden troosteloos buiten in de gutsende regen op hoopvol nieuws te wachten. In hun ogen bleef ik daar maar overleggen. ‘Wat duurde dat lang, zeg’, zo kon ik van hun gezichten aflezen. En dat klopte.
Wat zij toen niet konden inschatten, was de ware zoektocht die de dame van de receptie verrichtte om ons een onderdak te bieden. Immers, op de bewuste camping waren alle mogelijkheden uitgeput. Alles was volgeboekt zodat we niet op de gereserveerde camping terecht konden. Een dramatisch gevoel van wanhoop overviel me.
Maar de dame deed haar stinkende best om voor ons een oplossing te zoeken. Ze aarzelde niet om de verschillende potentiële verblijven in de buurt op te bellen. Drie campings in de directe omgeving kampten met hetzelfde probleem. Er volgden nog twee pogingen: een eenvoudig hotel, alweer geen plaats en… een jeugdherberg, een soort hostal. En opeens… was het bingo!
Ik kon de anderen het beste nieuws van de dag overmaken. Met grote dankbaarheid, alweer voor de zoveelste keer tijdens al die reizen, zorgde het Franse volk met vriendelijkheid en doorzetting voor een menselijke oplossing. Vive La France!
De gps van Carlos deed zijn werk: enkele kilometer verder bevond zich de jeugdherberg. Vereerd, gezien onze leeftijd, mochten we een ‘jeugdherberg’binnen.
We werden verrast door een openstaande schuur waar verschillende moto’s stonden met allerlei uitgestalde en doorweekte regenkledij op het stuur of op het bagagerek. Onze Vespa’s konden er net bij.
We werden onthaald door een supervriendelijk en behulpzaam echtpaar. Voor 30 euro per nacht, ontbijt inbegrepen vonden we onderdak in een kamer met twee stapelbedden. De dame die ons aan het onthaal ontving, stelde zelfs voor om onze truien, die ondertussen door regendruppels waren aangetast, in de droogkast te steken. Als we vanavond gingen slapen, zou gedroogde kledij klaarliggen aan de balie. Wat een luxe! Wat een hulpvaardigheid!
We konden ons snel in de kamer installeren en waren dolgelukkig. Het was door al die omstandigheden flink later geworden dan voorzien. We konden aanschuiven voor de warme maaltijd in de Jeugdherberg vertelde de uitbater ons. Daarvoor moesten we uiteraard betalen. Overmand door te veel luxe, tweemaal een warme maaltijd per dag, én het feit dat we ondertussen onderweg een fles wij, Franse kaas en stokbrood hadden gekocht, leek verkwisting nabij. Als de Vrek van Molière vroeg ik of we onze eigen mondvoorraad mochten opeten. Dat was voor de Franse uitbaters allemaal geen probleem. ‘Zet jullie ginds maar neer tegenover de andere gasten’ wees de patron ons aan.
Gegeneerd gingen we als schoolkinderen in de refter onze plaats innemen. Bijna simultaan kwamen volgende ideeën bij ons vieren op: ‘Je zou dat eens in België moeten vragen, dat zou gewoonweg niet mogen’…
Fransen lijken commercieel veel meer breeddenkend dan wij. ‘Pas de souci’, hoe vaak krijg je dat te horen als geen probleem, maak je er geen zorgen in, doe maar gerust, je hoeft je niet te schamen als vrije vertaling. Uit eerlijke schaamte kocht Kris – alleen om de uitbaters iets te gunnen – enkele lokale biertjes uit een soort voorraadkoekast. ‘Gooi het geld daar maar in die doos, alweer op zijn Frans: pas de souci!
Toen we aan het eten waren, voelden we toch wel wat plaatsvervangende schaamte. Maar inderdaad allemaal geen probleem: de waard kwam zelfs bij ons zitten en luisterde met belangstelling naar onze reisverhalen. Wij van onze kant volgden met grote interesse wat hij in het leven deed. Hij was berg – en skigids, baatte deze zaak met zijn vrouw uit, en was een vaste medewerker van Tomorrowland, de wintereditie op Alp d’Huez.
Met zijn ervaring als berggids begeleidde hij wel eens de karavaan aan materiaal op de besneeuwde weg naar de top van Alp d’ Huez. Hij ergerde zich er aan dat externe medewerkers het gevaar van de bergen dik onderschatten en dat ze zijn advies niet altijd opvolgen. Zo getuigde hij van een tragisch ongeval waarbij een te zwaar geladen vrachtwagen met materiaal van het evenement de afdaling verkeerd had ingeschat met tragische afloop: de vrachtwagen stortte met man en materiaal naar beneden door het overgewicht en onverantwoord vervoer op het moment van de feiten.
Hij vond bovendien onze afgelasting om bij dergelijk weer Alp d’ Huez op te rijden een goede keuze.
Wij luisterden met open mond naar zijn verhalen. Hij eindigde: ‘Welterusten en geniet morgenochtend van het ontbijt’.
Er stond alweer een luxegevoel te wachten: slapen in een zacht bed en niet in onze natte tent. We maakten ons op voor een heerlijke nacht.
Dat klopte, behalve voor Kris. Hij getuigde ’s morgens dat hij de meest desastreuze nacht uit zijn leven had beleefd. Hij waande zich, naar eigen zeggen, in de Tweede Wereldoorlog, waarin het eindoffensief aan de gang was.
Er waren drie soorten explosies te horen. Zo was er één iemand van ons die zorgde voor de achterhoede: constante beschietingen uit de verte, met haalbaar lawaai.
De volgende zorgde eerder voor gelijk beschietingen volgens een vast stramien, met een veel harder geluid, beslist de voorhoede. Maar er was er één bij die in zijn eentje voor dat algemene eindoffensief zorgde met flinke uitschieters waarvan de vijand gewoonweg ging lopen…
Bij het lekkere ontbijt ’s morgens kon je aflezen wie van de drie slecht had geslapen en welke drie er zo fris als een hoentje bij zaten…
Foto: Carlos Vancraeynest

