Pricavacysed

Dit bericht is deel 102 van 106 in de reeks Donderdagse dialogen

Mevrouw is erg gesteld op privacy. De háre welteverstaan, de mijne daarentegen legt ze zomaar zonder vragen met een paar clicks vast op beeldmateriaal: mijn hele huis met mij erin en alle gordijnen nog open. 

Ik voel de negatieve aandacht. 

Ik heb haar ook gezien.

Ik ben er onrustig van. 

Het is regelrecht eng. En ik heb geen zin in de hele verdere avond en nacht alle mogelijke scenario’s ter verklaring te liggen lijden. Ook geen zin in benzodiazepines, dus ik doe het all natural, met cortisol en adrenaline. Ik wandel resoluut naar haar voordeur en bel aan. Tegen haar zin doet ze open. Ze beantwoordt mijn universeel liefhebbende glimlach met niets behalve herkenbaar vermoeid, en vermoeiend, chagrijn. 

Pardon, ik zag dat u foto’s van mijn busje nam. Waarom deed u dat?

De vrouw kruist meteen defensief de armen voor haar lichaam. De prozaïsch snijdende spanning van anderen die vinden dat anderen niet mogen bestaan zoals zij bestaan vult het Rondom. Onderin mijn hersenstam hoor ik de theatraal trage tergstem van het moedermonster verdoemen: Als iédereen, mijn kind – maar dan ook iéderéén – op deze wereld tevreden over u is: dán zal uw mama het ook zijn! 

Me bewust van geïndoctrineerd gedrag zoals de neurotische neiging om pedofielen, psychopaten, en ander gepeupel en gespuis te paaien, neem ik alleen maar een overduidelijk zelf ook ernstig getriggerd getraumatiseerd medemens waar: 

Ik nam foto’s, ja, want ik ben erg gesteld op privacy en uw camionette mag daar niet staan en gij moogt daar niet kamperen en die foto‘s zijn bewijsmateriaal en ik zal naar de politie gaan!

– Doe gerust, maar volgens mij mag dat allemaal wel. Ik kampeer overigens niet, ik woon fulltime in dat ding. Ik ben officieel nomade in het bevolkingsregister, de politie kan dat verifiëren. Sowieso mag zo’n busje tijdelijk op elk privé grondstuk staan mits toelating van de eigenaar, en die toelating heb ik. Er is een maximum termijn vooraleer ik verplicht ben om mij met domicilie in te schrijven, maar die termijn overschrijd ik sowieso niet zolang ik kan rijden dus ik ben vergeten hoe lang die precies is.

Uiteindelijk berust de dame in mijn sporadische aanwezigheid op andermans stukje aardoppervlak dat aan het hare grenst. Ze begrijpt dat ze van mij weinig tot geen overlast kan verwachten. Dat ik ook niet vaker bij haar binnen kijk dan wat ik andersom als aangenaam zou ervaren. Nooit, is dat.

Ik begrijp haar wel. Niemand heeft haar verwittigd dat ik hier soms zal verblijven. En dat betekent dat er, op het anders lege stuk tuingrond naast haar woonst, plots een busje stond dat ze daar nooit eerder zag. Ze zag een onbekend silhouet tussendoor de bomen en de struiken ‘s avonds in het rond bewegen met een zaklamp. Ze wist niet wie dat was, en ze wist niet wat die mens daar te doen had.

Daar zou ikzelf toch ook flink de djibbies van krijgen! Ik zou meteen die mens even aanspreken dan. Of, als ik dat niet durf, diréct de politie bellen en vragen of ze alstublieft gaan polsen wie daar rondsnuffelt en of die mens niks fouts met de buren hun eigendom van plan is. Maanden later pas, bij een derde keer, foto’s trekken om een dossier samen te stellen zonder die mens eerst es aan te spreken vind ik wat vreemd. Anderzijds is ‘t een feit dat elk mens uniek en anders op eenzelfde soort stress en angst reageert. 

De eigenaars van het tuintje zijn iets minder tolerant, maar er zit duidelijk één of ander verhaal aan vast dat ik nog niet ken. Er spelen voelbaar spanningen waar ik niks mee te maken heb. Het oude kleine frêle vrouwtje trekt abrupt een snoetje als van een trouwe waakse rottweiler die verdachts heeft geroken.

– ‘kZallekik anders de politie bellen, begot, wat denkt ze wel! 

Ze stevent briesend op de buurvrouws voordeur af. Ik roep haar nog na:

– Geen ruzie maken eh! 

– Neeje geen ruzie maar die moet zich niet moeien eh zeg, wij zeggen toch ook niet wat en wie ze wel en ni…

Haar stem mompelt nog wat onverstaanbaars terwijl ze achter de haag verdwijnt. 

Mijn nooit wordt voor één keertje toch wel ooit, want ik tuur – een beetje bezorgd – door mijn achterraampje naar de voordeur waar de twee dames vanalles met elkaar bespreken dat ik niet hoor. Ik zie mvrtje Rottweiler naarstig vastberaden met handen en armen gebaren. Het ontroert me wat om verdedigd te worden als part of the pack. 

Als ze terugkomt zegt ze: 

– Niét wegrijden eh, gij. Zeker niet doen, gij moogt hier staan. Case closed. 

Ok. 

Case closed.


Beertje Bernie

Beertje Bernie

Beertje neemt lezers elke donderdag mee in Dídean, het busje waarin ze woont als nomade zolang dat nog kan. Deze woonvorm maakt het mogelijk voor haar om te leven ondanks het gewicht – en het licht – van pervasieve ontwikkelingsstoornissen, chronisch ptsd met dissociatieve kenmerken, en multiple sclerose. Klik hier voor duiding bij soms wat rare woordjes in dit blog. Meer over Beertje Bernie

Donderdagse dialogen

Karabalvalastan Dorpanslato

Mis geen enkele blog van deze auteur!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief
van Beertje Bernie

Selecteer een of meerdere nieuwsbrieven:

🖂 Schrijf u hier in voor andere nieuwsbrieven
Wij spammen niet! Lees meer in onze privacy policy


U wilt reageren op deze blogpost? Dat kan op onze facebookpagina!

Vindt u wat u net las interessant? Overweeg dan om u in te schrijven op de nieuwsbrief van deze blog en ontvang een e-mail telkens iets nieuws verschijnt.