Over schoonheid die niet zwijgt en een stem die men liever had doodgeknuffeld.
Ik schrijft niet met handschoenen aan. Ook nu niet. Dus zet u even schrap, zet een tas sterke koffie, ruik de bittere damp, proef het randje van verontwaardiging.
We moeten het nog één keer hebben over Brigitte Bardot.
Brigitte Bardot is dood. 28 december. En nee, in mijn hoofd is dat niet gebeurd. In mijn hoofd loopt ze nog altijd blootsvoets over het strand van Saint-Tropez, zout op haar huid, zon in haar haar, een blik die tegelijk onschuldig en schaamteloos is. Zo’n schoonheid sterft niet. Zo’n vrouw verdwijnt niet geruisloos. Die laat krassen na. In marmer. In hoofden. In moraalpaniek.
Nog voor haar lichaam koud was, stonden de kranten al te dringen rond haar graf. Niet om bloemen te leggen, wel om te spuwen. De ene noemde haar “van mooiste vrouw ter wereld tot vuile raciste”, de andere ging vandaag nog een stap verder: “slechtste moeder op aarde”. Walgelijke walgekijkerij. Sensatiejournalistiek die ruikt naar oud vet en morele zelfgenoegzaamheid. De Standaard voorop, uiteraard. Een ellenlang stuk waarin haar hele leven vakkundig wordt ontbeend, gefileerd en opgediend als moreel afschrikwekkend voorbeeld. Wat hadden we anders verwacht van smakeloze linkse kranten die iedereen die niet in hun glanzende rode schoentjes wandelt genadeloos tegen de grond slaan?
Extreemrechts dat haar nu opeist, vind ik even potsierlijk als links dat op haar graf danst. Bardot was geen vlag om te kapen. Bardot was Bardot. Punt. Een natuurkracht. Een vrouw die in de jaren vijftig en zestig meer deed voor vrouwelijke vrijheid dan een hele stoet marxistische pamfletten samen. Ze blies het hypocriete fatsoen van zijn sokkel. Mannen slikten. Vrouwen voelden iets verschuiven. Het establishment schuimbekte over decadentie en het einde van de beschaving. Had het Vlaams Belang toen bestaan, ze hadden haar publiekelijk verbrand – figuurlijk dan toch.
En ja, ze zong. Of beter: ze kreunde zich een weg de geschiedenis in. Je t’aime… moi non plus, 1966. Met Serge Gainsbourg. Hypersensueel. Onweerstaanbaar. Door de paus verboden – stante pede – terwijl de hormonen de cancan dansten door menig mannenlijf.
Dat is cultuur, beste mensen. Dat is impact.
Later werd ze dierenrechtenactiviste. Radicaal. Onverzettelijk. Ze ruilde de spotlights voor een megaphone voor zij die geen stem hebben. Honden, katten, zeehonden, paarden. Ze vocht tot haar laatste adem. Dat matcht toevallig niet met het rechts-conservatieve plaatje dat men haar nu graag aanmeet, maar details zijn lastig als je iemand wil reduceren tot karikatuur.
Bardot had standpunten. Over migratie. Over islam. Over feminisme. Ze sprak uit wat velen fluisteren. Dat maakte haar verdacht. Gevaarlijk zelfs. Want een vrouw met een stem is altijd gevaarlijker dan een vrouw met een mooi gezicht alleen.
Of je haar bezorgdheden deelt of niet – en nee, ik beweer nergens dat ze perfect was – ze durfde. Ze was geen meeloper. Geen salonmening. Geen Instagramfeministe met veilige slogans.
Terwijl ik dit schrijf bespeur ik enige herkenbaarheid in bovenstaande, zonder dat ik mezelf ooit durf te meten aan deze wonderbaarlijke Godin.
Dat geldt niet voor haar moederverhaal. Hoewel het moederschap voor mij natuurlijk en vanzelfsprekend kwam – ik prijs me gelukkig daarin – was dat voor de grote BB een ander verhaal en vind de roddelpers en iedereen die over haar schrijft, weer iets om op te vitten. Alsof dat haar definitieve morele doodvonnis moest zijn. Niet iedereen is bestemd om moeder te zijn. Dat hoeft geen schande te zijn. Dat had toen bespreekbaar moeten zijn, niet publiekelijk te schande gemaakt. Daar waren vele vrouwen én kinderen beter van geworden. Maar nuance verkoopt niet. Verontwaardiging wel.
En laten we vooral niet doen alsof Brigitte Bardot alleen maar een wandelende mening was. Ze was cinema. Ze ademde film. “Et Dieu… créa la femme” uit 1956 was geen film, dat was een aardverschuiving. God schiep de vrouw en Bardot zette haar op tafel, benen gekruist, lippen lichtjes open, zonder schaamte en zonder toestemming te vragen. De camera wist niet waar eerst te kijken. De mannen in de zaal evenmin. Vrouwen zagen plots iets wat ze tot dan toe niet mochten zijn: vrij, zinnelijk, onaangepast. Niet de brave muze, niet de zorgzame moederfiguur, maar een vrouw die haar eigen lichaam bewoonde alsof het haar eigendom was. Ongehoord. Onvergeeflijk.
In “Le Mépris” van Godard – haar naakte rug in CinemaScope, koel, onaantastbaar, bijna wreed mooi – was ze tegelijk icoon en aanklacht. Mannen projecteerden hun fantasieën op haar, critici deden alsof ze haar doorzagen, maar niemand kon haar vastpakken. Dat was Bardot ten voeten uit: bekeken worden door iedereen, begrepen door niemand. En net daarom zo gevaarlijk.
Ze speelde in komedies, drama’s, lichte films en zwaardere, maar altijd was er diezelfde onderstroom: een vrouw die weigert zich te plooien. Ze stopte ook gewoon. Op haar 39ste. Geen aftakeling, geen zielige comeback, geen Botox-tragiek. Ze stapte eruit toen ze het beu was. Probeer dat vandaag eens. De industrie vergeeft je alles, behalve autonomie.
En nee, ze had geen zin om een voorbeeldige moeder te zijn, geen zin om zich te verantwoorden, geen zin om zich te heruitvinden volgens de regels van de tijdgeest. Dat maakt haar in de ogen van de hedendaagse moraalpolitie onvergeeflijk. Want vrouwen mogen vandaag alles zijn — zolang het binnen het juiste kader blijft. Bardot sprong dat kader kapot. En bleef dat doen. Tot het einde.
Wat me misschien nog het meest stoort, is de hypocrisie. Men adoreert haar lichaam, maar verafschuwt haar stem. Men verkoopt haar foto’s, maar spuugt op haar woorden. Men wil de jonge Bardot, de zwijgende Bardot, de Bardot die niets terugzegt. Maar dát is net de Bardot die nooit bestaan heeft. Ze was altijd luid. Altijd ongemakkelijk. Altijd ongefilterd.
Dus nee, ze was geen heilige. Maar sinds wanneer eisen we dat van iconen? Iconen moeten schuren. Moeten irriteren. Moeten iets blootleggen wat men liever onder het tapijt veegt. Brigitte Bardot deed dat — met haar lichaam, haar films, haar woorden en haar keuzes. En precies daarom verdient ze geen karaktermoord, maar erkenning.
Niet omdat we het met haar eens moeten zijn.
Maar omdat ze sprak.
Omdat ze bleef staan.
Omdat ze weigerde lief gevonden te worden ten koste van zichzelf.
En dat, beste lezers, ruikt nog altijd naar vrijheid.
Voor mij blijft Brigitte Bardot een boegbeeld. Een icoon. Een vrouw met een stem. Zonder haat, maar ook zonder excuses. Haar strijd voor dierenrechten, haar ongemak bij een veranderend Europa, haar afkeer van een feminisme dat vrouwen opnieuw in een keurslijf duwt – misschien niet in dezelfde mate, maar ik herken die bezorgdheden. En ik respecteer haar recht om ze uit te spreken.
Van filmlegende naar onverzettelijke stem voor dieren. Van sekssymbool naar morele splinter in het oog van de brave goegemeente. Haar nalatenschap leeft. In elke stem voor dieren die zij heeft versterkt. In elke vrouw die weigert te zwijgen omdat dat netter zou zijn.
Rust zacht, Brigitte Bardot. Held. Engel. Lastpost.
Zoveel schoonheid – van lichaam én karakter – kan niet vergaan.

Bron foto’s: pickyl.com en wikimedia commons
Foto’s worden beschouwd als publiek domein en zijn rechtenvrij.

