Het nieuwe liefje in wording was het geheel omgekeerde verhaal van wat het met Viking was. Geen felle fysieke aantrekkingskracht, geen impulsief beantwoord wederzijds verlangen, geen heerlijk samenklankresonerend improvisatietalent tesamen, niks van dat al. Wat er wél was, was veel belangrijker, en zowat alles wat die Viking resoluut ontbrak.
Er was een oprecht emotioneel verbond, wederzijdse openstelling en kwetsbaarheid, inzicht en begrip overheen meerdere maanden alsook zorg voor elkaar, mogelijks vlot teamwork in ‘t verschiet en grotendeels gelijklopende levenswijzen. Simpelweg twee mensen, die onverblind eerlijk wilden proberen dat soort dingen en gevoelens veilige plaatsjes te geven in elkaars wereld en zodoende een onsje te cultiveren in ook een gedeeld fysiek leven.
Net als mijn bezoek aan Johan en Sibby viel ook de eerste real life ontmoeting met het liefje-in-wording, samen met het benodigde wegdek om Dídean te dragen, zowel letterlijk als figuurlijk in het water. Heftige stormen, overstromingen, en modderstromen in Spanje en Portugal braken letterlijk de route op. Alle plannen veranderden, waardoor ik allerlei ongeplande ervaringen had, die op allerlei manieren ook met liefde en vriendschap hadden te maken. En met honden.
Ik kwam tot het besef dat ik het niet zie zitten om, met levenslange medicinale immunosupressie, samen met andermans hond te belanden. Ik weiger zelf zelfs een andere hulphond sinds eerst Nushi en daarna het Syrrebeestje. Ten eerste omdat ik niet meer voor mijn hond kan zorgen zoals ik vroeger deed. Ten tweede omdat ik de extra stress en moeilijkheden die erbij zouden horen niet zie zitten.
Elke dag van alle seizoenen samen met een hond in je camper bestaan, is heerlijk verbonden teamworkleven waarmee elk werkend menselijk immuunsysteem vanzelf ijzersterk wordt gemaakt. Dagdagelijks rolt je huisgenoot zich immers instinctief in modder, uitwerpselen en lijken, likt aan allerlei aarsen en daarna ook aan jou, schudt en schuurt alles wat in zijn vacht plakt in het rond bij elke binnenkomst, en draagt sowieso verscheidene ziekteveroorzakers bij zich zonder zelf ooit symptomen te vertonen. Ik was altijd al fan, lekker hard word je daarvan.
Zónder degelijk werkend immuunsysteem echter, vooral tijdens reeds verzwakte episoden van het eigen lijf, is dat statistisch een gevaarlijk koordje om 365 dagen per jaar op te dansen. En dat is het ook zónder af en toe in seksuele trance lichaamsvochten uit te wisselen met een partner, en op het ritme van zijn lichaam en lippen en handen dat van jezelf almaar vochtiger te voelen rillen.
Wacht, wacht, heb jij niet zonet nog onze lijkenrollers vacht geaaid? Heeft ie niet aan je vingers gelikt toen je een koekje gaf? Heb je eraan gedacht je handen te wassen of te ontsmetten? Weet je zeker dat ie niet stiekem op de kussens zat waarop je mij met ontblote vagina neer wil vleien?
Zucht. Ik weet niet hoe het met liefde zit, maar elke passie die in me wakker werd ging in het idee alleen al helemaal, volstrekt, finaal verloren. Ik voel oneindig veel meer passie voor mijn elektrische tandenborstel zo.
Het risico is niét dat ik zou overlijden, probeer te begrijpen. Er is geen überromantisch Lief, hou me vast en laat me sterven in je armen. Nope. Het risico is dat immunosuppressieve medicatie moet stopgezet om van een stomme blaasontsteking of een relatief onschuldig infectie’tje te kunnen genezen, en dat dat een nieuwe MS-aanval uitlokt. Niks overlijden, wel… Nooit meer kunnen horen, lezen, rijden, of schrijven. Nóg wat minder ver kunnen wandelen dan nu al het geval. Misschien herken ik zelfs lief noch hond daarna ooit nog omdat ik dement werd ervan.
Risico’s, of volcontinue voorzichtigheid, die ik niet bereid ben te nemen om zelfs mezelf míjn band met míjn hond te geven. Iedereen die mij ooit heeft gekend weet hoe onafscheidelijk mijn honden zonder lijn bij mij horen alsof we samen werden geboren. Telkens een langdurige partner in de armen van een ander verdween, was het de hond die tot en met het einde niet week van mijn zijde. Zelfs met een verse lap biefstuk kreeg geen ex mijn hond ooit omgekocht.
En behalve het soort trouw dat ik andersom nooit zou verloochenen, betekent mijn hond: geen wekker hoeven zetten om niet te zelden of te vaak te eten of te lang inspanning te blijven leveren, op tijd pauze te nemen, te plassen vooraleer ik moet sonderen; minstens halvering van de keren dat ik lorazepam moet nemen; een hardnekkige onontwijkbare reden om te blijven leven; relatief vlot naar medische- en andere afspraken raken óp de uurtijd in agenda ingepland; zelfs aan de kassa van het oxfamwinkeltje kunnen werken tijdens vrijwilligerstekort op ook kwetsbare dagen;…
Die lieve man zijn hond zou geen hulphond voor me wezen, het is niet eens een mij reeds bekende hond waarmee ik enigszins al een persoonlijke band ervaar. Zijn hond is mij, op dit moment, meer noch minder waard dan elke andere hond in eender welk gezin, asiel, of op eender welke straat.
Hoe zou ik dat überhaupt emotioneel kunnen dragen voorbij de eerste maanden van verliefdheidsblindheid én als leven lastiger wordt? Hoe anders het ook voor sommigen schijnt, ik heb een bijna surreëel zelfwegcijferend vermogen. En toch ben ik – zeker weten – niet in staat om elke dag geconfronteerd te worden met het feit dat ik mijn hond en onze band mis vanwege risico’s die ik dagdagelijks wél loop voor mijn partners band met de zijne. No way. Dat lukt me niet, dat zou stress veroorzaken die ik kost wat kost moet vermijden om MS-symptomen en nieuwe aanvallen te ontwijken. En als al niet bewust, zou ik onbewust vanzelf de relatie beginnen ondermijnen.
Uiteraard wil ik mijn vriend niet van zijn hondje scheiden, en hijzelf wil of kan niet zonder ‘t beest, dus stopt ook deze keer weer elke verdere ontwikkeling van een pril liefjeswordingsproces. Het mag koudweg autistisch ongevoelig voor een ander lijken, in míjn inborst is het liefde en zorg voor zowel mezelf als de ander, en zeker ook voor de hond in het verhaal.
Het heeft geen zin om verder in emotioneel verbindende richting samen te bewegen als verderop harten alleen maar harder zouden breken. En dus. Zonder te hebben gezoend of gevreeën, zonder elkaar anders dan via chat en videobellen te hebben ontmoet, nemen we terug afstand van elkaar. Even goeie vrienden.
Dankzij alle openhartige emotionele én rationele duidelijkheid voelt het, behalve belabberd, wederzijds dankbaar en fijn om eerlijk en oprecht relatiemateriaalwaardigs voor elkaar geweest te zijn. Ook als we ontdekten dat we het niet werkelijk blijken in de omstandigheden zoals ze zijn.
Alwatis is wat het is.
We live with it.


