In deze blog over mijn stad Oostende wil ik het hebben over een roemruchte periode in de geschiedenis van de stad aan zee. Zoals jullie eerder konden lezen, is de ligging van Oostend aan de zee speciaal. Soms gevaarlijk, denk aan overstromingen en oorlogen, soms best aangenaam, zoals genieten van zon en strand. Een stad met een haven is altijd een beetje speciaal omwille van de invloeden ‘uit den vreemde’. Heel wat mensen verdienen hun brood door die haven: vroeger met het passagiersverkeer van de RMT of met de visvangst en verkoop ervan. Een heel speciale categorie waren de kapers uit de 17de en 18de eeuw.
Wat is nu een kaper? Voor alle duidelijkheid: een kaper is geen piraat. Een kaper had de toestemming van de overheid om schepen van vijandige landen aan te vallen en hun lading in beslag te nemen. Een piraat is een zeerover, iemand die schepen plundert en opvarenden berooft voor eigen gewin. Kaper zijn was dus een erkend beroep. De kaperkapitein moest zelfs een eed afleggen en een borg betalen. Hij ontving een patent, een legitimatiebewijs in de vorm van een kaperbrief.
In tijden van oorlog was het voor vissers moeilijk of zelfs onmogelijk om uit te varen. De kustbevolking zocht andere manieren om te overleven, onder andere door de kaapvaart.
De Oostendse kapers veroverden een vijandig schip met bemanning en lading, of soms ook alleen de lading. Bij aankomst in Oostende werd de bemanning gevangen gezet en op kosten van de reder onderdak en voeding gegeven. De lading werd openbaar verkocht in Oostende en de opbrengst werd verdeeld, na aftrek van de kosten. De kaapvaart bestond al tijdens de 15de eeuw, maar kende een hoogtepunt in de 17de en 18de eeuw.
Aanvankelijk werkten de kapers uit Oostende en Duinkerke samen, tot Oostende het kamp tegen Spanje koos. Na het Beleg van Oostende werd Oostende opnieuw een berucht kapersnest, net zoals de Vlaamse zustersteden Nieuwpoort en Duinkerke. De kaapvaart was in de periode 1627-1648 economisch heel belangrijk en een groot deel van de kustbevolking leefde ervan. Toen de Vlaamse stad Duinkerke in Franse handen viel, vestigden twintig Duinkerkse kapers zich definitief in Oostende.
Aan het begin van de 18de eeuw telde het Oostendse scheepsbestand 130 kapervaartuigen die uitgerust waren met kanonnen. Het merendeel waren snauwschepen met twee masten die stabiel, wendbaar en snel waren. Ook sloepen werden ingezet voor de kaapvaart: deze kleine vaartuigen legden zich toe op de eendagsraids. Er waren maar zes fregatten in dienst van de kaapvaart. De bemanning werd vooral geronseld in de herbergen van Oostende die uitgebaat werden door of voor reders en kapiteins. De bemanning bestond uit zeelui en uit mannen, soldaten, die het geschut bedienden en de vijandige schepen enterden. Het veroverde schip en zijn bemanning moesten ook bewaakt worden door de kapers. Er was een strikte hiërarchie aan boord met de kapitein aan het hoofd, daaronder had je de officieren, de onderofficieren, de matrozen en de scheepsjongens. Hun loon bestond uit maandgelden die deels als voorschot werd uitbetaald. Daarbovenop had de kaperbemanning ook recht op het buitgeld dat volgens een vaste verdeelsleutel werd verdeeld. Het was dus belangrijk om zo veel mogelijk rijk beladen schepen te kapen.
Oostende telde heel wat beroemde kaperfamilies waarvan sommigen vereeuwigd zijn in straatnamen in de Vuurtorenwijk. In de archieven vinden we volgende kapers: Jean Baptiste en Paul Bauwens, Filips van Maastricht, de oude en de jongere, Michiel Mansfelt, Jan Jacobsen, Cornelis Rees, François Carpentier, Jan David, Thomas Gournay en Willem en Paulus Bestenbustel.
Duinkerke eert zijn beroemdste kaper Jean Bart met een standbeeld. Het is bekend dat hij tot een vissersfamilie behoorde, flamingant was en slechts een mondvol Frans sprak.
De beroemdste onder de Oostendse kapers is ongetwijfeld Jacob Besage ((Oostende – Oostende, 17 juni 1629) die aan het hoofd stond van de Oostendse kapersvloot. Hij durfde het aan om de onoverwinnelijke Hollandse admiraal Piet Hein (van de Zilvervloot) uit te dagen tot een zeegevecht. Op 17 juni 1629 doodde Besage Piet Hein met een kanonschot. Tijdens deze zeeslag werd Besage later op de dag gedood door de Hollandse vloot.
De roemruchte Oostende kapersfamilies worden met straatnamen geëerd in de Vuurtorenwijk.
Afbeelding: Kurt Chaffart

