Het lijf ontwaakt. Net wat later dan de vogel die het wakker fluit. Alle andere vogels volgen. Er is koffie. Vogels noch ik lijken stralingsziekte te vertonen. De plas loopt relatief vlot. De ledematen werken naar behoren. Er is maar een heel klein beetje pijn.
Ik worstel met mijn rookverslaving en ik overwin middels nicotinekauwgum en een vaporizer. Het is geen verslaving waar ik echt vanaf wil, dát maakt het moeilijk. Het werkt, het helpt, maar ik wil mijn adem niet als ergerlijk en vervelend te ervaren.
Afspraak om 10u aan de groene poort van cohousing BrouwerijTuin in Roesbrugge voor een grondige rondleiding. Interessant. Ik leer veel meer in de marge van dat al, zoals gewoonlijk. Mooie plek. Groot potentieel.
En toch… Ik wil alweer weg. Nu ja, niet wég weg, maar ik wil dringend mijn Dídean op de parking in. Na tien minuten, denk ik al. Ongemeen boeiend hoe deze gemeenschap ontwikkelende is, ik herken de energieën en ik voel me er vanzelf mee verwant. Thuis in de opzet en het idee ervan, maar dat ben ik vanzelf overal want minstens is het overal het mijne en als dat niet strookt met de anderen rijd ik rustig namastégebarend wel weer weg. All is well.
Boeiend ook de geschiedenis van dit gebouw, van de man die het beheert met respect voor de historische waarde, en de energietransities die ik erin kan ervaren, maar auwa dit is me teveel zo allemaal in één heel felle plotse keer.
Ik wil Dídean in, ik wil er nooit meer uit. Nooit. Nou, nee, ik overdrijf maar u begrijpt me vast wel. Ik wil op zijn minst een paar jaar bekomen van alles voor het morgen wordt. Niet uit afkeer of angst. Wel uit je reinste onversneden liefde. Ik heb mijn gewoonlijke dosis sociale contacten van pakweg gemiddeld overheen een heel jaar, hier nu in anderhalve dag al wel gehad.
Ik ben kaduul, maar ik probeer mijn deadline van gistermiddernacht alsnog te halen. Na tien minuten al was ik volstrekt overprikkeld door alle nieuwe indrukken, en intussen is het dik 35 uur en godweethoeveel nieuwe gezichten en evenzoveel gevoelsdoorstromend zielerakends later, en ik? … Ik moet nog begínnen aan beginnen met dat alles te verwerken en te plaatsen.
Mijn lieve trouwe Lezer, met andere woorden…
Tot later.


