Bonderondeen

Dit bericht is deel 120 van 123 in de reeks Donderdagse dialogen

Twee lichamen ademen als één yin-yang: het ene uit, het ander in,… Enorme energieën trillen onherkenbaar tussenin. Ik kan mijn harteklop niet van de zijne onderscheiden. Ik kan het intense gewicht van zijn ervaring binnenin onmogelijk vermijden. Hij net zo min het mijne van de mijne. Hij weet wat een ander nooit weet, zelfs niet als ik het zo duidelijk mogelijk vertel. 

Woorden zijn wel vaker ontoereikend, onbetekenend, en overbodig. 

Ik weet en voel dat wel, en toch vraag ik om bevestiging. Te vaak illusie voor lief genomen bij gebrek aan wederkerigheid, te vertrouwd met diep gewortelde onmogelijkheid, te bewust van de enorme creatiekrachten van mijn eigen fantasie. De wil is er wel, maar ik vind al lang het lef niet meer om louter op liefs en intuïtie voort te bouwen met vertrouwen. 

Wat dan, wat weet je, wat bedoel ik dan?

De man houdt z’n handen op mijn lichaam, warm en onverbiddelijk geduldig. Niks sluimerende seksuele frustratie die elk moment naar doel zal graaien voor ikzelf weet of ik dat wel mee wil maken. Een heleboel oprecht verlangen is er in ons allebei. Ik voel zijn wil, en ook zijn pijn en angsten. Wat zijn gedachten doorstroomt kan ik – mag ik – niet raden, maar ‘k word er als vanzelf heel voorzichtig zorgzaam van. Hij voelt mij precies zo andersom en hij antwoordt zelfvertrouwend zonder pauze slechts één enkel woord:

Verbinding

Als een kogel. A perfect shot. Alle maskers doorboord. Ik staar in het gat doorheen de lagen, en ik schaam me. Want ja, dat ís wat ik bedoel, maar mijn intellect kan blijkbaar niet tot die simpele essentie besluiten. Ik zit kinderlijk in de observatie van mijn eigen handelingen rond te stuiteren. Zo oppervlakkig en onhandig ben ik dan met al mijn diepgang. Zo bang werd ik van zelfs maar de minste nabije betekenis ervan. Ik lach ongemakkelijk. Losweg verloren in een flow vol zinloze woorden.

Bloed dat uit de wonde vloeit. 

In de schaduw naast zijn torso vind ik de ontwapende reflectie van mijn naakt geraakte ziel muisstil. Ik durf zijn blik niet te verdragen. Zijn handen blijven onverbiddelijk mijn lichaam aaien, de inherente warboel aan emoties raken, hen dragen alsof er niks gewicht aan is. Ondanks dat, of dankzij dat, weet ik veel wat… Wat voelt het, vreemd genoeg, vertrouwd. Licht als een veertje plots, en zó intens welkom ook. Welkomer dan ooit. 

Ik durf dat te staten, ik ben me bewust ervan dat ik – behalve oprecht met liefde en intimiteit te experimenteren – mijn immuniteitsgecompromitteerde leven ben aan ‘t riskeren. Niet omdat het me niets kan schelen. In tegendeel. Omdat één enkel oprecht liefdevol moment me, hier en nu, waardig genoeg voelt om aan te overlijden. 

En ik weet niet wat ik met mijn eigen handen moet, maar ik wil dat zijn lijf ontspant zoals waarnaar het mijne verlangt terwijl het veel te overweldigd daartoe voelt. Onzeker zoek ik een weg, want als niet uit angst of lust, en het vaakst nog een verwarde mengeling van beide – voorlopig dát toch al dan, want wat weet ik ervan? 

Hoe doe ik zoiets?

Ach, geen mens op aarde heeft ooit echt wat te winnen of verliezen behalve wat er in zichzelf in ervaring ligt. Ik voel alleen maar liefde, ik heb niks te presteren. Er is niks goed of slecht, te veel, te weinig, of genoeg. Ik ben precies zoals ik zijn moet. Hij is precies zoals hij zijn moet. Wij zijn simpelweg twee gevoelige en diep gekwetste mensen, die zowel liefde als verdriet in elkaar herkennen, op ontdekking zonder weet van waar naartoe. Er valt niks te bewijzen. 

Ik doe wat ik voel en ik voel wat ik doe. Ons wederwervelend ervaringswezen wijst vanzelf de weg. Hij laat het zich vertrouwend en gewillig overkomen. Het ontvouwt vanzelf zoals het doet. Ik geniet zijn genot als ook het mijne, en ik deel dankbaar hoe veilig en geborgen hij zich daar en dan heel even voelt. Twee lichamen als één yin-yang, in een verbond dat zomaar uit het niets speciaal voor ons ontstond. 

En hoe dat nu verder moet?

(ik voel het je vragen)

Ik denk niet dat dat er überhaupt toe doet. Het leven zal vanzelf wel koers bepalen. 


Beertje Bernie

Beertje Bernie

Beertje neemt lezers elke donderdag mee in Dídean, het busje waarin ze woont als nomade zolang dat nog kan. Deze woonvorm maakt het mogelijk voor haar om te leven ondanks het gewicht – en het licht – van pervasieve ontwikkelingsstoornissen, chronisch ptsd met dissociatieve kenmerken, en multiple sclerose. Klik hier voor duiding bij soms wat rare woordjes in dit blog. Meer over Beertje Bernie

Donderdagse dialogen

Sociodosevoer Blasbaleré

Mis geen enkele blog van deze auteur!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief
van Beertje Bernie

Selecteer een of meerdere nieuwsbrieven:

🖂 Schrijf u hier in voor andere nieuwsbrieven
Wij spammen niet! Lees meer in onze privacy policy


U wilt reageren op deze blogpost? Dat kan op onze facebookpagina!

Vindt u wat u net las interessant? Overweeg dan om u in te schrijven op de nieuwsbrief van deze blog en ontvang een e-mail telkens iets nieuws verschijnt.