Ik schrijf dit artikel op mijn MacBook Air M5. Met 32 gigabyte RAM en 4 TB SSD, uiteraard, we willen geen afdankertjes uit de toonzaal! De meeste mensen zouden zeggen “op mijn laptop” maar dat doen wij al lang niet meer, wij, de mensen van de kerk van Jobs. De Macfluisteraars. De aanbidders van de Appel. Wij spreken over onze MacBooks als we laptops bedoelen, een iPhone wanneer we het over onze mobiele telefoon hebben en over iPads als we spreken over tablets, hetgeen een gemiddelde moeder van drieëndertig haar gemiddeld kind van vijf-en-een-half mee kalm houdt door middel van Bumba-spelletjes van de Vlaamse Radio en Televisieoppas. Wij zijn speciaal. Wij hebben meer geld over dan u voor onze digitale gadgets. Waarom? Voor de meesten van ons is dat omdat we ons speciaal voelen en pretenderen het ons te kunnen veroorloven, al staan we in alle stilte op vrijdag en zaterdag in de snackbar van ons geboortedorp frietjes te bakken en rijden we op woensdag op onze scooters (full-electric uiteraard, want fossiel rijmt nu eenmaal op imbeciel) om 17 uur naar de uitgang van de muziekschool om daar smaakjesvapes aan scholieren te verkopen. Voor anderen, wijzelf niet hoor, is het omdat we willen zijn als zij die het zich kunnen permitteren. OK, de rotzooi ziet er iets minder slecht uit dan de rest, maar daarvoor doen we het niet… Het mag er soms al eens iets slechter uitzien dan die zooi van u. Air Pods Pro heten die dingen, en ze zien er uit als sigarettenpeuken die uit onze oren steken. Niet zomaar hé, het is juist de bedoeling dat ze opvallen als een witte man in een kung-fu film! Anders zou u kunnen denken dat het, vergeeft u mij het woord: “oortjes” zijn. Inderdaad, het verkleinwoord van die dingen waar u mee luistert. Ik heb oren met Air Pods Pro in, u heeft “oortjes”, aan de zijkant van uw “hoofdje” waarschijnlijk, met of zonder kabeltjes (maar die zijn al meer dan tien jaar wit, uiteráárd).
Tussendoor, nu we elkaar toch onderbreken, heeft u daar het laatste model van de Apple Watch al zien hangen slingeren aan mijn pols? Nu ja, slingeren doet hij niet terwijl hij strak op de huid spant, te verpieteren als hij doet aan dat treurige polsbandje dat u ook al herkent van de zwemleraar van uw kinderen, sorry, uw “kids”? Weet die wat die kost? De Watch, niet de tweederangs zwemleraar en al zeker niet het fruit uwer lendenen (naar wij toch hopen, dat het die van u zijn) dat hij placht te leren zwemmen.. En wat die meer kan dan uw smartwatch? Helemaal niets! Hij kan exact evenveel of minder dan die Huawei-klomp aan uw arm! Maar er staat wel een Apple-logo op en hij verbindt zich zonder dat ik ooit ergens op heb moeten tikken met de iPhone 17 (de ze-ven-tien!) die losjes aan mijn lanyard hangt. (Lan-yard, zoek het maar even op boomer!) Uiteraard de 17, u zou mij toch niet als een pauper met een 13 willen zien? Komaan zeg, even serieus! What’s next? Een kartonnen bekertje van de Starbucks? Met zo’n beteuterd kartonnen hoedje op, dat er al de brui aan geeft voor uw almond-milk-latte-decá een drinkbare temperatuur is? A One-Seven, baby! Gen Seventeen! En voor zij die graag al eens in Bali vertoeven: leer maar al “tujuh belas” mompelen, zo tussen het Indonesisch mediteren door.
Mijn Oeigoeren werken trouwens ook voor tien cent meer dan uw Oeigoeren en ze mogen, oeigoeregot nog eens aan toe, twee keer per week meer naar de wc ook! Als dat niet menslievend van ons is! Zo maar! Op onze kosten! Met gratis dubbellaags papier dan nog, want wij kijken niet op een cent meer of minder… Geef onze Oeigoeren dus maar zachte billetjes, daar produceren ze vast wat harder van. Is het niet op de pot dan toch aan de band. Maar let op voor de vingertjes, die soldeerboutjes zijn snoeiheet! En verschroeide vingerkootjes, daar wordt niemand blij van, tot welke minderheid die ook moge behoren!
Ergert u zich ook aan de karakterschets hierboven? Zo voel ik mij als ik mijn iPhone (een 13) of mijn iPad (een M3 denk ik, maar reken me er niet op af als het niet juist is) uit mijn tas neem. De keurende blik van tieners en twintigers die waart over wat ik daar uit mijn schoudertas tover. Ja, het is een MacBook Air, ik noem het mijn laptop. Ik weet, het blijft een bizarre naam voor zo’n fraai stukje Californisch design, maar toch, het is maar dat, als puntje bij paaltje komt. En ja, mijn iPad heeft meer rekenkracht dan de gemiddelde Apollo-capsule, net als mijn moeders oude Nokia trouwens dus zo indrukwekkend is dat niet, maar ik gebruik er vooral zelfgemaakte FileMaker-applicaties op. Ik vergeef het u dat u die niet kent maar ik verzeker u dat de gemiddelde Apple-snob dat ook niet doet, ook al knikken ze alsof ze een variabel voorafgegaan door een dubbel dollarteken van een globaal veld kunnen onderscheiden. Ze hebben er door de band genomen geen jota benul van waarover ik het heb, maar zie ze knikken en interessant wezen! De snobs van dertien-in-een-dozijn.
Dat is niet omdat ik mij beter voel dan anderen of -godbetert- speciaal wil zijn. Dat is omdat ik in mijn 48-jarige leven al zoveel Windows en Android gezien heb dat het mijn oren uitkomt. Omdat die al van ver moeten komen om mij nog (laat staan aangenaam) te verrassen. Of zeker blij te maken. En, dat doen ze meestal niet. Net omdat ze generisch genoeg moeten zijn om de massa aan te spreken. Oh, kijk: die telefoon vouwt dubbel, iets wat mijn Motorola in 2004 al deed, dat trucje hebben we dus al gezien. Net als dat schermpje op de bovenzijde van de telefoon die dichklapt als het eerste het beste knipmes. Ik trek me geen bal aan van hoe mijn equipment er uitziet. Mijn Mac Mini hangt aan een normaal toetsenbord, met een normale muis. Ik gebruik die op standaard monitors, behoorlijk grote weliswaar maar bijlange geen 4G of HDR. Ze zijn zo klaar-uit-de-doos als die er maar kunnen uitzien. Met zo’n zwart plastic kader eromheen en een VESA-arm erachter. Ik hoef geen label omdat ik materiaal gebruik dat de benaming heeft hip te zijn: mijn Windowsmachine vroeger was vaak veel krachtiger dan meerdere Mac’s samen, toch heb ik daar nooit voldoening uitgehaald, laat staan mij beter gevoeld dan wie zijn werk op een oude Amiga programmeerde (terwijl ik voor die laatste zelfs behoorlijk wat respect voelde, die had en deed iets wat ik niet kon, wat ik van iemand met een vouwbare smartphone of de laatste nieuwe Nintentdo Switch-met-extra-battery-pack niet kan zeggen).
Ik wilde gewoon eens iets anders proberen. Eens zien of heel die boel de heisa waard is. Een dat doe ik nog steeds volgens mijn budget, zonder extravagant te zijn of, (alsjeblieft, wie zou dat doen?) te willen zijn. Mag een mens even iets anders willen uitproberen zonder daarop aangekeken te worden? Zonder tot een bepaalde klasse te worden gerekend? Mag het even? Het is dertig jaar Windows geweest en vijftien jaar Android. Vandaag is het Mac en iOS en wie weet is het morgen Linux! Mocht iedereen zich al eens bemoeien met zijn eigen technologische speeltjes en wat die kosten, de wereld zou een betere plaats zijn! Laat mij maar af en toe een nieuw hebbedingetje kopen, met of zonder fruit op de achterkant, dan laat ik jullie met plezier in de plaats op de lappen of naar de dames van plezier gaan!
Ik dank u!
NVDR: Dit is niet geschreven op een MacBook Air M5 met 32GB RAM en 4TB SDD, maar het had uiteraard gekund en u zou het nooit geweten hebben!
Afbeelding: ChatGPT

