Eenarmige bandiet

Foto: pexels

Ik ben zes weken geleden aan mijn schouder geopereerd. In medische termen: een cuff scheur. Ik had al lang last van mijn schouders en lapmiddeltjes hielpen niet meer. Aangezien ik ook slechte knieën heb en daarvoor ook geen lapmiddelen meer helpen, is het ook hoog tijd voor een nieuwe knieën. Door die knieën heb ik hulp nodig om op te staan, uit de zetel of van een stoel. Die hulpmiddelen zijn natuurlijk mijn armen. Dus zat ik met een dilemma: wat doe ik eerst? Een knie of de schouder?Als ik eerst mijn knie laat opereren, zal ik een tijdje met krukken moeten lopen, maar dat houden mijn schouders niet vol. Als ik eerst mijn schouder laat opereren, geraak ik niet uit de zetel, mijn bed of zelfs van het toilet. Na lang overwegen en talloze uren op het internet had ik de oplossing: blokjes onder de poten van mijn bed, een speciaal zitkussen van 12 cm in mijn zetel en een wc-verhoging van 12 cm.

Op 17 maart ging ik onder het mes om mijn rechter schouder in orde te brengen. Ik wist dat ik mijn rechterarm lange tijd niet zou kunnen gebruiken. Daarom heb ik in de weken vóór de operatie getest wat ik wel en niet met links kon. Niet veel, zo bleek. Ik kwam tot de conclusie dat mijn linkerhand enkel dient ter ondersteuning van de rechter… Soep eten met mijn linkerhand? De lepel komt naast mijn mond terecht. Een boterham smeren is een ramp en voor ik de sleutel in het slot krijg, moet ik het vijf keer proberen. Die linkerhand weet niet wat hij moet doen.

De operatie was wel zwaarder dan de dokter voordien dacht maar ze verliep prima. Ik moest een nachtje blijven, een slapeloos nachtje. Om het halfuur iemand aan je bed, een nieuwe baxter, je bloeddruk, controle van je temperatuur en nu en dan een nieuwe cold-pack. Daar nog bij dat je met die in een mitella vast geriemde arm niet deftig kan liggen. Ik was blij dat het ochtend werd en ik een koffie kreeg en na de middag naar huis mocht. Toen de verpleegster kwam om me te helpen wassen en aankleden, zat ik al klaar. Ah, ‘t is gelukt. Ja, tuurlijk ik heb thuis geoefend.

In de eerste en een stukje van de tweede week kon ik me nog bezighouden met lezen. Kreeg ook geregeld mijn tante over de vloer, om te helpen maar meer om te zien of ik me wel aan de regels hield. Niets doen. Ik mocht enkel mijn arm losmaken om te pendelen: mijn arm laten hangen en van voor naar achter bewegen. Om te douchen hing mijn arm langs mijn lijf als een dode vogel. Tot nu toe is mijn rechteroksel nog steeds niet gewassen omdat dit een onbereikbaar plaatsje is. De verveling sloeg toe, ik wilde van alles doen. Ik had kruiden gezaaid en die moesten verpot worden. Ik had paprika- en tomatenplantjes gekocht die ook in een grotere pot moesten. Ik kon de hulplijn bellen maar het zou me wel lukken met één hand. Eigenlijk moet ik zeggen, met één arm. Want mijn rechterhand kan ik wel gebruiken om iets vast te houden, of een kop koffie te dragen.Wekelijks komt mijn neef eten en ik had een paar gerechtjes vooraf klaargemaakt en ingevroren. Ikzelf ben al tevreden met een kom soep en yoghurt, voor mezelf kook ik niet. Maar als Peter komt kan ik wel moeite doen om iets lekkers op tafel te zetten. Toen ik in week drie met tante boodschappen ging doen bracht ik voorgesneden paprika en zo´n doosje gesnipperde ui uit het vriesvak mee. Kippenblokjes en kerstomaatjes, ik zou wel iets koken met één hand. De pasta zou mijn neef wel afgieten.

Ondertussen ben ik zeer bedrijvig met één hand. Alles duurt wat langer maar op zich is dat niet erg, tijd genoeg. Nu, zoveel weken later, moet mijn arm niet meer in de speciale mitella-met-blok-onder, maar ik mag en kán hem ook niet gebruiken. Ik heb oefeningen van de kinesist en dat is de enige inspanning die ik met mijn rechter arm/schouder mag doen. Die arm in een mitella zit niet meer in de weg en ik kan terug neerliggen in mijn bed om te slapen, maar eens uit bed heb heb ik constant de neiging om hem wél te gebruiken. Als je rechtshandig geboren bent is dat een gewoonte. Het einde is in zicht, al ben ik er nog niet helemaal. Mijn arm moet nog sterker en soepeler worden, en ik zal nog vaak moeten oefenen.

Maar goed, ik heb ondertussen geleerd dat ik met één arm al een heel eind kom. (OF ZOU JE ZEGGEN “ALS EEN ÉÉNARMIGE BANDIET AL FLINK MIJN VROUWTJE KAN STAAN!)


Mo Verbiest

Mo Verbiest

Morag Verbiest wordt Mo of Mootje genoemd omdat bijna niemand haar naam juist uitspreekt. Ze is geboren en getogen in Oostende sinds meer dan een halve eeuw. Meer over Mo Verbiest

Mis geen enkele blog van deze auteur!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief
van Mo Verbiest

Selecteer een of meerdere nieuwsbrieven:

🖂 Schrijf u hier in voor andere nieuwsbrieven
Wij spammen niet! Lees meer in onze privacy policy


U wilt reageren op deze blogpost? Dat kan op onze facebookpagina!

Vindt u wat u net las interessant? Overweeg dan om u in te schrijven op de nieuwsbrief van deze blog en ontvang een e-mail telkens iets nieuws verschijnt.