Pitou, de kat die er al meer dan 16 jaar niet meer had mogen zijn, maar die ons gisteren, tot ons immens verdriet, verlaten heeft…
Onze lieve kleine Pitou, die altijd bij ons was: thuis, op de camping in de Ardennen, op vakantie in de Provence, in Spanje, in Portugal… is er niet meer.
Ze was al een paar maanden ziek, had voor de derde keer een tumor die deze keer heel vlug groeide en uitzaaide. Papa en ik wisten dat we haar niet lang meer bij ons zouden hebben, dat het eerder een kwestie van weken dan van maanden was. Het was dan ook met een heel klein hartje dat ik op 1 mei naar Portugal vertrok waar ik mijn zoon, die zelf onder andere longkanker heeft, moest bijstaan omdat zijn vrouw, zijn grote liefde, erg ziek was en ondertussen een zware operatie heeft ondergaan. Ze remigreren begin juli terug naar Vlaanderen, zodat ”de kinderen” niet enkel deze zware medische problemen hebben, maar ook de hele verhuis moeten regelen plus de afwikkeling van de verkoop van hun huis hier in Portugal.
Papa zou dus alleen voor Pitoutje zorgen. Maar enkele dagen na mijn vertrek verslechterde haar toestand: de grote tumor leek open gebroken te zijn en ons poezenkindje bleef maar aan de wonde likken… Als het enigszins kon, had ik bij haar willen zijn wanneer ze haar spuitje zou krijgen, zoals ik al 16 jaar en 7 maanden bij haar was telkens ze naar de dierenarts werd gebracht. Papa nam contact op met de dierenarts en legde uit dat ik nog niet wist wanneer ik naar huis zou komen: binnen een week of twee? Binnen een maand? Of pas begin juli samen met de kinderen? Ze kreeg pilletjes om te proberen haar einde wat uit te stellen, maar al na 2 of 3 dagen was het duidelijk dat dat niet kon…
We hebben altijd heel goed voor haar gezorgd, altijd Pitoutjes gezondheid en haar geluk op de eerste plaats gezet (we huurden zelfs al een paar jaar hetzelfde, veel te grote vakantiehuis met de immense tuin, als we weer voor 6 weken naar Portugal trokken, dicht bij onze zoon, omdat Pitou daar zo zichtbaar genoot!), dus moest dat nu ook! We mochten nu niet egoïstisch zijn, toch?
Dus zou papa haar geruststellen als de dierenarts naar huis zou komen om haar te laten inslapen… Ik wilde wel één ding: ze moest in onze tuin begraven worden, zodat ze toch nog een beetje “bij ons zou zijn”!
Onze jongste zoon heeft dan ook haar grafje gedolven, tussen de bloemen in de tuin, en als ik weer thuis ben, plant ik daar een witte, geurende roos op. Dan zal ons meisje, als we wat over ons verdriet over haar dood heen zijn, ons elk jaar weer wat vreugde brengen…
Vaarwel en dank je wel voor al je liefde, lieve pluizenbol…

