Ik hou wel van mijn volle koer met planten. Overwoekerd kan je het niet noemen, maar het staat wel vol. Vorig jaar heb ik heel wat nieuw aangeplant en dit jaar is alles natuurlijk een flink stuk gegroeid. En eerlijk? Ik heb er ondertussen ook wat bijgekocht.
Het voordeel van planten in potten vind ik dat ik eindeloos kan schuiven. De vroege bloeiers zet ik vooraan zodat ik volop van hun bloemen kan genieten, terwijl de planten achteraan rustig hun bloemknoppen voor de zomer vormen. Sommige voorjaarsbloeiers, zoals mijn magnolia, zijn ondertussen uitgebloeid en maken volop nieuwe bladeren aan. De clematissen verhuisden naar de achterste rij zodat de hortensia opnieuw mooi in het zicht staat.
Elke ochtend wandel ik met mijn koffie een rondje over mijn koer, tussen de potten en bakken vol groen. Even kijken wat er veranderd is, welke knop openbarstte of welke plant weer een scheut groter werd. De vlinderstruik en de lampionplant staan al vol knoppen. Nog een paar warme dagen en ook zij zullen zich van hun mooiste kant laten zien.
Op de vensterbank staan bakken met rucola, snijsla en spinazie, klaar om geplukt te worden voor een vers slaatje. Wist je dat een kropsla met kluit uit de supermarkt gewoon opnieuw kan groeien? Je snijdt de blaadjes af tot op een paar centimeter en plant de kluit daarna in een pot. Goed water geven, wat geduld hebben, en na een tijdje kan je opnieuw oogsten. Er staat ook een pot met radijsjes om van te snoepen. Omdat ik iets te enthousiast zaaide, trek ik af en toe de jonge scheutjes uit zodat de andere meer ruimte krijgen om te groeien. Die kleine scheutjes zijn trouwens heerlijk pittig, bijvoorbeeld op een boterham met platte kaas.
Niet alleen ik geniet van mijn oase, maar ook de bijen en vlinders. Bij het kiezen van mijn planten heb ik bewust rekening gehouden met bloemen die insecten aantrekken. Ik vind het heerlijk om bijen van bloem naar bloem te zien vliegen, om daarna zwaar beladen met nectar terug richting nest te vertrekken. Ze zien er bovendien prachtig uit in hun strak zwart-geel gestreepte pakje, maar vooral: ze zijn onmisbaar. Door bloemen, planten en gewassen te bestuiven zijn bijen essentieel voor onze natuur en voedselvoorziening.
En eerlijk, een bijtje is helemaal niet gevaarlijk. Het steekt enkel uit verdediging. Laat het dus gerust rondzoemen in de tuin, daar doet het precies waarvoor het bedoeld is.
De meeste planten en bomen krijgen bloemen, en wanneer die uitgebloeid zijn vormen zich zaadknoppen. Die zaden reizen verder met de wind of worden door vogels verspreid. Zo verschijnen er in het vroege voorjaar vaak kleine zaailingen tussen mijn andere planten. Ik laat ze altijd een tijdje hun gang gaan, want je weet nooit wat er plots begint te groeien. Soms blijkt het gewoon onkruid te zijn, maar af en toe duikt er onverwacht een mooie verrassing op.
Zo heb ik nu een krulwilg en een boswilg staan. Allemaal leuk natuurlijk — ze zijn voorlopig nog geen meter hoog — maar het blijven wel bomen die ooit volwassen worden. Dat is iets waar ik toch even bij stilsta voor ik beslis of ze mogen blijven of toch een ander plekje moeten zoeken.
Toen ik kind was hadden we in Zandvoorde een immens grote tuin. Halfweg was die afgesloten met een schutting waar rozen tegen groeiden. In de tuin achter die schutting kweekte mijn pépé allerlei soorten groenten, terwijl het voorste deel helemaal voor de bloemen was. Elk jaar opnieuw dezelfde bloemen, netjes in rechte rijtjes alsof het soldaten in het gelid waren. Rond het gazon liep een border met een rij rode bloemen, daarnaast een rij paarse, en in het midden stonden Afrikaantjes — in de volksmond gewoon “stinkertjes” genoemd.
Tussen de rozen stonden ook gladiolen geplant. Vermoedelijk omdat ik lang genoeg gezaagd had om eens iets te mogen kiezen dat ik zelf mooi vond. In het voorjaar kleurden de borders dan weer vol tulpen en hyacinten: de ene soort aan de linkerkant, de andere rechts. Alles had zijn vaste plaats, strak geordend en zorgvuldig onderhouden.
Het bezig zijn met aarde, zaaien en groeien kreeg ik eigenlijk met de paplepel mee. Ik mocht altijd helpen met pépé. Als peuter had ik zelfs mijn eigen kleine stukje grond waar ik mocht zaaien wat ik wilde — waarschijnlijk iets dat snel groeide, zoals radijsjes of sla. Ik moest het water geven, verzorgen en natuurlijk ook oogsten.
Hij kweekte bijna alles zelf: tomaten, komkommers en courgettes in de serre, aardappelen, uien, kolen en wortels buiten. Eigenlijk alles wat we als gezin nodig hadden. De uitjes werden ingelegd op azijn, aardappelen en wortels bewaarden maandenlang in de kelder. Als tiener hielp ik nog altijd graag mee met zaaien, planten en oogsten. En met opeten natuurlijk.
Er is weinig dat kan tippen aan je tanden zetten in een zonverwarmde tomaat die net geplukt werd, of onderweg stiekem een paar aardbeien opsmikkelen. Smaken die nergens zo puur zijn als recht uit eigen tuin, nog warm van de zon en rechtstreeks van de plant geplukt.
Het was een heel andere tuin dan mijn eigen koer nu, maar waarschijnlijk ligt daar wel de oorsprong van mijn liefde voor planten.

