De meeste van mijn kruiden laat ik in bloei komen. Het brengt kleur tussen al dat groen, trekt bijen aan en vooral: de bloemen zijn ook gewoon lekker. Bloemetjes van bieslook of basilicum zijn heerlijk in een slaatje.
Die frisse paarse puntjes tussen het groen geven meteen een decoratieve toets.Het slaatje dat ik zelf plukte bestond uit bloedzuring, jonge spinazie, radijsscheuten, plukslaen wat fijngesnipperde pijpajuin. Gekruid met peterselie, gedroogde daslookbloemetjes en als extra toets kiemen van paardenbloem.
Die laatste smaken een beetje zoals cressonette: fris, licht pittig en met een subtiele nootachtige toets. Inderdaad, die pluizige zaadbollen die je overal in de graskanten ziet staan. Het spreekt natuurlijk voor zich dat je ze niet plukt op plekken waar veel honden lopen of vlak naast een drukke autoweg. De zaadjes kan je gewoon op wat nat keukenpapier laten ontkiemen en na een weekje kan je er al van smullen.
Ook de Oost-Indische kers is volledig eetbaar: zowel de bladeren, bloemen als zaden hebben een heerlijke peperachtige smaak die doet denken aan tuinkers, rucola of radijs. De onrijpe zaden ga ik opleggen in azijn — blijkbaar zijn ze een verrassend goed alternatief voor kappertjes.
Dan heb je natuurlijk ook de planten die speciaal aangeplant zijn voor de bloemen, zoals kamille, goudsbloemen, zeepkruid en lavendel. Met de lavendel en de kamillebloemetjes zal ik thee zetten, en de goudsbloem gebruik ik om zalf van te maken.
Onlangs volgde ik een kruidencursus. Het was niet helemaal wat ik ervan verwacht had. Ik hoopte vooral meer te leren over het zaaien, kweken en verzorgen van kruiden, maar de cursus zette me wel aan om er meer mee te doen dan alleen thee zetten of koken.
Tijdens de les maakten we shampoo, al vond ik persoonlijk dat daar nog altijd veel ingrediënten uit flesjes aan te pas kwamen. Namen zoals betaine, collagenetenside en rewoderm klinken nu niet meteen natuurlijk. Misschien beter voor je haar omdat er geen siliconen, parabenen of andere agressieve stoffen in zitten die vooral schuimen en de natuurlijke structuur van je haar aantasten, maar toch voelde het minder puur aan dan ik verwacht had.
Wat ik wél interessant vond, was dat je je haar ook kunt wassen met klimop of met thee van zeepkruid. Deze bevatten saponinen — natuurlijke zeepstoffen. Dat heb ik zelf nog niet uitgeprobeerd, omdat mijn zeepkruidplantje voorlopig nog niet in bloei staat.
In plaats van je haar te wassen, kan je het tussendoor spoelen met een kruidenthee: kamille voor blond haar of rooibos voor rood en gekleurd haar. Ik heb het ondertussen zelf geprobeerd en eerlijk? Verrassend genoeg werkt het goed. Mijn haar valt mooi, voelt zacht aan en eens de flessen leeg zijn, komen er geen nieuwe meer in huis. Beter voor de portefeuille én voor het milieu.
Iedereen kent waarschijnlijk calendula- of goudsbloemzalf, of heeft het zelfs gewoon in huis. Ik gebruik het zelf vaak als vochtinbrengende crème, al was het altijd een gekocht potje natuurlijk. Nooit echt bij stilgestaan om het zelf te maken. Te veel moeite, dacht ik, of gewoon geen idee waar je eraan begint.
Maar eigenlijk is het poepsimpel. Je begint met een maceraat: een plantaardige olie waarin kruiden of bloemen trekken zodat de olie de geur, kleur en werkzame stoffen van de plant opneemt. Die olie kan je puur gebruiken of verwerken met gesmolten bijenwas tot een zachte zalf.
Mijn eigen goudsbloemplant geeft voorlopig nog niet genoeg bloemen, maar gedroogde bloemen werken zelfs beter. En laat ik die nu toevallig in huis hebben voor thee. Dus besloot ik het gewoon eens te proberen. Mijn goudsbloemmaceraat staat nu rustig te trekken en binnen een week of vier kan ik mijn eerste zelfgemaakte goudsbloemzalf maken.
Ergens vind ik het wel bijzonder dat iets wat altijd zo ingewikkeld leek, uiteindelijk gewoon begint met een flesje olie, wat bloemen en een beetje geduld.

