Mijne lieve Lezer, een heleboel heel erg moeilijks is eindelijk achter de rug. En nu hoop ik dat een deel van mij uw wezen bereikt en dat ge, mee met mij, opgelucht verzucht. Nog enkele laatste domme aardse dingen regelen, en dan ben ik helemaal up-to-date met levensmanagement. Nog autonomer dan eerder, en klaar voor de volgende, vermoedelijk voorlaatste, ronde.
Het kan ook de laatste worden uiteraard. Elke vorige had dat ook gekund, dus ik leerde om niet al te voortvarend te anticiperen op dingen die ik toch nog niet zeker kan weten.Vertrouwend voorbereid op al de rest.
Als ik in raadsels lijk te schrijven… ‘t Ligt niet aan u. Mijn leven geschiedt enorm raadselachtig op ‘t moment. Dídeans ventilator blijft de nacht doorzoemen, en ik ben dankbaar dat ik buitenbinnen lekker binnenbuiten in mijn thuisje zit. Af en toe bromt de koelkist, zoeft een wagen of moto nét verdraagbaar ver genoeg voorbij, hoor ik de kikkers in de waterplas, of krijst er een kat. Het is echt stil, behalve al dat.
Ook al schreef ik u gisteren een hele pagina, er valt daar nu niks mee aan te vangen. Ik schreef ze gisteren omdat ik wist dat vandaag moeilijk zou zijn vanwege afspraken die prompt leiden tot ingrijpende levensveranderingen. Dat doen ze ook, zo blijkt. Volgende week zal ik er vast wat concreets over vertellen, dan ben ik er wat aan gewend. Laat het u niet verbazen als ik het daardoor alweer vergeten ben omdat oude gewoonten onderhand door nieuwe werden ingepalmd.
In ieder geval, gisterens pagina valt niet te redden. Ik kan wat er staat niet eens herkennen als iets dat ik geschreven zou kunnen hebben. Zoiets hoort niet in míjn blog thuis, mijn leven zit helemaal anders in elkaar. Alhoewel, niet hélemaal. Bij een volgende technische keuring moet er dan wel wat aan gelast ten gevolge van corrosie hier en daar, maar mijn dapper dansende Dídean is weerom geslaagd voor een jaar.
Tussen vorige alinea en deze – o, jawel, welkom in mijn onverbiddellijk spannende leven – ontwikkelde het lijf gigantische pijn. Denkende dat het symptoom van MS was, en simpelweg verdragend, merkte ik pas heel laat op dat mijn rechterborst tot één grote dikke steenpuist was herleid terwijl de tepel dikke etter uitstootte. Instinctief begon ik die etter uit te duwen om spanning weg te halen. Nog meer pijn, die ik simpelweg verdroeg, alle focus louter gericht op mijn spontaan geïmproviseerde impressie van een meedogenloze Dr Pimple Popper.
Ik viel verdorie kortstondig bewusteloos. Toch maar de dokter van wacht in de streek gebeld om advies. Ontsmet. Kompres met isobetadine opgelegd. Dafalgan ingeslikt. Advies ontvangen om mijn opvolgende huisarts te contacteren zodra die bereikbaar was. Misselijk en draaierig en koortsig voelend, met een koortsthermometer onder de oksel die blijkbaar de geest gaf, in slaap gevallen op mijn bankje.
Wakker geworden en mijn huisarts foto’s en uitleg gestuurd. Ze contacteerde mij vervolgens middels videoconsult en ik kreeg een voorschrift voor een zware antibioticakuur die ik onmiddellijk bij de apotheek moet gaan halen, en eentje voor radiologisch onderzoek waarvoor ik zo snel mogelijk een afspraak zou moeten maken.
(moment, ik moet ff in- en uitademen)
Toen stapte ik Dídean uit, en merkte ik een lek in de waterleiding van het sedentaire gebouw waarvan ik nog geen 24u geleden een piepklein privaat stukje heb gekocht. Dat lek heb ik nu pas ontdekt omdat ik de hoofdwaterkraan naar mijn private stukje heb opengedraaid voor veel langere tijd dan de makelaar kort even deed om te tonen dat er water uit de kraan kwam lopen.
Vervolgens ben ik naar het hoofdgebouw gelopen met mijn kapotte borst, die mijn hele rechterflank doet branden tot diep in mijn lies overheen de gewoonlijk al zo pijnlijke zenuwbanen, in de volle bijna middagzon terwijl Uhthoff (en blijkbaar ook Murphy) me sowieso al ferm bij de lurven heeft.
Tot overmaat van ramp blijken minstens sommige omwonenden – waarvan ik nog niemand ken – te veronderstellen dat de zichtbare waterplas, die zich onder mijn Dídean heeft verzameld, mijn afvalwater is dat ik gewoon over hun parking laat lopen. Ik weet dat zeker, want ik werd er op aangesproken met een erg zuur gezicht bij de woorden. Middels nog wat extra inspanning tussendoor alle stress, dan maar een met dikke alcoholstift beschreven briefje op haar flank geplakt.
Nu probeer ik syndicus, notaris, vorige eigenaars, én – voor ik het rats vergeet – zeker ook de apotheker te pakken te krijgen. Echter is iedereen in middagpauze dus ik kom snel de tekst, die gisterenavond hangende bleef bij mijn tepeltergend tussendoortje, even vervolledigen.
We blijven onderweg hè Lezer, we blijven onderweg…Sta me toe even languit te wenen.
Liefs, en – misschien toch – tot later.


