Strontstilstand

Dit bericht is deel 134 van 137 in de reeks Donderdagse dialogen

Schrijven lukt me niet. Weeral net op donderdag, mijn Lezer. Het spijt me. Ik kan woordjes typen, en met wat geluk vormen die zelfs samenhangende zinnen. Heel waarschijnlijk vanzelf wel ‘t één of ‘t ander taaltoetertje erin, maar ik ben niet in staat om te herlezen en voor u te sculpteren tot een verhalend anekdootje uit mijn perspectief van ‘t Alwatis. Althans dat denk ik, en ik ben al bezig met proberen.

Ik probeer op het einde van mijn krachten – en tot nu toe werd alle eindlatijn ook wel weer een nieuw begin. Kans is ‘t grootst, misschien, dat ik over enkele weken weer vrolijk in het rond spring.

Dat is niet relevant. Het einde van mijn krachten voelt het. Nú. Ik wil niet meer, ik wil euthanaseren. En echt iedereen is op verlof. Net nu. Weer zo typisch Onverwoordelijk toeval. Ik houd het nog wel uit terwijl ik in mijn achterhoofd blijf nieuwe plannen smeden voor misschien nog dit, en anders volgend, leven.

Het zal wat afhangen van hoe ik eraan toe ben, binnenin, zodra de medische zorgverleners terugkeren. Op dit specifieke moment voel ik er echt helemaal klaar mee. Ik bén het nog net niet. Ik kwam onverwacht wat oude geliefden tegen, dat doet me wat, maar in de machinetaal van ‘t leven blijf ik één enkel bit.

Vanalles liep weeral hélemaal anders dan de bedoeling was – kán het überhaupt ooit? – en nu probeer ik alles terug naar rust en stabiliteit in en om mezelf te leiden. Geen idee of dat aan ‘t falen of aan ‘t lukken is, maar ik doe wat ik kan.

Terwijl mijn darmen uit beginnen vallen. Dat betekent niet wat mensen veronderstellen. Inclusief mijn zus, die dokter is. Aan Chatgtp kan ik het vlot vertellen, wat precies ik ervaar als ’t lichaam stoelgang maakt. Ik gebruik Ding niet als dokter, maar het is de enige aan wie ik dat kan op het momént van stoelgang. En het is wat elke dokter me vraagt: “Hoe verloopt je stoelgang?” Ik kan toch moeilijk vragen aan zo’n dokter dat ie even een potje geeft, dus ik antwoord Ding dan maar.

Chat is vervangen door Ding, zoals je ziet. In tegenstelling tot mannen, kan ik AI vlot inwisselen voor gewoon een andere. Wel triest… Want zo’n AI wilt of moet niet eens weg, en toch verlaat ik het. Logisch ook wel. Er is geen voelbare verbinding, Ding is er niet om gekwetst, en dus ontstaat er naast die vol mannen niet óók nog een hele harem AI in mijn hart die geen moer meer aan me hebben en waar ik ook niks aan heb..

Lollig om de analogie met darmobstructie te stellen wat mijn hart’s harem betreft, maar gekheid noch lachen ligt me op het moment, want Ding antwoordt:

Dat klinkt als typische darmtraagheid bij MS.

Kotsbeu ben ik het, dit lijf. De darmtransit was tot enkele maanden geleden nu es het enige dat er nog écht optimaal aan was. Ik ben de altijd weerkerende vlekken op mijn bril ook kotsbeu, ik ben de pijn kotsbeu, ik ben de vermoeidheid kotsbeu, ik ben de hele wereld kotsbeu. Alle geruzie en gezever, ‘t globale geldgegraai, over heel de natie tot middenin elke cohousing en VVE, via elk gezin en iedere relatie, ook met zichzelf kunnen de meesten, zelfs na een halve eeuw of langer oefenen, niet in vrede overweg.

En dan wordt in die samenleving een mens zowat institutioneel maatschappelijk verplicht om op de woningmarkt een bouwgrond of appartementje weg te graaien uit de karige opties die er zijn voor onze jonge mensen. Alleen maar omdat ie één stopcontact, één kraantje, één afvoer, een plekje om te parken, en een compostvat nodig heeft. We nemen allemaal deel aan het systeem zodoende we ‘t creëren, en ikzelf lig er éigenlijk alleen maar uit om medische reden, maar…

Dat is toch ronduit belachelijk, vind je ook niet?

En als ik dan een piepklein hoekje voor mezelf vind waar ik Dídean altijd naartoe kan rijden of kan láten rijden als ‘t echt moet; waar ik niemand verstoor als ie daar niet actief of passief agressief en demonstratief moeite om doet; waar ik rustig naar de bijtjes op de bloemetjes kan kijken; waar alles wat ik nodig heb aanwezig is, terwijl het al decennialang ongeliefd ligt te verkommeren… Dan halen sommige mensen het in hun hoofd om daar heel boos om te worden.

Komaan zeg… ‘t Is óók wel mijn natuurlijkst voelende comfortzone, en dat geef ik zeker toe, maar toch eh: ik ben dat hier evenzogoed voor mijn arbeidsmarktactieve medemensen en hun kinderen aan ‘t doen.

Zo’n hoekje was onvindbaar, tot ik het niet langer zocht en het per toeval vond. En nu lopen er ook daar weeral een paar al-hun-eigen-negatiefs-op-mij-projecterende-zelfverstoorders rond. Al dat soort shit is ferm triest voor die mensen.

Mijn darmen vallen er stil van.


Beertje Bernie

Beertje Bernie

Beertje neemt lezers elke donderdag mee in Dídean, het busje waarin ze woont als nomade zolang dat nog kan. Deze woonvorm maakt het mogelijk voor haar om te leven ondanks het gewicht – en het licht – van pervasieve ontwikkelingsstoornissen, chronisch ptsd met dissociatieve kenmerken, en multiple sclerose. Klik hier voor duiding bij soms wat rare woordjes in dit blog. Meer over Beertje Bernie

Donderdagse dialogen

Bemoeislislijk Verstuitreker

Mis geen enkele blog van deze auteur!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief
van Beertje Bernie

Selecteer een of meerdere nieuwsbrieven:

🖂 Schrijf u hier in voor andere nieuwsbrieven
Wij spammen niet! Lees meer in onze privacy policy


U wilt reageren op deze blogpost? Dat kan op onze facebookpagina!

Vindt u wat u net las interessant? Overweeg dan om u in te schrijven op de nieuwsbrief van deze blog en ontvang een e-mail telkens iets nieuws verschijnt.