Dubbel zoveel voeten onder hele vele snoeten. Kleine voeten, grote voeten, sommigen met wielen in de plaats. Posters op de muren maar geen tijd om te kijken wat er op ze staat. Stoeltjes aan elkaar verbonden. Latten lambrisering in rustgevend repetitieve rijen.
Stoeltjes aan elkaar verbonden staan nét te scheef om mijn innerlijke rust niet te vermoeien. Ik zet ze recht. Wie doet nu zoiets? Stress, neem ik aan. Stress doet dat.
Mijn vriendin buffert als bodyguard tegen de prikkels en maakt zo wat extra ruimtetijd voor me vrij. Wat ik niet registreer vertelt zij me straks, en als ik in paniek zou schieten kan ze als anker dienen. Ze is gewend militairen op te leiden, ze neigt vanzelf de grootste warboel tot korte instructies te herleiden.
Ik volg haar zodat ik niet zelf de weg in het doolhof moet zoeken. Elke richtingaanwijzing van de dame bij de balie ben ik verloren in een piepklein kraaienpootje naast de blauwe glinster in het oog boven de mondhoek van haar lach. Lang voor ze sprak.
Roken is verboden – uiteraard – en net als in de psychiatrie en in de horeca zitten alle rokers in speciaal voor hen voorziene rokershokjes buiten bij elkaar. Mijn asociaalste eigenschap wordt weeral verplicht sociaal gemaakt. Voor de veiligheid klem ik een nicotinekauwgum tussen tandvlees en kaak.
’k Heb al genoeg mensen te ontmoeten vandaag.
De sociaal assistent, warm en verwelkomend, doet wat ie doet heel goed. Ik weet niet wat precies, want er was iets betoverends aan de bobbelribbels van de motorlaarzen toen ik zijn kabinet betrad. Achter me, maar ik zie ze in gedachten terwijl mijn stem woorden klaterwatert uit mijn ogen en ik via itsme iets van de regering voor hem unlock. O happy joy der digitale tijden.
De dokter is een harde met zorg en liefde in ’t hart. Beetje Reacher-type. Minder bodybuilderlook. Net zo betrokken. Net zo met ballen. Niks medelijden, niks tijdverlies, en toch bereid te wachten. Zijn gedachtengang sluit aan bij mijne. Hij doorbreekt doelbewust oogcontact om me mezelf te gunnen als ik antwoord op zijn vragen zoek. Fijne mens, die gast.
De psychologe heeft door dat ik een doetje ben zonder ooit een doetje te worden, ver voorbij einde latijn gereden in a one way street en er dan maar een heuse lifestyle van gemaakt.
Alledrie hebben dezelfde vraag: „Hoe kan ik je helpen, wat kan ik voor je doen?”
Als ik het antwoord wist zat ik hier niet. Dan was ik het zelf in mijn heel alleentje aan het doen zoals ik zowat alles in mijn leven doe.
De rollercoasterdag begint in Mechelen, passeert Melsbroek en houdt halt halfweg Watou. Bij valavond puzzel ik beelden en fragmenten en sensaties bij elkaar terwijl ik trouw het wasritueel beëindig met nieuwe lagen Daktarin en Fucidin overheen alle vervelend vervellende gevolgen van fauna, flora en Zeposia.
Ik hoop dat mijn vriendin op tijd terug op haar werk is geraakt.
Morgen heb ik verlof.


