


’t Ostends is een vrolijk en kleurrijk taaltje, met uitspraken als “ ‘t is voe je duum in je gat te breekn (het is om razend te worden) en “e snak en e bete kriegen (afgesnauwd worden). Moeilijk te verstaan voor buitenstaanders. Het is West-Vlaams, maar toch net dat beetje anders: platter, doorspekt met woorden uit de visserij, ’t koajs (van aan de kaai, de visserij). Een echte Oostendenoare herken je meteen aan zijn typische “è”: “e visscherine med é blékblow kléd stoeg med één bén in


Een ode aan de smaken, tradities en vissersgewoonten van de kust, van vers gepelde garnalen tot vergeten streekgerechten.

Wat begon als een gezellig etentje met mijn neef is uitgegroeid tot een wekelijkse culinaire wereldreis vanuit mijn eigen keuken. Elke week ontdek ik een nieuw land met zijn typische gerechten, tradities en smaken – van Nepal tot Georgië.

De visserswereld heeft een ruige reputatie, gevormd door oude gebruiken zoals gouden ringen en tatoeages die ooit dienden voor herkenning op zee. Achter dat stoere imago schuilt echter traditie en noodzaak, want het harde leven op zee bracht zijn eigen gewoonten en verhalen voort.

Het vissersleven is hard en eenzaam, zowel voor de mannen op zee als voor de vrouwen aan wal die in angst en stilte wachten. Ondanks het gevaar, de onzekerheid en het gemis blijft de zee trekken, het zit in hun bloed, van vader op zoon en van generatie op generatie.