Boeken, katten en koffie

Onlangs kreeg ik van tante een koffiemok waarop stond. “Life is better with, books, cats and coffee” Toen ik deze zag moest ik direct aan je denken. Dat ben jij, toch?

Daar heeft ze volledig gelijk in. Mijn katten komen altijd op de eerste plaats en ik ben een koffieleut, maar dat wist je al uit vorige blogs.

Lezen is één van mijn favoriete bezigheden, ik heb altijd wel ergens een boek liggen. Ik moet er tijd voor hebben want ik wil me volledig in het verhaal kunnen storten en dan verlies ik al snel het uur uit het oog verliezen. Het liefst lees ik op papier maar sinds enkele jaren heb ik een e-reader. Dat is handig om mee te nemen op reis en je kunt via een abonnement veel boeken verkrijgen zonder bij te betalen. Een kleine kost voor veel leesplezier. Niettegenstaande dit gemakkelijk compact bibliotheekje koop in nog graag een echt boek.

Momenteel ben ik verslingerd aan Michael Connelly, misdaad romans met een rode draad in het verhaal, Detective Harry Bosch lost zaken op bij de politie van Los Angeles en gaat soms te rade bij FBI-profiler McCaleb om verder te geraken. In dit genre zijn er nog wat schrijvers die mijn goedkeuring wegdragen, Karin Slaughter, Pieter Aspe en Lee Child met als terugkerend personage de ex militaire politieagent Jack Reacher. 

In een compleet andere genre heb je dan historische fictie-, fantasie- en romantiek boeken, een mondvol om de reeksen Outlander van Diana Gaboldon en de Aardkinderen van JaenAuel te beschrijven. Boeken om jezelf te verliezen in de fantasie van de schrijver.

En… waar ik een kast van vol heb zijn… natuurlijk, boeken over en mét katten. Kon ook niet anders, he? Katten als verteller zoals, Alfie van Rachel Wells. Katten in de hoofdrol, zoals in Het kattenkafe van Cate Conte. Of katten die gewoon katten zijn en het leven van mensen beïnvloeden. Echte verhalen zoals, Mijn vriend Ben, Bob van James Bowen, Nala’ wereld of Felix en Bolt de station katten. Katten die op hun eigen manier het leven van een autistische jongen of een dakloze man verbeteren, gewoon, door kat te zijn. 

Ik denk dat mijn passie voor lezen begonnen is  op internaat . Voordien las ik ook, maar vooral de verplichte boeken waarover je een boekbespreking moest schrijven. Die haatte ik, die boeken spraken me niet aan. Ik weet nog dat ik maanden heb gesukkeld met Eric en het Grote insectenboek van Godfried Bomans, en dat mijn tante uiteindelijk die boekbespreking voor me heeft geschreven.

Het internaat had een eigen bibliotheekje, een kamer met een paar kasten tot bijna aan het plafond vol boeken. Een kast per leerjaar, boeken passend bij die leeftijd. Ik zat in het derde leerjaar dus moest ik in kast drie beginnen. Na de studie en avondeten hadden we nog wat vrije tijd. Rond 20u30 naar onze kamer waar we nog wat konden studeren of lezen. Om 21u30 lichten uit. Maar een spannend boek kan je toch niet wegleggen midden in een verhaal? Dus kroop ik onder de dekens met een zaklampje en las verder tot in de vroege uurtjes. Ik verslond boeken en al vlug had ik alles uit de derde kast gelezen. Toen mocht aan de volgende beginnen, de boeken voor de 4e -jaars. Wat natuurlijk betekende dat toen ik in hetzesde leerjaar zat ik als achttienjarige begon aan boeken zoals Pinkeltje en Pietje Pek. Boeken voor de eerstejaars.

Ik verzamel niet alleen leesboeken, ik heb ook een paar “koffietafelboeken”, je kent ze wel, het soort dat je ziet liggen op een salontafel op een foto in een interieur catalogus. Boeken die je prachtig vind als je ze koopt, maar die je, behalve een keer doorbladeren, nooit meer bekijkt. Zoals ‘Langs het tuinpad van mijn vaderen’, de geschiedenis in woord en beeld over de dagelijkse beslommeringen van de gewone mens in de zeventiende eeuw. Of, ‘Leven met bloemen’ van Nico De Smet, met zo’n mooie foto’s van boeketten en bloemstukken dat ik die ook ooit zelf wilde maken. Boeken die stof vergaren en plaats innemen maar je toch niet wegdoet.

Mijn reisboeken vullen ook een hele plank. De meeste zijn Michelin Gidsen van streken en steden die ik bezocht heb. Ik kocht ze om me vooraf wat te verdiepen in de kunst, cultuur en bezienswaardigheden. Maar eens ter plaatse blijft het boek vaak op de kamer liggen terwijl ik me red met folders en tips van de toeristische dienst. Achteraf kijk er nooit meer in, maar als ik ze zie staan denk ik: “Ik ben daar toch geweest. Ik heb dit alles mogen bezoeken”.

Koken doe ik ook graag. Niet het alledaagse eten klaarmaken, maar echt koken. Iets nieuws proberen. Een onbekende keuken, vreemde kruiden, een gerecht dat ik nog nooit geproefd heb. Het is eigenlijk een soort experiment, een uitdaging. In een kookboek bladeren, iets kiezen wat me aanspreekt, de ingrediënten verzamelen, het recept stap voor stap volgen en dan het resultaat op tafel zetten. Altijd weer spannend om af te wachten of mijn gasten het even lekker vinden als ik genoten heb van het maken.

En dit is misschien wel het mooiste aan boeken: Jezelf verliezen in een spannende thriller of troost vinden in een grappig verhaal met een kat in de hoofdrol. Je gasten verwennen met een lekker gerecht. Mijmeren naar een plaats die je bezocht.

Boeken zorgen voor plezier, katten houden je gezelschap, en de koffie zorgt dat je wakker blijft voor dat ene hoofdstuk extra.

Wat wil een mens nog meer?


Mo Verbiest

Mo Verbiest

Morag Verbiest wordt Mo of Mootje genoemd omdat bijna niemand haar naam juist uitspreekt. Ze is geboren en getogen in Oostende sinds meer dan een halve eeuw. Meer over Mo Verbiest

Mis geen enkele blog van deze auteur!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief
van Mo Verbiest

Selecteer een of meerdere nieuwsbrieven:

🖂 Schrijf u hier in voor andere nieuwsbrieven
Wij spammen niet! Lees meer in onze privacy policy


U wilt reageren op deze blogpost? Dat kan op onze facebookpagina!

Vindt u wat u net las interessant? Overweeg dan om u in te schrijven op de nieuwsbrief van deze blog en ontvang een e-mail telkens iets nieuws verschijnt.