Ik heb nieuwe inkt! Zo noemen ze dat toch hé?
Een opwelling? Misschien.
Een opkikker? Kan zijn.
Een behoefte? Zoveel is zeker.
Ik heb al jaren een tattoo op mijn arm. Aan de binnenkant, netjesin de elleboogholte. Een herinnering aan een vroeger hoofdstuk. Iets van lang geleden, van een andere ik. Een ik van vóór de ex. Van vóór veel dingen.
Ik had er geen spijt van, zeker niet. Maar het was “ik” niet meer. Die periode lag al lang achter me, een afgesloten hoofdstuk, maar de inkt stond er nog. En elke keer als ik keek, was het een stille confrontatie. Elke dag. Een mijmering naar lang vervlogen tijden.
Dus begon ik na te denken: wat zou daar nu kunnen staan?
Iets groots. Zwart. Rond. Want het moest die oude tattoo volledig bedekken, een cirkel van vijf centimeter, die ingekleurd was in een zwarte tekening. Maar vooral, het moest iets zijn dat mij weerspiegelt.
Niet zomaar een tekening, geen internetplaatje.
Iets naar mijn hart. Letterlijk.
Ik heb er lang over gedaan. Ideeën gezocht, laten rijpen. Twijfels, schetsjes, hersenspinsels. Tot ik, terwijl ik een blog schreef over mijn katten, ineens wist wat het moest worden.
Mijn katten. Wat anders?
Mijn acht poezenbeesten, die met hun eigenzinnigheid, zotte kapriolen en door er simpelweg te zijn, mijn leven mooier maken. Sommigen zijn er nog, anderen zitten ondertussen ergens op een zacht wolkje in de poezenhemel. Maar allemaal dragen ze een stukje van mijn hart met zich mee.
“Het feit dat ik in anderhalf jaar tijd twee poezekes heb moeten afgeven, en dat ik de volgende dag ook nog afscheid moest nemen van Louis, gaf de doorslag om er eindelijk eens werk van te maken.”
Ik voel me al een tijdje, eigenlijk al maanden niet goed in mijn vel. Zo slecht zelfs, dat ik al een maand thuis ben. Ik zou een toertje doen met Poppy. Mijn brommertje. Een frisse neus halen. Misschien een ijsje eten. Een ritje tot aan de zee. Daar zou ik me beter door voelen. Maar ik stond plots voor de tattooshop. Even naar binnen, gewoon om te informeren of ze iets voor me konden tekenen. Een silhouet van een zwarte kat met daarrond zeven kleinere afbeeldingen. Verwijzingen naar de beestjes die er niet meer zijn of nog thuis op me wachten. Eén voor elk van mijn schatjes. Acht in totaal. In simpele zwarte inkt. De tekening mocht groot zijn, maar niet te druk, en zonder tierlantijntjes. En zeker niet iets dat klakkeloos uit een boek komt.
Ik kreeg het ontwerp te zien, deed nog wat aanpassingen en we bespraken de prijs.
En dan vroeg ik “Wanneer zou je daar tijd voor hebben?”
Hij keek me aan, glimlachte en zei: “Ik kan nu wel.”
Euh… nu?
Ik was er eigenlijk niet op voorbereid, dit was het plan niet. Maar ach ja, waarom niet? Misschien voel ik me beter. Ik ben geen sentimenteel persoon. Ik heb geen foto’s aan de muur hangen of draag geen aandenken aan overleden personen bij me. Ik denk aan hen bij dingen die ik doe, of als ik een bepaald liedje hoor. Of gewoon als ik plots terugdenk aan een bepaalde periode in mijn leven. Maar mijn schatjes vereeuwigen in deze tattoo voelde goed.
“Oké, geef me twee minuten. Eerst naar de wc, dan eentje roken, en dan ben ik er klaar voor om anderhalf uur gemarteld te worden.”
En zo geschiedde. Een nieuw stukje inkt. En mijn hartediefjes voor altijd bij me.

