Het is weer tijd, tijd om de klok te verzetten. De nacht van zaterdag op zondag gaan we van zomeruur naar winteruur. Drie word twee, een uurtje langer slapen.
Dat idee was eigenlijk niet nieuw. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bedachten de Duitsers al dat je door de klok te verzetten minder kolen nodig had, en ook België paste dat toe. Na de oorlog verdween het weer, tot de crisis van de jaren zeventig. Toen was energie schaars en duur, en leek het logisch om langer van het daglicht te profiteren.
Twee keer per jaar dat gepruts met de klok. Een uur vooruit in de lente, een uur terug in de herfst. Een uurtje langer licht of een uurtje vroeger donker. En waarom? Het zou energiezuiniger zijn. Een kleine moeite met grote gevolgen, vind ikzelf. Het brengt een hoop stress mee, vermoeidheid en ritmestoringen. En toch doen we dit al sinds 1977 opnieuw in België, ingevoerd tijdens de oliecrisis, zogezegd om energie te besparen.
Vandaag klinkt dat overbodig. Onze verlichting is energiezuiniger, we letten op ons verbruik, beter voor het milieu en ook voor de portemonnee. Veel mensen leven tegenwoordig volgens een ander ritme dan vroeger. Nu is het voordeel van de uur verandering klein. Wat we wél voelen, zijn de nadelen. Onderzoekers wijzen op verstoringen van het bioritme en slechter slapen.
In de winter lopen we een uur vóór op de zon (GMT+1) in de zomer zijn dat er twee. Greenwich Mean Time (GMT) is de gemiddelde zonnetijd op de nulmeridiaan, die door Greenwich bij Londen loopt. In de 19e eeuw werd dit vastgelegd als internationaal referentiepunt, en van daaruit zijn de wereldwijde tijdzones opgebouwd. Elke tijdzone wordt uitgedrukt in uren verschil ten opzichte van GMT, waardoor overal ter wereld een uniforme tijdsindeling mogelijk werd. Die tijdzones werden door de spoorwegen gecreëerd. Voordien had iedere stad zijn eigen tijdsindeling, aan de hand van de stand van de zon. Maar de treinen moesten volgens een vaste dienstregeling rijden, wat voor veel problemen zorgde. Daarom werd de wereld onderverdeeld in 24 tijdzones.
De wintertijd – eigenlijk gewoon de standaardtijd – sluit beter aan bij ons natuurlijke ritme en zou gezonder zijn.
En toch… er zijn ook mensen die houden van die lange, lichte zomeravonden. Zelf twijfel ik soms: ik geniet in juli van de zon die laat ondergaat, maar mijn lichaam vindt dat klokkenverzet maar niets. Daarom blijf ik met dezelfde vraag zitten als zoveel anderen: moeten we dit blijven doen, of eindelijk kiezen voor één vaste tijd?
Foto: Pexels.com

