Laat ons mannelijkheid uit het verdomhoekje halen

Wie zoals ik een trouwe kijker is van Smerconish op CNN of Real Time with Bill Maher op HBO is vast wel bekend met de theorieën van professor Scott Galloway over “gezonde mannelijkheid” in de hedendaagse maatschappij. Prof G., zoals hij zichzelf noemt in zijn gelijknamige podcast, schreef onlangs het boek Notes on Being a Man, dat op mijn must-read lijst staat voor 2026. Omdat ik weet dat niet iedereen zo verknocht is aan CNN of HBO doe ik zijn standpunt, en welke argumenten hiertegen ingaan, graag uit de doeken.

Volgens Galloway — econoom, marketingprofessor en professionele meningenmachine — bevinden jonge mannen zich in een crisis. Niet omdat ze plots allemaal Jordan Peterson of Andrew Tate zijn gaan citeren of omdat ze weigeren hun sokken in de wasmand te gooien, maar omdat ze, simpel gezegd, hun plaats kwijt zijn.

De traditionele route naar volwassenheid — opleiding, werk, gezin, stabiliteit — is voor velen uit beeld verdwenen. Jongens vallen vaker uit in het onderwijs, hebben meer kans op depressie en isolement, en belanden sneller in een digitale cocon van pornografie, online games en eindeloze Reddit-threads over “hoe vrouwen tegenwoordig toch zo oppervlakkig zijn”. Jongens en mannen plegen ook vaker gewelddadige misdaden of, erger nog, (zelf)moord. De man anno 2025 leeft, aldus Galloway, niet in een maatschappij die hem haat, maar in één die hem niet meer nodig lijkt te hebben.

Dat is niet enkel een existentiële ramp, zegt hij, maar een economische en sociale tijdbom. Jongemannen zonder toekomst of verbinding worden cynisch — en cynisme, in overmaat, is zelden productief.

Dus daar staan we dan. In een tijdperk waarin de man niet meer weet of hij een houthakker moet zijn of een huisplant. Galloway zegt: “Mannen zijn de weg kwijt. En wanneer mannen de weg kwijt zijn, falen beschavingen.” En je voelt het: dat is geen hyperbool, dat is een echo. Niet van de jaren vijftig, maar van een algoritme dat fluistert: je bent overbodig.

De man als economisch risico. Als sociaal spook.

Galloway’s remedie klinkt ouderwetser dan ze is: mannen moeten terug leren “beschermen, voorzien en voortplanten” of “Protect, Provide, Procreate” zoals dat in schoon Engels heet. Niet als karikatuur van de alfaman met zijn proteïnepoeder, maar als moreel kompas voor zichzelf en anderen.

Beschermen: voor jezelf en je geliefden zorgen. Voorzien: verantwoordelijkheid opnemen, niet enkel financieel maar ook emotioneel. Voortplanten: bijdragen aan iets dat groter is dan jijzelf — een gezin, een gemeenschap, een nalatenschap, desnoods een goed onderhouden plant. (Voor wie zich afvraagt waarom ikzelf dan kinderloos ben: ik heb Freddy, mijn ficus, de laatste 34 jaar zien opgroeien van kleine kamerplant tot een heuse boom van een goede tweeënhalve meter hoog! Freddy is dus, al is het enkel letterlijk, groter dan ikzelf. Ernstig nu: ik probeer andere autisten of mensen met kanker een referentie- en reflectiepunt te bieden met mijn blogs op The Mutant Fish. Op die manier probeer ik, zelfs nu ik het huis amper nog verlaat, mijn steentje bij te dragen en er te zijn voor wie mij nodig heeft.)

Zijn boodschap is eigenlijk verrassend zacht: mannelijkheid hoeft niet harder of dominanter te zijn, ze moet juist meer zorgend worden. Minder testosteron, meer betrokkenheid. Minder “stoerheid”, meer betrouwbaarheid. Een man die er stáát — niet als held, maar als mens die iets bijdraagt.

Laat ons ook stoppen met de onbewuste stelregel dat vrouwen geen partner willen die minder geschoold is dan zijzelf. Dames, meisjes, laat dat los en kijk naar de man die er staat en die er is voor je. Niet naar het feit of hij al dan niet de wet van de grote aantallen onder de knie heeft. Bovendien zegt een diploma niks over de intelligentie van een persoon. Neem dat maar aan van dit Mensa-lid met zijn diploma hoger middelbaar!

En toch, dat ouderwetse randje blijft. “Beschermen, voorzien en voortplanten” klinkt als iets dat je in 1958 op een sticker van de Bond Zonder Naam kon lezen, of boven een artikel in Kerk & Leven (nu, samen met Kerknet, herrezen, pun intended, als Otheo) of in een of andere Sovjetkrant. De ironie: Galloway, de man die pleit voor modern man-zijn, grijpt naar de taal van de prehistorische vaderfiguur.

Wat Galloway benoemt — de dalende participatie van mannen in onderwijs, de toename van eenzaamheid, de verminderde economische kansen — is reëel. De cijfers ondersteunen hem. Wat hij níet altijd meeneemt, is dat dit niet enkel een “mannenprobleem” is, maar een symptoom van structurele ongelijkheid en een maatschappij die iedereen — man, vrouw, non-binair, kat met ambities — richting prestatiedruk duwt.

Zijn pleidooi voor “herwaardering van mannelijkheid” is dus een beetje alsof je een lekkend dak repareert door enkel de regenpijp schoon te maken. De oorzaak ligt dieper.

Toch vind ik zijn diagnose interessant: niet omdat ze nieuw is, maar omdat ze eindelijk toelaat om over mannelijkheid te spreken zonder onmiddellijk in defensieve sferen te belanden. Galloway zegt in feite: je mag als man worstelen, zonder dat je daarom toxisch bent. Dat klinkt banaal, maar het is in 2025 bijna een revolutionair standpunt. (Ik zie de Gen Z’ers al met hun ogen draaien, en tieners antwoorden met 6-7). Maar toch is het in grote mate gewoon waar het om draait.

Galloway zegt: “De meest disruptieve kracht in onze maatschappij is niet AI, het is het gebrek aan jonge mannen met hoop.” En dat snijdt. Want hoop is geen hashtag. Geen TED-talk. Geen bio op Tinder. Hoop is iets dat je voelt, even ongrijpbaar als utopisch.

Toch wringt het. Want wat als “gezonde mannelijkheid” gewoon een herverpakking is van volwassenheid? Oude wijn in nieuwe zakken? Een poging om het ego te recyclen tot empathie? Een man die zijn grenzen kent, zijn vuilnis buitenzet, en zijn trauma’s niet op zijn partner projecteert? Is dat werkelijk voldoende?

De term “gezonde mannelijkheid” werkt pas als we hem niet gebruiken. Wat betekent het om man te zijn, als dat niet langer betekent dat je de sterkste, de snelste of de broodwinner moet zijn? Misschien gewoon: aanwezig zijn. De moderne man moet weer leren léven — buiten de comfortzone van dopamine en algoritmes.

Dat klinkt evident. Maar zoals elke poging tot zelfontwikkeling: evidentie is zelden gemakkelijk.

Critici vinden dat Galloway’s pleidooi ruikt naar nostalgie: de man als beschermheer, de vrouw als verzorgster, en iedereen blij. Maar eerlijk: het alternatief — de man zonder richting, zwevend tussen schuld en apathie — is ook geen vooruitgang.

We moeten dus niet terug naar de oude rollen, maar vooruit naar een samenleving die mannelijkheid niet problematiseert, maar normaliseert: een man mag falen, voelen, zorgen, huilen, en tegelijk nog steeds man zijn. Zonder hashtags, zonder verklarende voetnoten.

Mannelijkheid als fluïde begrip: niet als identiteitspolitieke vlag, maar als menselijke variatie.

Galloway’s kracht is zijn eenvoud. Zijn zwakte is diezelfde eenvoud. Maar misschien is dat precies wat we nodig hebben in een wereld waarin alles, inclusief gender, voortdurend aan herziening toe is: iemand die zegt, zonder ironie, “doe iets met je leven”.

Of hij gelijk heeft? Deels. Of hij polariseert? Zeker. Maar liever een ongemakkelijke waarheid dan nog een podcast vol ironisch relativisme.

Misschien is dat de revolutie: niet de man als held, maar als mens. Niet de man als probleem, maar als mogelijkheid. Geen manifest, geen mars, geen masculinity masterclass. Gewoon: een man die opstaat, koffie zet, en zijn leven probeert te leven zonder alles kapot te analyseren.

En als dat mislukt? Dan kunnen we altijd nog een cursus gezonde mannelijkheid volgen bij Scott Galloway.

Met certificaat. Online.

Tegen betaling, uiteraard.

Heeft u vragen over of denkt u aan zelfdoding dan kunt u terecht op zelfmoord1830.be of, in Nederland, op 113.nl


Johan Deprez

Johan Deprez

Johan Deprez (°1978) volgde kunsthumaniora in Brugge om een carrière uit te bouwen in het nachtleven als frietjesbakker in dienstverband. Ondertussen solliciteerde hij bij de nationale spoorwegmaatschappij en werd hij aangeworven als treinbegeleider op zowel nationale als internationale treinen. Toen hij de diagnose “Asperger” kreeg, een vorm van autisme, werd hij overgeplaatst naar de centrale diensten in Brussel waar hij het tot de graad van onderbureauchef schopte als ontwikkelaar van FileMaker-applicaties. Na zijn verlof zonder bezoldiging, dat hij nam om in de Kamer van Volksvertegenwoordigers als parlementair medewerker aan de slag te gaan, keerde hij terug naar de Belgische spoorwegen om er, in het midden van een depressie, op medisch pensioen gezet te worden omwille van zijn autisme. Hierover blogde hij, deels als therapie, als The Mutant Fish, Sinds enkele jaren woont hij in Portugal waar hij de diagnose van terminale longkanker met uitzaaiingen te verwerken kreeg. Over hoe zijn vrouw en hij omgaan met die realiteit bloggen ze sindsdien op mutant.fish. In april van 2025 begon Johan te schrijven aan “De autist en de stiefmoeder”, een autobiografische roman over een geslaagde neurodiverse relatie die al 20 jaar stand houdt. Meer over Johan Deprez

Mis geen enkele blog van deze auteur!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief
van Johan Deprez

Selecteer een of meerdere nieuwsbrieven:

Mis ook Johans blogs op mutant.fish niet!

🖂 Schrijf u hier in voor andere nieuwsbrieven
Wij spammen niet! Lees meer in onze privacy policy


U wilt reageren op deze blogpost? Dat kan op onze facebookpagina!

Vindt u wat u net las interessant? Overweeg dan om u in te schrijven op de nieuwsbrief van deze blog en ontvang een e-mail telkens iets nieuws verschijnt.