Sloeber Henri van ‘t Couthof

Hoe zou het nog zijn met de Ruddervoordse politieker Bernard d’Udekem d’Acoz, vraag ik me af terwijl mijn gemoedelijk roffelende Honda ééncilinder mij nog eens op een zomeravondrit via Kasteel ‘t Couthof in Proven trakteert.Onwillekeurig moet ik bij uitbreiding denken aan onze elegante koningin Mathilde en haar “sympathieke” – nu ja, ook wel “sloeber” nonkel Henri d’Udekem d’Acoz…

Bernard doet misschien geen belletje rinkelen, maar wie heeft er nu “Nonkel Henri” niet gekend? Baron Henri, een steenrijke edelman met enerzijds een gouden hart, was anderzijds ook geen onbesproken figuur… Gekend van Proven tot Poperinge, en tot ver daarbuiten.

De kleine Henri werd geboren in 1933, in de woelige periode tussen beide wereldoorlogen. Van beroep werd Henri advocaat, in de politiek was hij lange tijd burgemeester – eerst van zijn geboortedorp Proven, later van Poperinge…

Terwijl de jonge – toen nog graaf – Henri opgroeide werd ons land bezet door de Duitse troepen, tijdens Wereldoorlog II.Als gevolg hiervan kende zijn jeugd een ongewoon verloop, en was er van een ‘adellijke’ opvoeding geen sprake.

“Ons gezin heeft lange tijd in één grote kamer gewoond. In de rest van het huis verbleven de Duitsers”, vertelde hij in een interview. “Ze waren er ‘ingekwartierd’, dus ons restte die ene plaats waar vader, moeder, drie zonen en een oude tante samenleefden.”

Wat mij vooral boeit – méér dan de flamboyante nonkel Henri zelf – is zijn mysterieuze kasteel ’t Couthof, gelegen op grondgebied Proven, net op de grens met Poperinge. Toen ze nog een jong meisje was, kwam koningin Mathilde hier geregeld logeren. Haar vader, wijlen Patrick d’Udekem d’Acoz, was opgegroeid in het kasteel – de ouderlijke woonst dus…

Kasteel ’t Couthof dateert uit 1763 en is een landhuis met vorstelijke allures en een bijzonder interieur. Het werd aanvankelijk gebouwd als zomerverblijf door de familie Van Hoorn. In 1743 kwam het kasteel in handen van de familie Mazeman. Toen het geslacht Mazeman in 1945 geen erfgenamen meer had, ging het naar Charles d’Udekem d’Acoz.

Charles had drie zonen: Henri, Raoul en Patrick. Patrick, de jongste, was de vader van onze koningin. Charles huwde tweemaal, zijn tweede vrouw was Madeleine de Thibault de Boesinghe.

Die laatste familie telde trouwens ook een fameuze sloeber… Stof voor alweer een pittig verhaal… ooit, als wij nog eens door Boezinge roffelen.

Tijdens WO I werd in de weide aan de achterzijde van het Couthof het ‘Elisabeth Hospitaal Couthove’ ondergebracht. Reeds in augustus 1914 had de toenmalige bewoner van kasteel ‘t Couthof, Baron Mazeman de Couthove, toelating gegeven om er een hospitaal voor Belgische militairen in te richten.

Het hospitaal kwam er op vraag van de burgemeester. De baron stelde hierop niet enkel zijn kasteel maar ook zijn twee auto’s ter beschikking om de gewonden aan het station van Poperinge af te halen.

Toen vanaf april 1915 het Poperingse Onze-Lieve-Vrouw Gasthuis niet langer veilig was door de bombardementen op de stad, werd beslist om ook het burgerhospitaal over te brengen naar ’t Couthof. Een reeks grote barakken werd gebouwd op de weide achter het kasteel. Baron Mazeman had een groot hart!

Het hospitaal bleef in gebruik tot aan het einde van de oorlog. Vanaf 1917 was dit slechts enkele honderden meters verwijderd van het grote nieuwe spoor van Hopoutre (met een halte nabij Remy Siding – thans het druk bezochte Lijssenthoek… ook daar moeten we nog eens voorbij roffelen.)

Van het hospitaal Couthof rest er vandaag nog één authentieke barak, haast onzichtbaar verscholen in het bos. Tijdens een recente winter nam ik er dankzij de kale bomen met mijn drone deze luchtfoto van:

In haar jeugdjaren spendeerde Mathilde dus heel wat zomers bij haar nonkel in kasteel ’t Couthof. Opa Charles was toen al overleden, zij heeft hem nooit gekend. Na zijn dood ging de oudste zoon van het gezin d’Udekem d’Acoz, ‘nonkel Henri’ – in het landhuis wonen.

Henri hield ontzettend veel van zijn nichtje Mathilde. Het verhaal gaat zelfs dat hij haar omstreeks 2014 zijn landhuis zou beloofd hebben. Een genereus gebaar… alhoewel…

In 2017 heeft hij het kasteel dan toch niet aan Mathilde geschonken – ondanks berichten in de pers dat zijn nichtje de nieuwe eigenares was. Het Paleis heeft overigens steeds met klem het nieuws van de schenking ontkend. De koningin zou ‘geen idee hebben waar deze berichten vandaan komen.’

Niet Mathilde maar haar neef, de politieker Bernard d’Udekem d’Acoz uit Ruddervoorde heeft dus het kasteel gekregen. Bernard is de oudste zoon van Henri’s broer Raoul en de oudste van de familie. Om die reden zou Henri d’Udekem d’Acoz hem finaal uitgekozen hebben. Zo was hij verzekerd dat het kasteel in het bezit van de familie zou blijven.

Volgens Henri werd het voor hem stilaan te moeilijk om het landgoed te onderhouden. In 2002 was het plots een beschermd monument geworden, en dat bracht meer onderhoudsverplichtingen met zich mee.

Er worden intussen al jarenlang renovatiewerken uitgevoerd. Bernard had beloofd om het kasteel gedurende een periode op zaterdag voor het publiek open te stellen. Intussen ligt het er echter eenzaam en verlaten bij, een beetje verwaarloosd ook wel.

De ijzeren hekkens staan open, er staat geen auto. Zou ik…? In een opwelling kan ik het niet laten en geef mijn roffelende Honda toestemming om de lange boogvormige oprijlaan te kiezen. Heel even waan ik mij een gemotoriseerde huisvriend van het roemrijke d’Acoz geslacht…

Het onkruid in Bernards voortuin staat metershoog: ik begrijp meteen waarom het Vlaamse ANB (Agentschap Natuur en Bos) reeds bij Henri, in zijn laatste levensjaren zou aangedrongen hebben om zijn “tuintje” wat beter te onderhouden. Henri beloofde beterschap. In 2021, ongeveer vier jaar nadat de schenking rond was, is Henri echter overleden.

Het Vlaams Gewest kocht intussen het Couthofbos rechtover het domein op. Het ANB zou op haar beurt dat bos van 55 hectare – dat niet tot het domein ‘t Couthof behoort – willen openstellen voor het publiek. Het is het oudste bos uit de wijde omgeving.

Terug naar de Groote Oorlog, WO I

Couthofbos, zowat het enige bos dat de Groote Oorlog overleefde, werd tijdens de oorlogsjaren door de soldaten gebruikt om er woonkampen in op te richten. Daar bestaan slechts enkele foto’s van:

De Britten spookten intussen in het grootste geheim nog iets anders uit onder domein ’t Couthof en het Couthofbos, iets waar zelfs de burgerbevolking uit de buurt niets van afwist. Hier en daar had iemand wel eens iets opgevangen over een tunnel…

Wat het Britse leger hier deed, was het aanleggen van een gigantische onder-grondse gang van het Couthofbos naar domein ’t Couthof. Die gang lag slechts 3 m onder de grond. Hier leerden de Britse tunnelers hoe ze tunnels en mijnenvelden in oorlogsgebied moesten aanleggen.

De Duitsers hadden in december 1914 voor het eerst met succes een diepte-mijn in Pas-de-Calais ingezet. Kort daarop een tweede keer in Givenchy. Telkens verloren de Britten veel terrein.

De nood bij de Britten was dan ook hoog om eveneens met dieptemijnen uit te pakken. Hiertoe richtten ze in februari 1915 een eerste Tunneling Company – aangeduid als 170th – op. De eerste Britse dieptemijn werd tot ontploffing gebracht bij Hill 60. In dezelfde lente volgden nog 7 Tunneling Companies, van 171 tot 177. Een jaar later waren er al 32: Britse, Canadese, Australische en één Nieuw-Zeelandse.

De Britse tunnelers waren gebonden aan een vaste sector. Zo was de 177th Tunneling Company verbonden met het Britse tweede leger van generaal Plumer. In de zomer van 1915 kwam het hoofdkwartier bij het Couthof, en het bleef daar ook tot in de herfst van 1917.

De Britse Tunneling Companies hebben gigantisch veel tunnels en dug-outs in regio Ieper gegraven, en er ook mijnen geplaatst. De bekendste zijn Hill 60, Spanbroekmolen, en Railway Wood.

Maar het begon dus allemaal hier aan domein ’t Couthof. Pas in 1962 werd het tunnelnetwerk blootgelegd en werd de omvang duidelijk.

Als ik, rasechte Ieperling, het waag om even later op de Grote Markt van Poperinge mijn Honda het stilzwijgen op te leggen – heel even geen geroffel, tijd voor een Poperings Hommeltje – dan blijven mijn gedachten bij ‘t Couthof en wat zich daar onder de grond heeft afgespeeld. Benieuwd wat nonkel Henri en zijn nichtje, onze koningin hier over wisten… wie weet heeft Mathilde tijdens haar jeugdjaren in de geheime ondergrondse gangen wel andere spannende verhalen beleefd?

Genoeg over ‘t Couthof en sloeber Henri. Tijd om mijn fris hommeltje, één van de meest iconische producten van onze Poperingse “keikoppen” naar binnen te sloeberen.

Poperinge en Ieper, het is nooit meer goed gekomen sinds de Ieperlingen meermaals de stad Poperinge in brand staken, gewoon… omdat de keikoppen zich niet wilden onderwerpen. Allee, zijn de keikoppen voor zo’n bagatel nog altijd kwaad op onze Ieperse kattenbengels?

VRT (hoofdfoto), HLN, Inventaris Onroerend Erfgoed, eigen luchtfoto


Patrick Lewyllie

Patrick Lewyllie

Patrick is een ‘fin de carrière’ ingenieur, die net op tijd heeft ingezien dat er over nog zoveel meer te schrijven valt dan over de best wel boeiende hightech wereld waarin wij vandaag geleefd worden. Meer over Patrick Lewyllie

Mis geen enkele blog van deze auteur!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief
van Patrick Lewyllie

Selecteer een of meerdere nieuwsbrieven:

🖂 Schrijf u hier in voor andere nieuwsbrieven
Wij spammen niet! Lees meer in onze privacy policy


U wilt reageren op deze blogpost? Dat kan op onze facebookpagina!

Vindt u wat u net las interessant? Overweeg dan om u in te schrijven op de nieuwsbrief van deze blog en ontvang een e-mail telkens iets nieuws verschijnt.