Koud, koud, koud…
Vandaag is het “warmetruiendag”, we zetten dus de verwarming een graadje lager en dragen een dikke pull. Ik draag met plezier mijn steentje bij voor het milieu, ik recycleer en rij elektrisch. Ik gebruik “Briterswasstrips” waspoeder zonder plastic, chemicaliën en in papieren verpakking. Ik gebruik regenwater, waar ik kan en heb spaarlampen. Kortom, ik probeer mijn best te doen voor het milieu, maar in de kou zitten… niettegenstaande een extra pull, heb ik er “ echt” niet voor over.
Want…ik heb het altijd koud… koel, fris, ijzig koud…
Altijd en overal. Al 25 jaar.
Sinds mijn maagverkleining en ik 75 kilo minder vet meesleep, ben ik mijn isolatie kwijt. Ik voel me soms een ijsbeer, hier in Plankendeal geboren die ze terugverhuisden naar de Noordpool. Dat beest zou ook uit z’n vel bibberen. Ik vroeg eens aan de huisarts: “hoe komt dat? Waarom heb ik het altijd koud? Ik heb een vriendin die amper 55kg weegt en die minder laagjes moet aandoen.” “O,” zei hij, “dat is simpel: jouw thermostaat is kapot, jij hebt geen warmteregeling meer. Jij bent dik geboren en hebt altijd een isolatielaag gehad maar nu is die laag weg en je lijf weet niet hoe dit op te lossen. Bij mensen die mager geboren zijn, kan hun innerlijke thermostaat regelen dat ze meer warmte moeten vasthouden.”
… dus ik ben nu mager… en heb het altijd koud… koud tot op het bot…
Als ik het koud heb, ben ik niet te genieten “slecht gezind” zoals ze zeggen, het is niet iets waar je leert mee leven, het gaat niet over en het verbetert niet. Ik kan het alleen proberen te verhelpen, door laagjes te dragen… veel laagjes. Ik koop mijn kleren met het idee, “wat kan ik hieronder aandoen?” in mijn hoofd. Een dikke jas in een grotere maat of een gilet in imitatiebont om op die mooie pull te dragen… waaronder ik dan al een pull met rolkraag aanheb… en… als het vriest, zoals nu, heb ik het nóg koud, omdat ik echt geen extra laag meer kan aandoen, vermits ik niet meer zou kunnen bewegen.
Ik werk in de horeca, de reden waarom ik koos in de keuken van een restaurant te werken was dat het daar niet koud is, neen, das ook niet waar … het is pas warm als de ovens en het kookfornuis een tijdje aanstaan, maar als je ‘s morgens begint is het ijzig koud. Dus, ik draag laagjes die ik dan, als “de service” begint, één voor één kan uittrekken.
Mijn chauffage staat thuis altijd op een aangename 23 graden, aangenaam voor mij, mijn bezoek zweet zich soms te pletter en dan zet ik de verwarming wat lager en doe een extra vestje aan.
’s nachts brandt hij niet, omdat ik anders met koppijn opsta, dan staat hij op een minimum van 14 graden, met mijn molton slaapkleed en dubbele dons lukt het me wel om warm te blijven.
Soms, heel soms, zou ik toch terug willen dik zijn en het eens gewoon weer warm willen hebben. Maar dan denk ik aan die zomer met die hittegolf, ik had zo warm dat ik het gevoel had te smelten, dat mijn bloed kookte en ik gewoon op dat moment in een plas blubber zou veranderen.
Mijn handen, voeten en benen hebben het nooit extra koud. Enkel het deel waar er veel vet of isolatie, klinkt beter, aanwezig was. Mijn bovenlijf dus. Dus geen extra sokken, want een grotere maat schoenen om er met die extra sokken in te kunnen is geen optie. Met mijn maat 45 leef ik nu al op grote voet.
Nu denk je waarschijnlijk: “in de zomer heb je toch niet te klagen?” O, jawel, maar minder… als iedereen buiten loopt te genieten in blote armen, heb ik toch een vestje aan, een licht giletje met lange mouwen. In de zomer staat mijn verwarming uit, en dit alleen maar om de stookkosten van de winter wat goed te maken… want voor lichamelijk comfort zou hij branden.