Allereerst. Een ode aan het niezen. In mijn hele levenservaring tot nog toe was ik nooit zó dankbaar om een niesreflex. Alleen daarmee krijg ik mijn luchtwegen vrij om vlot te ademen. Ik nies, blaas dan rochelend en reutelend een paar vellen keukenrol vol snot en bloed… En oe, jawel, vervolgens adem ik vlot. Soms wel voor een volle vijf minuten! Een regelrecht walhalla op aarde dat, misschien wat overdreven uitgesmeerd, naar witte tijgerbalsem stinkt.
Tja. Mijne pa en ik zijn allebei regelrecht hoogbegaafd achterlijke oenen. Zijn advies luidde, terecht: „Zorg ervoor, als ge ademt, dat ge geen lucht inademt die ik heb uitgeademd.” Geen mondmasker, niks voorzorgen. En ik moest persé van heel dichtbij toekijken hoe hij de vinger van één van mijn mensen redde. Ik kon het niet laten. Het was compulsief. Tenslotte had ik die mens naar hem toe gebracht. Ik kon niet anders dan over de situatie waken.
Want ik ken mijne pa. Ik wist daarom ook heel zeker dat hij die vinger kon redden, het was de lange rit wel degelijk waard. Maar als mijne pa één of ander lichaamsdeel is aan ‘t redden, heeft ie aandacht noch compassie voor wat er met de rest van een mens gebeurt onderwijl. Daar is hij hoegenaamd niét mee bezig.
Je zal er maar zitten. Je sowieso al pijnlijk verregaand ontstoken hand in handen van een onbekende oude man, die met een metalen ding onder je nagel schraapt terwijl je hele vingertop rood kleurt en je bloed op de grond drupt. Echt, ik moest een beetje waken. Over mijne pa, in geval de patiënt instinctief zou aanvallen ten gevolge van de rauwe pijn. Zwarte gordels judo en karaté, en driekwart eeuw keurturnen ten spijt… Na tachtig jaar begint zijn lijf toch wel wat te verslijten. En ik moest ook waken over mijne mens als mijn vaders patiënt, opdat ie niet flauw zou vallen, of voorgoed getraumatiseerd zou raken.
In the heat of the healing moment vergat iedereen alles behalve die vinger, en de nagel die werd vrijgemaakt. Ik bleef gefascineerd door het professionele vergrootglas kijken, dat mijn vader toch alleen maar als spotlicht gebruikte. Op de tast friemelde en wrong hij de nagel uit de riemen met zijn ogen dicht. Ik wisselde mijn blik af tussen de kapotte vinger, en de eigenaars grotendeels stoer stoïcijnse gezicht. Af en toe verpinkte dat toch ferm in een pijngrimas.
„Papa, ge zijt hem echt wat tevéél pijn aan het doen, zoudt ge ni…”
„…mahnee gij, dat kan allemaal geen kwaad.”
Het is waar, hoor. Zo’n procedure is een fikse marteling, maar kan – in de juiste omstandigheden – geen kwaad. Die vinger zelf daarentegen was, al een jaar lang, de arme jongeman telkens weer aan ‘t tormenteren. Antibiotica, even zo vaak voorgeschreven, blijft zinloos als de oorzaak van ‘t probleem niet wordt weggehaald. En eens de bacteriën resistent worden, is minstens die hele hand ten dode opgeschreven. Ik was meer dan akkoord: het kon niet alleen geen kwaad, ‘t was ook dringend en broodnodig.
Zoals ik zei: mijn pa en ik… Hoogbegaafde oenen zijn wij.
Want zo hielden we onze hoofden vlakbij elkaar terwijl we, diep geconcentreerd, in- en uitademden. Mijn vader, die op dat moment met een fikse verkoudheid, griep, corona, of iets dergelijks zat; en ik, die door behandeling met een MS-remmer te weinig witte bloedcellen en weerstand heeft. Gemiddelde incubatieperiode van dat soort virale infecties later, word ik dan ook wakker middenin de nacht: Keel- en oorpijn; een gigantische hoeveelheid snot in mijn kop; de ene bloedneus na de andere; buikkrampen en diarree bovenop. Ik houd het hoesten koest met tijmsiroop en witte tijgerbalsem, en ik wacht af.
Ondertussen beschermt een overmoedig monster in het lijf van een piepkleine kwetsbare chihuahua mij. Ik vang dat beest tijdelijk op terwijl haar baasje uit werken is. Best bijzonder. Ze kent me amper, maar ze voelt dat ik voor haar zorg én ze voelt dat ik ziek ben. Ze ontpopt vanzelf tot een Nushibeest in mini-formaat. Nushi’s hoofd alleen al was groter dan zij is, maar terwijl ik lig ziek te wezen houdt ze minstens één oog strak op me gericht. Ze staat zelfs niet toe dat de eksters dichterbij Dídean komen. Als ik naar het toilet moet, zet ze zich als een sfinx te waken voor het deurgordijn, oren scherp gespitst, klaar voor actie. Knettergek, die kleine. Ook maar een béétje roofvogel zou ze zo meegraaien als ie er zin in heeft.
Anyway, zolang ik geen longontsteking ontwikkel zal het wel gedijen met thee, en tijm, en wat getover met liefde en licht van mijn collega’s in de verre. Zo werken we zelfs aan mooie projecten terwijl ik ziek ben, sè. Voor hondenopvang geven dankbare baasjes immers graag een gift. We haalden in totaal alweer 720€ bij elkaar. In feite dus 1420€, maar zoals mijn trouwe lezers al weten ging 700€ naar Aanbeeld voor een Aanbeeld‘s aandeel bij OakTreeProjects voor woonbegeleiding van de gasten daar.
Ok. Ik ga de pepermolen bovenhalen. Dringend nood aan nies-nice-me-time en weer es wat ademhalen. En dan leg ik me terug te slapen. Tot volgende week, lieverds.
