Eindelijk kon ik aan de avontuurlijke tocht op onbekend terrein beginnen, maar ik was goed voorbereid. De zenuwachtigheid nam af, want ik kon relatief op tijd starten. Het bemachtigen van de scooter was psychologisch voor mij de moeilijkste kaap. Ik wist uiteraard nog niet wat me te wachten stond…
Snel naar de A8 in noordelijke richting, dat was het devies. De man van het verhuurkantoor, had me in de wachttijd op zijn vader, die met de bevrijdende sleutels zou aandraven, verteld dat ik op het einde van de straat links moest rijden en dat alles dan wel vanzelf zou gaan. Na wat technische instructies hoe je bijvoorbeeld de tank kan openen, de richtingsaanwijzers gebruikt, startte ik de motor.
Ik reed voorzichtig de straat uit en voelde, in vergelijking met wat ik normaal voel als ik op mijn scooter thuis vertrek, een vreemde gewaarwording. Er blies opvallend veel wind in mijn helm. Mijn persoonlijke helm thuis laat geen wind binnenin toe omdat die als gegoten op mijn hoofd aansluit. Er was wat wind die dag in Portugal, maar het probleem lag meer aan de helm dan aan de klimatologische omstandigheden.
Ik verwachtte op het einde van de straat dat juffrouw Google me zou informeren hoe ik het traject moest verderzetten. Ik hoorde haar onverstaanbare taal uitbrengen omdat de helm spelbreker was. Ik stopte meteen, probeerde de oortjes wat steviger in mijn oren de duwen, maar bij de volgende meters van het traject bleef Google onverstaanbaar. Gezien het tijdstip en al het opgelopen tijdverlies, moest ik gewoonweg door: met of zonder Google. Zonder dus…
Op wat goed geluk en wetend in welke richting ik ongeveer moest rijden, begon ik de strijd aan met de stad en met mezelf. Ik zag borden van autowegen, maar geen A8 Norte. Ik reed maar door, voelde dat ik wel ergens dichtbij een ringweg zat, maar geen Norte of A8 te bespeuren. Lichte frustratie nam toe. Ik vond een benzinestation op mijn zoektocht en zou daar informeren. Gewoon ouderwets de weg vragen ,zoals dat vroeger in een vreemde stad standaard was. Twee Portugese gendarmes stonden wijdbeens, zoals gendarmes altijd staan en één ervan met de armen gekruist. Het plaatje was compleet.
Ik legde hen in het Engels uit dat ik de A 8 zocht. De twee mannen begrepen me niet. Fonetisch klinkt het wat raar in het Engels: [Ei Eit]. Ik tekende A8 in de lucht, en ze bevestigden in bijna Vlaams A8. ‘O, ja de volgende rotonde naar rechts en je bent op de A8’,verduidelijkten ze. Nog eerst natrekken of het in noordelijke richting was, want de A8 loopt uiteraard ook in de tegenstelde zuidelijke, verkeerde richting.
En ik… volle gas en volle petrol naar de rotonde, hopla, richtingaanwijzers gebruiken zoals in Frankrijk en niet zoals bij ons, en weg was ik. Je moet inderdaad voordat je de rotonde oprijdt al aangeven waar je heen wil. Behalve als je de eerste afslag meteen naar rechts neemt, moet je je richtingsaanwijzers links aanzetten. Pas als je effectief bij de bewuste afslag bent, zet de je pinker naar rechts en neem je de afslag.
Ik kende dat principe van op reis in Frankrijk. Achteraf zei Johan dat ze er boetes voor uitdelen als je niet de richtingaanwijzers als denkbeeldige kerstverlichting gebruikt.
Ik reed met een Honda 125cc. Ik stelde vast dat het Japanse ding heel wat in zijn mars had. Ik trok de gashendel stevig open. Daar had ik alle redenen toe: hoe sneller ik het traject aflegde , hoe langer het klaar bleef of tenminste bevredigend halfdonker. Dat zou een slok op de borrel betekenen. Johan had het traject goed beschreven. De autosnelweg wentelde zich bij momenten bergop en bergaf. Ik trok aardig door en zag plots op de digitale teller, die ik tot nu toe niet had bekeken: 95 km per uur op een van de stukken die licht bergop liepen. ‘Goed bezig, pompte ik mezelf moed ik.
Het zal aan de snelheid en aan mijn onhandigheid liggen: ik voelde gestaag dat de rugzak aan mijn rechterkant scheef trok. De twee riemen waren niet even lang vooraf aangespannen: links spande goed aan, rechts was te los. In een moment van zinsverbijstering zag ik in gedachten de rugzak wegschuiven en op de autoweg terecht komen en als een clusterbom uiteenspatten. Dat kon technisch gewoonweg niet, pepte ik mezelf op. Al rijdend kan je zoiets niet of moeilijk in orde brengen. Ik loste mijn linkerhand en probeerde de rugzak zonder succes wat aan te halen. Met de rechterhand lukt dat sowieso niet omdat je daarmee de gashendel loslaat. Je snelheid zou bij zo’n maneuver snel van 90 naar 50 kilometer per uur zakken. Stoppen was de enige optie, maar daarvoor was er geen tijd. Gewoon verder rijden en het ongemak erbij nemen.
De routebeschrijving die ik uit het hoofd had geleerd klopte als een bus: eerst rechts blijven aan het betaalstation om de tol met een ticket te nemen, het in mijn linker jaszak stoppen, want rechts zat mijn telefoon in mijn zak. Ik wilde mijn werkloze gsm niet verliezen. Uit gewoonte reed ik met handschoenen aan. In Portugal is dat niet nodig. Bij een mogelijke val worden je handen beter beschermd, vind ik. Het ticket met handschoenen aan uit de terminal nemen en wegstoppen, terwijl auto’s ongeduldig achter je wachten… niet zo simpel.
Ik reed met een rotvaart verder. Veel sneller dan verwacht doemde Afrit 5 op, waar ik keurig zoals voorbereid het enige linkervak nam, de twee rechtervakken liet liggen voor wat ze waard waren, en hop naar Afrit 9 op.
Johan had me met zijn ICT-kennis geleerd – en dat had ik thuis enkele malen uitgeprobeerd – om mijn locatie via Whatsapp aan te zetten. Johan kon vanop afstand, zoals dat met een trekker gebeurt, mij op de autoweg digitaal volgen. Dat zou handig zijn bij problemen: we zouden elkaar moeiteloos vinden. Problemen waren er wel geweest, maar waren allen behoorlijk opgelost.
Johan stond versteld, zo vertelde hij achteraf, dat hij veel eerder dan verwacht vaart moest maken om te vertrekken, want Speedy Gonzales trok stevig door.
Ik minderde vaart toen ik afrit 9 voorbij reed. Ik moest waakzaam zijn om de afrit naar het benzinestation niet te missen, want daar wachtte Johan mij op. Bij een brug over een rivier zag het bord voor de bewuste afslag: ik kreeg kippenvel. Ik had Johan in geen jaren meer gezien, wel heel veel gehoord aan de telefoon, ik heb hem gezond weten vertrekken om naar Portugal te emigreren, nu is hij ziek, hij zal er wat anders uitzien, maar alles werd door een warm gevoel overvleugeld. Ik zou zo meteen Johan terugzien…
Wordt vervolgd…

