Op de tweede volle dag van mijn verblijf zouden we samen de tocht naar Peniche maken. Het werd geen vrijblijvende rit. Johan had daar een afspraak met een verhuurkantoor om de rest van mijn verblijf een scooter te huren. Johan en Sibby met de auto, ik erachter aan met de scooter. Het was een tochtje qua afstand Oostende – Brugge. Het was een zondag, een mooie dag kondigde zich aan. Er zou nog wel af en toe een bui vallen, maar te doen, zo werd voorspeld. Johan en ik zouden elk op onze huurscooter maar gezamenlijk een ritje maken. Met een kleine uitbreidingen richting Nadrupe, Sibby zou rechtstreeks terugrijden met de auto.
De dag vooraf had Johan contact opgenomen met het verhuurkantoor. De klus was snel geregeld, op één detail na: blijkbaar was het rijbewijs van Johan verlopen. Dat had de verhuurder opgemerkt. Als je rijbewijs of identiteitskaart bij ons verloopt, brengt de gemeente je op de hoogte. Dan kijk je verwonderd op en zeg je tot jezelf: ‘O, nu al, dat had ik niet in de gaten’.
In Portugal verwittigen ze je niet: je wordt als goede burger verondersteld dat zelf in de gaten te hebben. Uiteraard werkt zoiets in de praktijk niet, ook niet bij stipte Johan.
De verhuurder stelde Johan gerust: ‘Wat mij betreft geen probleem, ik verhuur je wel de scooter.’ Voor Johan was dit een veel breder probleem. Een autist volgt de regels. Ook al zijn de regels eerder belachelijk of kan je er kritiek op hebben: regels zijn regels, daarvoor bestaan ze en dat moet je volgen. Johan stond eens te meer voor een probleem: eindelijk, na zoveel ellende, na zoveel moeite, de dag voor de feiten, die scooter omwille van een verlopen rijbewijs langs de kant moeten staan. Dat is onmenselijk…
Bovendien voelde Johan zich veilig met het idee dat ik zowat zijn coach was en hem ging bijstaan om de scooter op en van zijn staander te zetten. Het scenario klopte, alleen dat verduivelde rijbewijs dat niet meer van toepassing was. Voor Johan twee dilemma’s. Wat hem nu precies overstag deed gaan, weet ik niet. Was het de sociale druk van mijn bezoek (ook moeilijk binnen het autistisch denken) of was het de hunker naar die scooter om één keer de wet niet te volgen? Johan ging voor de scooter! Go, go, go, Johan, dacht ik…
Die zondag waren we keurig op tijd, te vroeg eigenlijk, trouw aan onze Vlaamse gewoontes. Om 10 uur hadden we afgesproken. Het kantoor vinden was eerder een raadsel: het adres klopte, maar daar vond je een gewoon huis met een garage die in een helling naar beneden liep. Geen kantoor met neonreclame of andere opschriften. Zijn we wel op het juiste adres, twijfelden we. Om 10 uur was de verhuurder niet op de plaats van bestemming. Volledig volgens Portugese traditie kwam hij te laat, bijna een halfuur. Johan voorspelde wat hij als excuus zou gebruiken. Wellicht druk verkeer… en warempel, hij daagde op en vertelde ons dat het verkeer wat tegenzat. Die zondagmorgen in Peniche hadden wij geen druk verkeer waargenomen…
De verhuurder was iemand die – zoals wij dat zeggen – in bijberoep verhuringen deed. Daarom zag je geen opschriften. De vlotte jongeman stond Johan in het Portugees te woord. Hij deed, wat professionals moeten doen: keurig de staat van het voertuig controleren en eventuele schade vooraf noteren. Zijn professionele collega in Lissabon deed dat niet: gewoon een volle tank controleren volstond.
De verhuurder duwde de scooter de garagehelling op en zette hem op zijn pikkel. We namen afscheid. Het was een scooter van het Chinese merk Sym, 125 cc. Het voordeel van dit model was dat het een lage instap had. Mijn Honda had dat niet: er zat een gedeelte van de motor tussen het stuur en het zadel. Ik moest altijd een flinke zwaai nemen alsof het een mannenmodel fiets was. Het lot was dus gunstig: Johan een lage instap, ik een hoge instap. Bijkomend geluk voor mij: het vermogen van dezelfde cilinderinhoud tussen de Sym en de Honda was opzienbarend anders. Er zat veel meer power bij de Honda en dat kwam precies goed uit als ik de autostrade nodig had. Met de Sym zou dit een randgeval worden.
Ik maakte de scooter voor Johan rijklaar, zodat hij geen hinder ondervond om de scooter van de steunder te duwen. Ik stelde voor dat hij de rustige straat waar hij de scooter ophaalde, even zou afrijden en terugkeren, bij wijze van test. Ik weet, toen ik de eerste keer met een automaat reed dat je gewoontes je wel eens beet nemen en dat je wil schakelen, maar dat gaat niet. Of de typische voetrem die oude Vespamodellen hebben wil gebruiken om te remmen. Ook dat is niet aanwezig. Uit gewoonte sta je daar te stampen op een denkbeeldige rem. Ik wees hem erop.
Sibby en ik stonden zenuwachtig te wachten zonder het elkaar te zeggen en hoopten hetzelfde: we wilden dolgraag dat deze droom voor hem uitkwam en dat er geen technische obstakels waren in combinatie met zijn ziekte. We zagen hem terugkeren. Hij deed teken dat het prima ging en – als een man van de streek – stelde hij voor naar de mooie vuurtoren van Peniche te rijden.
En wij… weg.
Ik reed achter hem aan om twee duidelijke redenen: ik ken de streek en mooie weggetjes niet én ik kan Johan bij zeker die eerste kilometers qua rijgedrag in het oog houden. Buitenstaanders mogen niet vergeten dat Johan, omwille van zijn medische problemen, wat scheef op zijn scooter zit. Het evenwicht behouden is uiteraard anders dan vroeger. Ook is het superlang gelden dat hij effectief met een scooter reed en bovendien is het een automaat, wars van zijn gewoontes.
We reden een slingerende weg omhoog naar de baai met de vuurtoren waar je een prachtig uitzicht hebt. Ik zag meteen dat hij te veel rechts op de weg reed en niet met durf zijn plaats opeiste. Dan steken auto’s of je voorbij of op smalle banen moeten ze achter je blijven en pas dan kunnen inhalen. Als je te veel rechts van de weg rijdt, duwen automobilisten je een beetje van de weg. Je kan in de greppel terecht komen. Bovendien, als je te veel rechts rijdt, kan je je bochten niet zo goed aansnijden. Vooral de rechter bocht, neem je dan te scherp en te veel langs de kant van de weg, wat altijd gevaarlijk is.
Toen we halt hielden om foto’s te nemen en ons traject wilden vervolgen, had ik het voornemen om hem erop te wijzen dat zijn positie op de weg niet goed was. Ik legde hem uit wat de gevolgen zijn van het rechts rijden. Johan weet dat wel, maar de onzekerheid van het rijden, allemaal zo lang geleden, en zo nieuw met die automaat: het had daarmee te maken. In het verder verloop van de dag had ik nog enkele tips voor hem en je zag per kwartier dat hij zekerder werd.
Opeens zei hij me na een tijd: ‘Ik zou het met iemand anders nooit gedaan hebben, je bent de ideale coach, bij jou voel ik me op mijn gemak’. Ik kon deze woorden echt appreciëren en weet, Johan kennende, dat hij dat verduiveld meent, want zo zijn autisten: rond de pot draaien kunnen ze niet.
Wordt vervolgd…

