Na de middaglunch en na een dutje, zouden we nog een ritje wagen in de streek rondom het dorp waar Johan en Sibby wonen. ’s Morgens had Johan zijn eerste ritje op een scooter met automaatversnellingen achter de rug.
We moesten kort even wachten voor een regenbui, maar verder verliep alles prima. Johan had vooral zichzelf overwonnen en dat was super!
Die eerste rijdag was dus een succes zonder weerga. Bij thuiskomst was Johan bekaf. Hij had fysische dingen ondernomen die hij enerzijds niet meer voor mogelijk achtte, maar anderzijds die hem wat lichte pijn opleverden. Het was draaglijke pijn. Zijn nek deed weerbarstig. Dat kwam door de positie van zijn hals tijdens het rijden. Die bleef een flinke tijd in ongeveer dezelfde positie. En dat waren zijn nekwervels niet meer gewoon.
Al vanaf de eerst stop speelde ik met de gedachte om foto’s te maken. Ik zat niet verlegen om een kiekje meer of minder. Zijn oude wereld ging opnieuw open. Hij zou achteraf, als ik eenmaal terug in België zou zijn, veel deugd beleven aan foto’s, dat was ik zeker. Ik bezorgde vanaf dat ogenblik hem dagelijks alle genomen foto’s. Ik merkte al snel, zelfs dezelfde dag nog dat hij al verschillende beelden had gepost en dat zijn profielfoto was veranderd. Het gaf mij een goed gevoel.
Diezelfde morgen, toen ik de eerste foto’s nam, wenkte ik hem voor een selfie. Ik ben niet zo vertrouwd met selfies, ik vind het niet zelden iets van ‘kijk eens naar mij’. Maar nu, als het ware een historisch moment, mocht het wel. Alle twee met de helm op, mooi eigenlijk. Ik had een paar selfies gemaakt en mekte, toen ik het resultaat even bekeek, dat Johan er in mijn ogen wat stoïcijns op stond. Bij het klaarstaan om nog en selfie te maken zei ik ‘lachen’… Ik lachte gewoon wat typisch is bij het nemen van selfies, maar bij Johan lukte dat niet. Of niet echt.
Bij het overlopen van de genomen selfies als we thuis waren, bracht Sibby me meteen de oplossing bij die pose. Een autist lacht als er gelachen moet worden, punt aan de lijn. Lachen is lachen en niet lachen is niet lachen: er bestaat niets tussenin. Als de fotograaf dus vraagt: ‘Lach even’, kan dat gewoonweg niet lukken omdat er niet te lachen valt. En ik die dacht dat ik redelijk goed met autisme kan omgaan. Alweer een kemel geschoten, vond ik. Je weet wel dat mensen als Johan goed moeten voorbereid zijn, dat wijzigingen moeilijk liggen, dat ze vaak letterlijk dingen opnemen, en zo meer. Maar de kleine dingen des levens namen me te grazen. Ik leerde met rasse schreden dagelijks bij.
De volgende dag, lees de tweede dag met twee scooters, reed ik na het ontbijt en de rustpauze op mijn kamer mijn dagelijkse ochtendrit. Dat deed ik altijd alleen. ’s Middags na de lunch en na een tweede rustpauze, trokken we er samen op uit.
Ook dat vond ik steeds reuze. Ik trok bij momenten wel eens flink door, genoot van het landschap, het deed me terugdenken aan vroeger toen we naar Portugal reisden, gewoon prachtig. Ik reed zeer regelmatig eerst richting de wat grotere stad Lourinhã. Ik had daar van dag één een Pastelleria gevonden, om van te lekkebaarden. Een typisch superlekkere expresso van het heerlijke inheems merk Delta dat ik combineerde met de ene keer een reuzeboterkoek of de andere keer een Pasteis de Nata, de heerlijke Portugese flan. Ik betaalde voor koffie en gebak nog geen twee euro, zalig!
Ik reed heuvel op en heuvel af, maakte foto’s van heerlijke weggetjes en typische dingen die je niet in toeristengidsen vindt. Opeens kreeg ik een ingeving. In 2012 reed ik met de Vespa met Manu, Ann en Bernard van de Vespaclub naar de Franse Alpen. We hadden toen geen gesofistikeerd filmmateriaal mee zoals een Go Pro die je vooraan op je Vespa kan monteren en filmen terwijl je rijdt. Manu, zeer behendig met een Vespa, filmde toen met zijn gsm uit de hand. Dat is technisch gezien niet eenvoudig. Met je rechterhand houd je de gashendel open en rem je tegelijk als het nodig is. Met je linkerhand film je. Om beeldkwaliteit te hebben is het de bedoeling om je telefoon zo stabiel mogelijk te houden. Allemaal al rijdend, alsook je evenwicht behouden en je ogen op het wegdek en op je telefoon richten. Eenvoudig omschreven, aards moeilijk om toe te passen. Nooit eerder probeerde ik dat.
Toen had ik een ingeving: het zou toch super zijn om Johan al rijdend te filmen. Dan zou hij zichzelf zien op zijn scooter, de beelden van de streek zouden langs hem heen vliegen, wat een hoogmis zou dat zijn! Een foto is mooi, maar de dimensie van een film, dat is toch nog wat anders. Ik zou hem ermee gelukkig maken, dat was zeker. Wat onzeker was, kon ik dat wel?
Uit ervaring weet ik dat je pas stuurvaardig bent als je heel veel rijdt en vooral als je geregeld op een moeilijk parcours rijdt. Daarmee start je best als kind. Met je fietsje op jonge leeftijd. Ik dacht toen aan de jaren ’60 toen ik met een oud fietsje in het bosje van Oostende dat je op vandaag als een mountainbike parcours zou kunnen omschrijven. Mountainbikes bestonden niet. Ook jumpen hoorde erbij, want het stuur van het oude fietsje kwam per racebeurt door het bosje steeds dichter naar het zadel toe. ‘Opgestuikt’, noemden wij dat. Als een motorcrosser op een onnozel fietsje vloog ik over de bemodderde paden, jumpte ik, nam bochten. Kortom, ik legde een basis aan stuurvaardigheid, van jong af aan.
Ik zou die dag in het dorp Nadrupe met die hele film-toestand experimenteren: camera in de vrije linkerhand, rechts de scooter volledig onder controle houden: gas geven en remmen met één hand, en het evenwicht bewaren. Moet er nog zand zijn?
Ik begon aan het experiment: de huizenblok van vier straten omrijden op relatief goede wegen: dat was de uitdaging. Ook starten, de camera niet te lang laten lopen, het traag opbouwen: meteen rijden én filmen tegelijk. Ik begon wat gespannen aan de klus. Het technisch rijden en filmen lukte aardig. Toen ik de beelden bekeek, schrok ik wat van mezelf: het beeldresultaat was stabiel, starten en stoppen, was filmisch in orde. Toen dacht ik, nu les twee.
Ik wist van Johan een plaatselijk weggetje zijn met slingerende bochten, zeer scherp omhoog, met plots een dwarsweg, waar je moet remmen, kijken of er verkeer komt en snel herpakken, anders bol je achteruit. In het geval van een scooter lig je op de grond. Hij adviseerde dat weggetje eens te nemen, een uitdaging. Ik had hier al een paar keer gereden. Het was inderdaad stevige kost, heerlijk als liefhebber. Er stond geen bord in het dorp hoeveel de helling steeg, maar afgaand op de stijgingsgraad op een zeer kort slingerend traject: zo’n 25 %.
Mijn ingeving was: dit bewuste weggetje met één hand filmen en met één hand ervoor zorgen dat je recht genoeg blijft om niet te storen voor de film. Overmoedig begon ik er aan. Ik legde het parcours vlekkeloos af, maar besefte dat dit nog geen garantie was voor mooie beeldkwaliteit. Ik bekeek snel het resultaat. Verdorie, ik had op foto gedrukt en niet op video. Dus, de boel opnieuw.
En… het lukte op beide vlak: ik beheerste technisch het terrein met de scooter én het filmresultaat mocht er zijn. ‘Yes!’, zo dacht ik, de poort staat open om Johan op diverse manieren in beeld te brengen.
De volgende dag, toen we ’s middags naar Praia de Area Branca reden, met stralende zon, was het moment aangebroken om de daad bij het woord te voegen. Johan had het filmexperiment gezien en wist hoe het technisch zou verlopen. De enige consigne was: rijd wat meer links op de weg. Ik ben rechtshandig, ik moet met rechts de scooter bedienen en links filmen. Als Johan eerder wat links zou rijden, kon ik mooi achter hem langs aan de uiterste rechter kant. Ik kon zelfs naast hem rijden en schuinweg beelden met mijn linkerhand schieten. En… zo heerlijk: het hele experiment lukte. Ik koos zelfs eens een achtergrond met de zee als smaakmaker. Heel erg blij voor Johan, en bescheiden fier op mijn stuurvaardigheid.
Wordt vervolgd…

