Het ziekteverzekeringskaartje en de goedkeuring van de controle-arts – wat ik net als een crit’air sticker vergeten op tijd aan te vragen was – zijn eergisteren aangekomen, en sindsdien woon ik richting Portugal in plaats van in lussen rondom ziekenhuizen, familie en vrienden en kinésite, en alles daartussen.
Ik ben de grens nog niet over, hoor.
Het aanvragen van de benodigde documenten en spulletjes – zoals het knipperlicht dat in Spanje sinds kort is verplicht in plaats van de bekende gevaarsdriehoek; allerlei mensen nog gedag proberen te zeggen; onverwachts een aangetekende zending van het gerecht inzake OakTreeProjects faillissement in de bus krijgen; nog wat bestellingen om stresserend winkelbezoek onderweg te beperken;…
Het eist allemaal zijn tol.
De benen wiebelwobbelen, de blaas wil niet lossen, en ook de ogen en het zicht verraden een onderhand bekende vermoeidheid. Kost wat kost moet ik vermijden die voluit verpletterend toe te laten slaan. Veel te riskant. Zelfs met adequate immunosuppressieve medicatie valt MS dan meedogenloos aan.
Zo’n MS-aanval is – in míjn woorden – een herseninfarct in slow motion. Sterk vertraagd tot uiting komend, maar met dezelfde risico’s op onomkeerbare lange termijngevolgen als elk ander herseninfarct. Het is van levensbelang om dat te vermijden.
Halverwege de laatste stop voor de grens met Frankrijk, waar mijn garagist Dídean nog es grondig in de watten zal leggen, neem ik dan ook al een extra dag rust. Mijn kuiten en mijn liezen prikkelen en branden, sommige spieren zitten veel te fel opgespannen. Het voelt alsof ik afgelopen weken een zware meerdaagse voettocht deed waarvan ik nog dagen moet herstellen. Zou de dame die onlangs zei: Als ge naar Portugal kunt rijden, kunt ge gaan werken ook eh gij! dit lezen en begrijpen?
Fijn is het niet, maar felle pijn blijft uit. Voorlopig toch.
Ik heb geluk.
Dídean staat ingeplugd. Op een camperparking met alle faciliteiten, en ik heb onbeperkt electriciteit ter beschikking. Althans toch tot de zekering bij 6 ampère springt. Ruim voldoende voor mij, die 6 ampère. Mijn infraroodstralertje warmt en verzacht, en middels een elektrisch shiatsu massagekussen probeer ik de wondere werking van mijn kinesiste na te bootsen. Niet dat dat lukt – ik mis die dame en onze sessies nu al – maar het helpt wel wat.
In de winter kan ik zulke dingen onmogelijk op louter de batterij en zonnepanelen bedienen. Ja, ik heb geluk. Op zijn minst van hier en niet elders – zonder plug – te stranden.
Ondertussen ontsporen er treinen, stormen Harry en Ingrid vervaarlijk op het pad, ligt heel europa overhoop met Trump en al de zijnen, en nog heel wat meer naars als dat. Best verontrustend. Ik houd er een scheef oogje op, maar ik probeer het me niet teveel aan te trekken. Het zou me alleen maar angstig en intriest maken, om vervolgens te ver weg van mezelf en de nodige zelfzorg te kwijnen.
Hier in mijn wereldje is alles peis en vree, en ik wil dat zo houden. Voor wat het waard is: ik probeer dié energie in ‘t rond te zaaien, en ik hoop dat Alwatis ooit berusten kan tot haalbaarheid voor alleman.
Mijn focus ligt momenteel op mezelf en de plekjes en de mensen die ik er bezoeken zal. Drie van hen vechten tegen kanker met alle kracht die hun ziel op kan brengen. Ik heb mijn werkgerief opgehaald en meegenomen. Misschien heb ik goede dagen ter plaatse en kan ik me een beetje nuttig maken.
Als alles goed gaat groet ik u vanuit ergens in Frankrijk volgende week. Ik heb geen plan, want plannen leerden mij dat ze telkens in ‘t spreekwoordelijke water vallen en ik krijg het daar ondraaglijk benauwd van.
Het lijkt een wat verbazingwekkend wonder maar we blijven onderweg hè zeg. Voor mij vormt Gmaps het plan vanzelf gaandeweg. Ik kom morgen wel te weten waar precies ik vandaag ben omdat ik er gisteren was.
Veel liefs, mijn Lezer, zorg goed voor uzelf en dank u om te lezen.


