Het lijkt een overduidelijk signaal van Onverwoordelijks: Don’t go there. Was het me opgevallen, ik zou zeker weten omkeer hebben gemaakt maar ik zag het te laat. Ik zag het pas toen Dídean al in het pikdonker in de modder vastgereden zat en ik beelden bekeek van eerder die dag, terwijl ik wachtte op de takelwagen.
Het filmpje hieronder, zijn beelden van vandaag. (ik neem aan dat wie er helemaal naar kijkt het geluid al snel afzet) De waarschuwing in de wolken zit in het vorige filmpje: D23 (de twaalfde)
Behalve huilen en turen naar een mooie maan, moest ik toch iéts – ik moest compulsief vanálles – doen terwijl ik wachtte op de depannage. Dídean heeft ook zo’n sterke antipattinage en geen knop om die uit te schakelen. Superhandig op de banen maar waardeloos als je uit de modder wilt raken.
Het lukte telkens een kleine tien centimeter, en dan kon ik opnieuw beginnen voegen schrapen en matje proberen opruwen. Er kwam maar geen einde aan en ik begon te vrezen dat de startbatterij – of erger, de motor – het zou gaan begeven. Ten einde raad heb ik mijn reisbijstand gebeld, met alle stress vandien.
Ze wisten me weeral te helpen. Dídean staat en rolt weer op asfalt nu. Louter nog op asfalt. Ik stond drie dagen stil om haar te poetsen en te bekomen, en ik waag me niks meer in de bermen hier. Verraderlijk vochtverzadigde klei onder strak ogend gras. Het soort waar je potten van kan bakken, dat hardnekkig in je bandengroeven blijft plakken en ze helemaal dicht strijkt. Rinus bezet er hele muren mee.
Ik doe rustig aan, wars van waarschuwingen in de wolken, ik heb alles behalve haast.
Heftige stormen blijven Portugal en Spanje treffen. De ene na de andere. Het hele gebied dat ik moet doorkruisen om op locatie te geraken ligt er helemaal geradbraakt bij. De enige twee toegangswegen tot het dorp zijn afgesloten, in het centrum zijn straten tot riviertjes herleid. In de hele streek is er vanalles kapot, en het einde van alle miserie is nog niet nabij. Sommige wijken zitten nog steeds zonder electriciteit – net als Johan en Sibby zelf vorige week, waardoor mijn donderdag hun vrijdag werd.
In my defense: ik was op tijd.
Komende dagen en nachten gaat het er niet beter op worden voor Portugal. Gigantische hoeveelheden hemelwater zullen de nu al volstrekt volgezogen bodem raken. Wegen waarover ik twee jaar geleden veilig met Dídean hobbelde vlak naast ravijnen, zijn onberijdbare modder vol gescheurde asfaltbrokken geworden. Er gaan er naar beneden glijden met vangrails, palen met kabels, en al.
Het heeft geen zin om de hulpdiensten ginds in de weg te gaan rijden. Het heeft nog minder zin om er zelf te gaan verongelukken. Ik blijf aan de Franse kant van Pyreneeën tot mijn vrienden seinen dat de rust is weergekeerd en de wegen weer veilig kunnen bereden. On hold om door te reizen, althans toch tot ik weer naar België moet keren om in maart op tijd in het ziekenhuis te zijn.
Ik neem aan – en ik hoop – dat dit alles betekent dat mijn maatjes verkankerde lichaam nog minstens een extra jaar mee zal gaan. Het zou me niet verbazen, hij vecht al vijf jaar tegen zijn ziekte, drie daarvan koppig tegen alle wetenschap’s verwachtingen en prognoses in.
Hij vecht voor zijn leven, we vechten allemaal met hem mee, en ik doe af en toe wat gekke dingen. Zoals in meditatie met hem mee proberen gaan. Zo wist ie es te melden, middenin comateuze toestand – niet klinisch dood, maar artsen hielden hem een tijdje knock-out opdat weefsel kon helen zonder dat ie zou gaan hoesten – dat iemand die kutventilator aan het plafond uit moest zetten. Althans… ik ervaarde in die meditatie een snel weerkerende reflectie van licht tot iets dat stroboscopisch grondig op zijn zenuwen werkte. En Sibby – die fysiek aanwezig was – besloot dat de ventilator aan het plafond, die speelde met schaduw en licht bij, de boosdoener was. In werkelijkheid was er niet eens een ventilator – maar de airco was wel uitgevallen bleek later.
Tijd, herinneringen, Droomtijd, en alle bijhorende mini-mandela-effecten, het blijft me fascineren. We zullen het nooit weten. Eens bij bewustzijn kon Johan zich niks herinneren van de dagen voordien. Veel beter zo, het lijkt me niks om ervaring te herinneren waarin het lichaam volstrekt machteloos en onbruikbaar ligt. De boodschap kon bevestigd noch ontkracht, maar baat het niet dan schaadt het niet. Dat dachten, en denken, wij ervan. Het klonk wel typisch Johan, en daar konden we flink om lachen.
Wat Lin en Rinus betreft, die wonen blijkbaar op maar twee uur rijden van elkaar. Toeval? Minstens óók dat, ja, maar het lijkt erom gedaan. Ik kan hen afwisselend voor enkele dagen bij proberen staan, en door de rit tussenin de beide laad ik vanzelf telkens Dídeans batterijen. Het zal me niet verbazen als blijkt dat ik vlot LPG kan tanken langs de route én er halverwege een tof rustig plekje is om in geheel mijn anonieme eentje in Dídean te herbronnen.
Morgen eerst nog een extra dagje rusten, vermoed ik, want ik voel ontredderd. Ik heb een fikse afstand gereden. Ik heb getankt. B7. Daarna ging ik naar de supermarkt, en ik zou ook nog twee wasjes draaien in de wasmachine-en-droogkast-automaat daar maar dat lukte echt niet meer.
Kortsluiting in ‘t brein.
Gefrituurde hersens, overal pijn en onverklaarbare sensaties.
Doodvermoeid doorgedraaid duracell-konijn.
Niet dat dat in België anders zou zijn.


