Liefs uit Londen speelt ongevraagd in mijn hoofd. Bløf op repeat. Vanuit Spanje laat mijn lief – althans misschien wordt ie mijn lief – oprecht wat tranen vallen op whatsapp. Hij voelt ongerust. Zijn tante had MS, hij kent de impact en ‘t gevaar van zelfs het kleinste griepje, en er gaan heel wat uren voorbij zonder een berichtje van mij.
Ik lig, nietsvermoedend, snipverkouden knock-out met de phone op stil. Met maar een tiende van de benodigde witte bloedcellen, ten gevolge van immunorepressie om MS af te remmen, komt zo’n alledaags virusje loeihard aan. Alle symptomen uit het verleden komen spoken:
De mond hangt scheef; de ringvinger rilt en rammelt; ik voel belabberd; één oog wil niet kijken en de beide falen scherp zicht; de benen voelen wiebelend en wobbelend al liggen ze stil; de linkervoet sleept met de tip; spieren spannen te pas en te onpas aan tot pijnlijke krampen toe; en het lichaam voelt bij elke beweging dubbel zo zwaar.
Dat ik vermoeid voel is een understatement, ik slaap een kleine twintig uur per dag. Ik ga de plaspot uitkieperen en voel volstrekt uitgeput ervan.
Ik stuur mijn liefje snel wat geruststellends, en duik terug de Droomtijd in.
Volgende week beter, lieve Lezer, vandaag vind ik de woordjes niet.


